18/06/08, 10u21
Geert Buelens over de literaire kritiek in de kranten en op het internet Geert Buelens is schrijver en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde in Utrecht.
Het overlijden van de Nederlandse literatuurcriticus Kees Fens noopte de afgelopen dagen tot voorspelbare cultuurpessimistische oprispingen. Zo heette Fens de laatste te zijn "die zo groots in de krant over kunst en cultuur heeft geschreven". Met andere woorden, in het huidige mediaklimaat is het ondenkbaar dat iemand nog zo'n loopbaan kan uitbouwen. Maar ook: zo worden ze niet meer gemaakt.
Waarbij de oudere Fensgedenkers allicht ook heimwee koesteren naar een tijd waarin eruditie bewondering afdwong en niet alleen het cynische gemeesmuil van de mediabonzen die vandaag veelal de dienst uitmaken.
En ja, er zijn altijd redenen tot pessimisme te bedenken. Ondanks erg ruime definities van de begrippen 'cultuur' en 'educatie' zendt de VRT minder culturele en educatieve programma's uit dan de omroep met de overheid had afgesproken. Dat is natuurlijk een teken des tijds. Het nieuwe, door rampspoed getroffen en nu al veelbesproken boekenprogramma van Canvas kan wellicht maar beter Twaalf stielen, dertien ongelukken gaan heten (DM 16/6).
Zo erg als in de VS is het in ons taalgebied echter niet. Terwijl een aantal middelgrote Amerikaanse kranten de afgelopen maanden hun boekenkaternen simpelweg hebben afgeschaft, lijken ze bij ons niet in acuut gevaar. Maar de aard van de literatuurbijlagen is wel drastisch aan het veranderen. Hoewel het aantal bladzijden cultuur- en mediaberichtgeving bepaald niet afneemt, verschijnen er steeds minder echte, laat staan diepgravende en kritische recensies van boeken. Vooral bij grote namen schotelt de krant veel liever een interview voor.
In de literaire wereld leidt die evolutie tot geklaag en heimwee naar vroeger, toen Herman de Coninck nog leefde en alles beter was. Van dat soort nostalgie heeft de nieuwe generatie hoofdredacteurs weinig last. Als schrijvers het tot Bekende Vlaming schoppen, kunnen ze volgens de huidige mediawetten groot en vaak in de krant, anders mogen ze al blij zijn dat er überhaupt krantenpapier wordt gespendeerd aan hun boekjes waar nauwelijks iemand op zit te wachten.
Er was een tijd in Vlaanderen, nog niet eens zo lang geleden, dat enkel schrijvers en germanisten in staat waren om een Nederlandse zin te vormen. Bijgevolg was die mensensoort eerder oververtegenwoordigd in de media: van Richard Minne en Louis Paul Boon in Vooruit, De Coninck in Humo en De Morgen over Jan Walravens in Het Laatste Nieuws tot Bert Leysen en Jan Boon op de openbare omroep.
Vandaag vullen germanisten nog altijd veel krantenkolommen, maar de echte macht ligt meestal in handen van journalisten en managers met net iets andere prioriteiten. Zij willen de krantenlezer nog wel informeren, maar alleen als de gemiddelde lezer dat nooit als belerend, laat staan vervelend ervaart. Vandaar die grote foto's, de human interest en de vele interviews.
Nostalgie leidt zelden tot toekomstgerichte oplossingen. Daarom doet
de literaire wereld er misschien beter aan van strategie te veranderen. De technologie en een bescheiden subsidie van het Fonds voor de Letteren kunnen het mogelijk maken om professionele, diepgravende en kritische recensies van boeken gratis aan te bieden op het internet. Dan zal blijken hoeveel mensen erop zitten te wachten. Als het er erg veel zijn, passen de kranten hun beleid misschien opnieuw aan. De plannen bestaan al, nu moeten ze alleen nog gesteund en uitgevoerd worden. De criticus van de eenentwintigste eeuw zal wellicht niet in de krant maar op het internet naam maken. Dat is niet het einde van de wereld. Het is gewoon een nieuw begin.