31/01/12, 08u00
"Leiderschap betekent niet langer meeheulen met goedkope protestemotie", vindt Marc De Vos, hoofddocent UGent en directeur van het Itinera Institute, denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming.
Het debat over zin of onzin van staken is nog nooit zo groot geweest als in de aanloop naar de nationale staking van gisteren. Het debat over de inzet van de staking is zelden zo klein geweest. Totaal genegeerd is de vraag of het sociaal overleg in dit crisisgewricht nog een deel van de oplossing kan zijn, dan wel een deel van het probleem zal blijven. Betekenen de nationale staking, de virulente reactie bij de werkgevers en de polarisatie in de publieke opinie het einde van het overlegmodel in tijden van crisis? Gaan we terug naar de jaren 1980, met feitelijke of echte volmachten, arbitraire indexsprongen en nul interprofessionele akkoorden?
De komende weken en maanden, terwijl de crisis verergert en begrotingscorrectie nijpt, moet duidelijk worden of vakbonden en werkgevers nog iets meer kunnen zijn dan de hardnekkige verdedigers van hun respectieve groepsbelang. Uiteraard zijn de omstandigheden zeer moeilijk. Maar het is precies in moeilijke tijden dat de zogenaamde sociale partners - de term heeft wel iets wrangs dezer dagen - hun toegevoegde waarde zouden moeten bewijzen. Vooral het beleidsniveau van het interprofessioneel overleg, dat in België institutioneel verankerd ligt, is daarbij aan zet.
Ik zie drie voorwaarden voor een nieuwe dageraad in het sociaal overleg. Vooreerst moeten beide kampen publiekelijk stoppen met de cultuuroorlog van wederzijdse verontwaardiging. Normen en waarden zijn aan beide zijden een aandachtspunt. Jawel, het financieel kapitalisme was de pedalen kwijt. Duurzaamheid is belangrijk in de reële economie. Zo ook persoonlijke verantwoordelijkheid of aandacht voor de jongere generaties, terwijl een cultuur van grenzeloze rechten ons eveneens parten speelt. Iedereen kan Calimero spelen, maar het brengt niemand een meter verder. Waarom geen stijlbreuk beogen en elkaar de hand reiken in een poging te verbeteren in plaats van te veroordelen?
In dezelfde geest wordt best afgerekend met populisme. De boodschap dat de financiële crisis niet de schuld is van de gewone burger en daarom diezelfde burger moet ontzien, ligt populair bij wie de protesttrom wil roeren. Helaas is de zaak veel gecompliceerder. Naast de bankencrisis is er immers de schuldencrisis, de competitiviteitscrisis, de monetaire crisis van de euro, en de vergrijzingscrisis. Premier Di Rupo heeft zich al laten ontvallen dat we nu minder zouden moeten ingrijpen indien we vroeger meer hadden hervormd. Dat we dat niet hebben gedaan en dat we de Belgische overheidsschuld ook te lang te hoog hebben gelaten, is een gedeelde verantwoordelijkheid, ook van de verontwaardigde stakers. Het proces van het verleden maken, is dus alleen nuttig om er lessen uit te trekken voor de toekomst.
Vervolgens is er nood aan leiderschap. Keuzes moeten gemaakt worden en niemand kan de dans ontspringen. Leiderschap betekent niet langer meeheulen met goedkope protestemotie. Het betekent niet alleen naar de achterban luisteren, maar die ook sensibiliseren en overtuigen. Als leiders van vakbonden en werkgeversorganisaties niets meer zijn dan het mandaat dat hun leden en centrales hen wensen te geven, dan zijn ze geen leiders maar luttele vertegenwoordigers. Onze diepe crisisperiode vergt vertegenwoordigers die hun mandaat gebruiken om te leiden. Van toppolitici wordt ook verwacht dat ze de eigen partij meetrekken in moeilijke compromissen. Idem voor het sociaal overleg.
Gelukkig zijn er dossiers te over om een doorstart te maken. Er is de eeuwige processie van het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden. Er is de steeds terugkerende discussie over de loonindexering. Er is de welles-nietes over langer werken, het heikele pensioendossier, enzovoort. Op al deze fronten zou een herboren sociaal overleg mee het verschil kunnen maken. Ontslag moderniseren, breder en creatiever voor competitiviteit gaan, langer werken realistisch maken, aanvullende pensioenfinanciering uitbreiden: de kansen voor herkansing van het sociaal overleg zijn legio.
Zullen de overlegpartners van weleer elkaar terugvinden of blijven ze sociale oorlog voeren? Misschien is het naïef te hopen op redelijkheid en verzoening in een jaar van vakbondsverkiezingen, nieuwe begrotingsingrepen en confronterende stakingen. Maar het zou in elk geval heel pijnlijk zijn te moeten vaststellen dat het ooit geroemde overlegmodel een luxeproduct is geworden dat alleen de verdeling van de vooruitgang aankan.