20/05/08, 09u07
Volgens Marc De Vos is er nood aan een nieuwe consensus over de grenzen van het stakingsrecht Marc De Vos is docent arbeidsrecht UGent, en directeur van het Itinera Institute, onafhankelijke denktank voor duurzame economische groei en sociale beschermingDe staking bij de NMBS zorgt in de media en in de politiek voor een koortsstuip waarbij alle clichés uit de kast komen. De posities zijn voorspelbaar en al jarenlang dezelfde. Werkgevers en liberalen vragen beknotting en minimale dienstverlening, graag met de rechtspersoonlijkheid voor vakbonden erbij. Socialisten en vakbonden zweren bij de onaantastbaarheid van het stakingsrecht als een grondrecht.
Eigenlijk is de patstelling verwonderlijk. Er bestaat een middenweg die de Belgische wetgeving al decennialang erkent, namelijk dat het stakingsrecht zowel fundamenteel als beperkt is. Sinds 1948 is er voor de privésector een wetgeving die "prestaties van algemeen belang" wil garanderen tijdens stakingen. Van de sociale partners, in hun respectieve paritaire comités, wordt verwacht dat ze die prestaties bepalen. In de publieke sector kan de overheid opeisingen doen om vitale behoeften te vrijwaren. Bijvoorbeeld voor gezondheidsdiensten, waterbevoorrading, elektriciteitsbedeling of politiediensten zijn er mechanismen die het fundamentele stakingsrecht verzoenen met een vorm van algemeen belang.
Jawel, er is dus maatschappelijke consensus over grenzen aan het stakingsrecht. Alleen is die consensus gegoten in overjaarse wetgeving. We slagen er niet in hem aan te passen aan de veranderde omstandigheden. Tegelijkertijd blijft het stakingsrecht zelf in België zonder regulerend kader, waardoor een algemeen stakingsscenario ontbreekt. Het voorbeeld van de mobiliteit is symptomatisch. Anno 2008 is mobiliteit veel belangrijker geworden dan in 1948. Het openbaar vervoer neemt daarbij een cruciale plaats in, wordt door de diverse overheden sterk aangemoedigd en heeft daarenboven een belangrijke milieudimensie. Er valt dus iets te zeggen voor een factor "algemeen belang", maar een pragmatisch debat daarover blijkt onmogelijk.
We mogen geen Nirvanahouding hebben. Wie zweert bij een onvoorwaardelijk stakingsrecht vergeet dat geen enkel recht absoluut is en kan verhinderen dat slachtoffers zich tot rechtbanken wenden. De egelstelling over het stakingsrecht leidt tot een sluipende juridisering via geschillen, waarvan de uitkomst voor het stakingswapen uiteindelijk veel onzekerder is dan een afgesproken regeling.
De Europese Unie dreigt hierbij voor een belangrijke versnelling te gaan zorgen. In een recent arrest heeft het Europese Hof van Justitie strenge voorwaarden opgelegd aan elke stakingsactie met mogelijke impact op het vrije verkeer binnen de Europese markt. Zodra dit vrije verkeer voor eender wie beperkt of bedreigd wordt, is staking maar geoorloofd onder strikte voorwaarden. Minder ingrijpende actievormen dan staking moeten eerst uitgeput worden en de staking zelf moet strikt proportioneel zijn aan het nagestreefde belang.
Dit zijn voor België radicale en ongehoorde beperkingen. Europa opent een potentiële goudmijn voor elke advocaat die een staking zoals die bij de NMBS wil aanvechten. Het volstaat één slachtoffer te vinden dat door de staking gehinderd wordt in zijn grensoverschrijdend handelen binnen de EU.
Daarmee is nog niet gezegd dat minimumprestaties de panacee zijn. Ook de aanhangers van een minimale dienstverlening moeten de voeten op de grond houden. Stakingen zijn in eerste instantie machtsconflicten. Wie eenzijdig minimale dienstverlening wil opleggen, moet die ook kunnen en willen afdwingen. En daarmee dreigen stakingen zoals die bij de NMBS te escaleren naar scènes van handhaving die aan politiestaten doen denken. Willen we echt die kant uit?
Zestig jaar na de wetgeving over "prestaties van algemeen belang" is er nood aan een nieuwe consensus over de grenzen van het stakingsrecht. Die kan bestaan uit een modernisering van het systeem van minimale prestaties of uit een algemene modulering van de stakingsprocedure. Als de inertie rond het stakingsdebat blijft, dan krijgen we de slechtste van twee werelden: een ongenaakbare machtsrealiteit waar het moet en een juridisch steekspel waar het kan. Gelukkig heeft België vooral een overleg- en geen stakingstraditie. Maar de lichtheid van het Belgische stakingsrecht is daarom niet minder ondraaglijk.