30/06/08, 16u04
Jeroen de Preter vindt festival van Schueremans wél duur Jeroen de Preter is redacteur cultuur van deze krant
Met de Graspop Metal Meeting is gisterenavond het seizoen van de grote zomerfestivals op gang getrapt. Daarmee is voor honderdduizenden scholieren en studenten de tijd van het Grote Eindritueel aangebroken. Als het moment waarop na maanden van stress en discipline nog eens stevig en vrijelijk gebruld, geflirt en/of gedronken mag worden, hebben de grote festivals de functie van carnaval ver achter zich gelaten.
En als moment van verbroeder- en verzustering hebben ze inmiddels meer betekenis gekregen dan Kerstmis en Pasen samen. Met dat voorbehoud dat de grote festivals helaas niet voor alle jongeren zijn weggelegd. Want - nu nog niet boos worden Herman Schueremans - festivals zijn voor veel jongeren (of hun ouders) heel erg duur. Goed, iedereen weet inmiddels dat de ticketprijzen in vergelijking met buitenlandse festivals "goedkoop" zijn. Maar ga die boodschap eens verkondigen aan een kroostrijk eenoudergezin. Voor hen is 160 euro niet weinig, en 160 euro maal drie kinderen betekent in sommige gevallen de helft van een maandloon.
Peter Van Geel, de organisator van Graspop Metal Meeting, is zich daar kennelijk beter dan zijn collega Schueremans van bewust. In plaats van zijn ticketprijzen te vergelijken met die van soortgelijke buitenlandse festivals, liet hij gisteren optekenen dat de 130 euro die een weekend Graspop kost inderdaad te hoog is, zeker voor een evenement dat zich op jongeren richt. Van Geel vraagt de overheid om "daar wat gevoeliger voor te zijn", lees: zijn festival te subsidiëren. Sommige festivals krijgen al subsidies, stipt Van Geel aan, en dat zijn niet zelden festivals die zich "richten naar een publiek dat er warmpjes in zit".
Of festivals als Couleur Café en Boterhammen in het Park zich anders dan Graspop richten naar een publiek dat er warmpjes in zit, is een interessante, gedurfde maar zonder cijfermateriaal moeilijk hard te maken stelling. Dat die festivals een subsidie krijgen en Graspop niet, is geen stelling maar een feit.
Festivals als Couleur Café en Boterhammen in het Park worden gesubsidieerd omdat ze plaatsvinden in Brussel. De bevoegde minister Anciaux geeft die evenementen geld, alles samen 285.000 euro, in de overtuiging dat ze het broze sociale weefsel in de hoofdstad kunnen herstellen of versterken. In de woorden van Anciaux: het zijn "ontmoetingsmomenten" tussen de verschillende cultuurgemeenschappen. Of zouden dat volgens hem moeten zijn.
De argumentatie van Anciaux is verdedigbaar, maar gaat even goed op voor andere, grotere festivals. Ook festivals als Graspop of Werchter zijn immers "ontmoetingsmomenten". Dat ze minder dan Couleur Café ontmoetingsmomenten tussen de verschillende cultuurgemeenschappen zijn, spreekt niet tegen maar voor een subsidie voor Graspop en Werchter.
In Humo werd deze week geantwoord op een zeer prangende vraag. "Waarom zo weinig allochtonen naar festivals gaan?" De antwoorden hadden we zelf kunnen verzinnen, maar dat maakt ze niet minder interessant. Een belangrijke verklaring voor het fenomeen is het andere smaakpatroon van de doorsneeallochtoon. De volgende vraag is dan waarom de organisator van grote festivals geen rekening houdt met dat patroon. Omdat die doorsneeallochtoon geen bier drinkt of hamburgers eet? Omdat ze de tickets toch niet kunnen betalen?
Volgens rapper Youssef El Ajmi, alias Rival, speelt dat laatste zeker een rol. "Liefst 75 euro voor één dag Werchter, met daarbij nog eens het vervoer, eten en drinken... Dat kunnen de meeste allochtonen niet betalen." Rest nog de vraag of je dat probleem met subsidies moet of zelfs maar kunt oplossen. Het probleem met subsidies is dat je er ook de jongeren mee helpt "die er al warmpjes in zitten".
Bovendien leert een simpele rekensom dat zelfs voor een kleine daling van de ticketprijzen een subsidie nodig is die zo fabelachtig is dat zelfs Bert Anciaux die niet zomaar uit zijn hoed kan toveren. Een betere, want goedkopere en eerlijkere, oplossing dient zich aan in de vorm van een koppeling aan een systeem dat we al kennen van het onderwijs. Waarom zou iemand die van een studiebeurs geniet ook geen aanspraak kunnen maken op een (kleine) festivalbeurs? Want als iedereen het recht heeft op onderwijs, moeten we dan ook niet iedereen de kans geven om deel te nemen aan het Grote Eindritueel?