13/02/12, 09u15
Verslaving is een ziekte. We moeten rokers niet straffen, maar helpen, zegt Lieven Annemans. Hij is hoogleraar gezondheidseconomie aan de UGent en VUB en expert gezondheidszorg bij het Itinera instituut.
-
-
Pedro Brugada's stelling 'de vervuiler betaalt' is enkel aanvaardbaar als ze proactief werkt
De uitval van professor Brugada tegen rokers (DM 11/2) zindert nog na.Volgens hem kan de maatschappij niet langer blijven opdraaien voor de gezondheidsschade die rokers zichzelf en de maatschappij aandoen. Principieel zit er wel een grond van waarheid in zijn stelling: men kan niet blijven dweilen met de kraan open, en het maatschappelijk probleem neemt al jaren enorme proporties aan.
Tabaksverbruik is nog steeds doodsoorzaak nummer één. Jaarlijks sterven meer dan 8.000 (!) Vlamingen aan de gevolgen van tabak. En van al die slachtoffers is een op de vier jonger dan 65 jaar, waardoor jaarlijks meer dan 100.000 levensjaren verloren gaan in Vlaanderen. Naar schatting 10 procent van alle tabaksdoden wordt bovendien verklaard door passief roken.
In een studie die we enkele jaren geleden uitvoerden, berekenden we dat de maatschappelijke kost ten gevolge van roken in ons land zo'nvier miljard euro per jaar is.
Dat rokers dus niet komen zeggen dat het over hun eigen vrijheid gaat, want het recht op vrijheid eindigt daar waar men zijn medemens en de maatschappij schade toebrengt, en dat is hier ontegensprekelijk het geval.
Er moet dus wel degelijk iets gebeuren, en veel meer dan wat we nu al doen. Momenteel geven we per hoofd van de bevolking een bedrag uit van ongeveer 0,25 euro voor preventie van roken en voor rookstopprogramma's. Dit is ongeveer tien maal minder dan wat aanbevolen wordt door de Europese Commissie.
De overheid hinkt al jaren op twee benen: enerzijds is er wel de wil om het aantal rokers te doen dalen (onder andere via de bestaande Vlaamse gezondheidsdoelstellingen) maar anderzijds wil men via taxatie de staatsinkomsten vrijwaren, met de hulp van de rokers.
En de maatschappij trekt hier trouwens aan het kortste eind, want het economisch verlies is veel groter dan de inkomsten uit de taksen.
Toch heb ik bedenkingen bij de oplossing van professor Brugada. Zijn stelling 'de vervuiler betaalt' is enkel aanvaardbaar wanneer ze proactief werkt. Straffen voor gedrag uit het verleden kan volgens mij niet. In dat laatste geval doet men aan blaming the victim, en dan straffen we in eerste instantie de sociaal-economisch zwakkeren. Rokers zijn verslaafd, en verslaving is een ziekte. We moeten ze niet straffen maar ze helpen om van de verslaving af te raken, en - belangrijker - we moeten er veel meer dan nu het geval is voor zorgen dat men er niet aan begint.
Wat moet er dan gebeuren? Volgens mij zijn er vier belangrijke maatregelen nodig.
Preventie zou best veel meer aandacht krijgen en een rookstop moet ondersteund worden. Men zou hier idealiter tien maal meer moeten uitgeven dan nu.
Doeltreffende rookstopmiddelen met een gunstige kosten-baten verhouding moeten volledig terugbetaald worden door de ziekteverzekering.
Rokers die worden behandeld voor een tabakgerelateerde ziekte zou men een contract moeten laten sluiten dat inhoudt dat wanneer ze niet stoppen ze de terugbetaling door de ziekteverzekering van die behandeling verliezen. Dit betekent dat er niet a posteriori gestrafd wordt, wel moet men a priori afspraken maken.
De taksen moeten omhoog zodat een pakje sigaretten meteen minstens twee maal duurder wordt. Niet met als doel de taksinkomsten te verhogen, wel om een zodanig grote prijsstijging te realiseren dat rokers zullen afhaken.
Sommige van die maatregelen vragen federale beslissingen, andere regionale. Er is dus nood aan een algemeen plan met afstemming tussen de verschillende beleidsniveaus. En dat vraagt een slagkrachtig en niet een halfslachtig beleid.