13/02/12, 08u49
Allicht is dit een lichtzinnige bekentenis voor een columnist van deze krant, maar ik heb wat af gezwijmeld bij Whitney Houston. Van 'I Will Always Love You' ken ik ieder woord, elke zucht, alle adempauzes. Hoezo? Geluk is soms pretentieloos.
Een stem.
Nu we dezer dagen toch in een economische hausse van liefde leven, mag ik graag een ode aan de stem brengen. Aan het wonder, vooral. Bij de eerste noot van Whitney wist je: zij is het. Klank als echokamer van een leven. In een stem hoor je alles, zelfs een zingende zaag.
Maar waarom vergeet je sommige stemmen en andere niet? Mysterie. Het lukt me - o schande - niet meer de stem van mijn moeder op te roepen. Die van Jean Gabin nog wel. Who the fuck is Gabin? Maria Callas? Ik ben beneveld, maar altijd achteraf. Martin Luther King is wel meteen stemgewijs gebrandmerkt. De Gaulle? Alreeds rubberen hardhorigheid.
Stemmen zijn ook trampolines.
Hans van Mierlo, Hugo Claus, Willy Brandt... hun stem staat bij mij overeind als een huisorgel. Billie Holiday herken ik, Aretha Franklin niet. Oude liefdes? Vaak stomme films, helaas.
Gaat het om timbre en geheugen? Welnee, de stem zelf draagt of breekt eeuwigheid.
Hugo Camps