26/05/08, 12u50
Bart De Wever over de veranderde samenleving sinds de jaren zestig, met de evolutie van de seksuele moraal als voorbeeld
Bart De Wever is voorzitter van de N-VADe inmiddels zo goed als vergeten Italiaanse schrijver, dichter en regisseur Pier Paolo Pasolini - een linkse provocateur en communist, tot hij wegens zijn homoseksualiteit uit de partij werd gezet - vatte de rellen in het kader van mei '68 treffend samen: studenten, zonen van bourgeois, die met stenen gooien naar politieagenten, zonen van arbeiders. De bekende historicus en marxist Eric Hobsbawm geeft in zijn magistrale boek The Age of Extremes geen grote betekenis aan het studentenoproer.
Hij wijt het in hoofdzaak aan het toevallige overaantal van jongeren ten gevolge van de baby boom, een generatie die bovendien voor het eerst de luxe had zich te kunnen vervelen. 'Quand la France s'ennuie', titelde Le Monde zeer profetisch op 15 maart 1968. Over het soort ideologische kretologie dat de voortrekkers van deze nieuwe generatie uitstootte, sprak Nobelprijswinnaar literatuur Anatole France lang voordien al een wondermooie frase: 'Ils se croient neufs pour le monde alors qu'ils ne sont que jeunes dans le monde'.
Buiten de holle slogans van toen is er bijzonder weinig van blijven hangen. Duurzame ideeën of leesbare teksten werden er door de soixante-huitards nauwelijks geproduceerd. Zoals meesterlijk bezongen door Jacques Brel in 'Les bourgeois', sloten de meelopers van die generatie zich na hun studies aan bij het establishment. De Franse professor Jacques Lacan, die er in 1968 nog door de autoriteiten van beschuldigd werd een subversief element te zijn omdat hij openlijk uiting gaf aan zijn sympathie voor de studenten, voorspelde trouwens in 1969 al dat dat zou gebeuren.
Zij die in het volwassen leven toch volhardden in het nieuwe linkse discours werden in het beste geval gauche caviars (het hart links, de portefeuille rechts), in het slechtste geval veroordeelden ze zich tot een politiek marginaal bestaan in partijen als Amada en consoorten. Eigenlijk is het dan ook jammer dat de talrijke terugblikken veertig jaar na mei '68 focussen op het concrete gebeuren en op de hoofdrolspelers in dat jaar, die al bij al geen buitengewone historische betekenis hebben.
Mei '68 is nochtans wel bijzonder relevant, maar dan als verzamelnaam voor de ingrijpende ommekeer die de Westerse samenlevingen sinds de jaren zestig hebben gemaakt. Belangrijkste kenmerk daarvan is het steeds sneller wegsmelten van de sociale normering die gebaseerd was op de traditie van het christendom. God in West-Europa door de voordeur werd weggejaagd (en Allah werd ironisch genoeg langs de achterdeur binnengelaten), maar kwam er niemand om zijn plaats in te nemen. Sociale normering werd afgedaan als betutteling en bevoogding, zaken die de mens alleen maar belemmeren om vrij en gelukkig te zijn. Geen oordeel vellen over het gedrag van anderen, dat geldt vandaag zowat als het toppunt van een gezonde moraliteit.
De impact van deze evolutie op onze samenleving is nauwelijks te overzien. De onvermijdelijke opvulling van het vacuüm van de sociale normen door juridische normen kleurt alle facetten van ons samenleven. Hoe meer de mens zich bevrijdt van sociale normen, hoe meer hij zich immers paradoxaal genoeg moet laten bevoogden door de staat om alles te regelen wat het individu overstijgt. De samenleving als optelsom van unieke klanten bij een tot falen gedoemde overheidswinkel, maakte de mens dan ook vrijer noch gelukkiger. Toch niet als we de statistieken volgen van de laatste veertig jaar over het aantal echtscheidingen, over het aantal volwassenen en kinderen met psychologische problemen, over het gebruik van geneesmiddelen, over de verslaving aan drugs, over agressie in de omgang met elkaar, over het aantal zelfdodingen, en meer.
De wil tot absolute vrijheid voor het individu mondde uit in een levenswijze die zelf de garantie voor daadwerkelijke vrijheid vernietigt, namelijk de gemeenschap met haar zeden en gewoonten. Nergens is dat proces verder gevorderd dan in de seksuele moraal. Wie niet wil doorgaan als kwezel, moet aanvaarden dat de seksuele vrijheid van het individu enkel kan begrensd worden door de seksuele vrijheid van een ander individu. Wat gisteren taboe was, is vandaag bespreekbaar en wordt morgen volksvermaak op televisie. Weg met reactionaire begrippen als goede smaak, geheimzinnigheid, diepgang en terughoudendheid. Het geluk ligt immers in meer seks en het (stilaan hopeloos) zoeken naar taboes om te doorbreken. De ravage die deze evolutie aanrichtte op relationeel vlak is, zoals steeds, het grootst bij de lagere sociale strata. De elite past nu eenmaal zelden op zichzelf toe wat ze aan de massa propageert.
Een samenleving waar men het idee moet lanceren dat jonge koppels best een engagementsverklaring zouden tekenen om hen eraan te herinneren dat ze verwekte kinderen ook behoren op te voeden, heeft behoefte aan een ethisch reveil. Een dat niets te maken heeft met het afplakken van blote borsten of het censureren van vieze prentjes, maar een dat ons terugbrengt naar de wijsheid van Edmund Burke dat het in de eeuwige aard der dingen is vastgelegd dat mensen die geen maat houden niet vrij kunnen zijn.