28/01/12, 10u08
Jenneke Christiaens en Els Dumortier zijn verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
-
-
De verlaging van de leeftijd waarop jongeren boetes kunnen krijgen, zal niet tot minder plaatsingen leiden maar wel tot meer intolerantie tegenover jongeren
Naar aanleiding van het voorstel van minister Milquet over de verlaging van de leeftijd in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS), verdedigt de burgemeester van Antwerpen zijn "genuanceerde" opinie in De Morgen. De argumenten die hij aanhaalt, overtuigen niet.
Ten eerste beweert Janssens dat de GAS er noodgedwongen kwamen. Kleine overtredingen leidden immers al te gemakkelijk tot seponeringen door het parket, dat het te druk had met de afhandeling van 'echte' criminaliteit. Vraag rijst echter of de GAS dan de enige mogelijke oplossing was en is tegen lokale, irriterende gedragingen. Het antwoord is uiteraard neen. Evenzeer had geïnvesteerd kunnen worden in buurtwerking, opbouw, uitbreiding van het aantal vrederechters om lokale conflicten op te lossen, enzovoort. De keuze voor de GAS heeft dan ook alles te maken met de wil om de politionele macht van de burgemeesters te versterken.
De GAS is volgens Janssens geen stok om mee te slaan, maar een stok achter de deur. Met minderjarigen wordt er in Antwerpen eerst bemiddeld (zoals de wet voorschrijft). Die bemiddeling lijkt wel eerder uit te draaien op een soort sociaal onderzoek van de jongere en zijn familie. Alles gebeurt (uiteraard!?) met als doel de jongere weer op het rechte pad te krijgen. Alleen is de vraag: wie zijn deze gespecialiseerde gemeentelijke 'bemiddelaars', die het probleem van de minderjarige en zijn gezin al snel kunnen doorgronden én er ook het ideale antwoord op kennen? Wat is hun bevoegdheid om informatie over de minderjarige en zijn gezin, schoolcarrière en vrije tijd te verzamelen? Deze GAS 'bemiddeling' is in Antwerpen blijkbaar een soort sociale hulpverlening onder dwang (stok achter de deur) geworden. Alleen is dat nu net geen bevoegdheid van de Antwerpse lokale overheden.
Zowel burgemeesters als minister benadrukken de noodzaak van de verlaging van de GAS-leeftijd. De evidentie hiervan zouden wij als wetenschappers in vraag durven stellen. Wat weten we over deze overlast van stedelijke jongeren en de lokale aanpak ervan? Onafhankelijk onderzoek naar de praktijk van de GAS is, naar ons weten, onbestaande. En ook burgemeester Janssens laat niet in zijn kaarten kijken. Om hoe veel en welke jongeren gaat het? Gaat het vooral om jongens van etnische minderheden of richten de GAS-ambtenaren hun pijlen op upper-classjongeren? Zijn we al aanbeland in Engelse toestanden, waar jongeren geen 'hoodies' mogen dragen en daarvoor een 'anti-social behaviour order' (ASBO) kunnen krijgen? Geen onafhankelijke onderzoeker of observator die het weet. Het is dan ook onmogelijk om een degelijk en gefundeerd (maatschappelijk) debat te voeren.
DemagogieHierdoor niet gehinderd, haalt burgemeester Janssens op het einde van zijn opiniestuk het groot geschut boven. Hij plaatst ons voor de zogenaamde rechtvaardigheidstest. Wat is beter: kinderen op hun twaalfde met zachte maar kordate hand op het juiste pad trekken of ze laten ontsporen tot ze enkel thuishoren in de gemeenschapsinstellingen? Elke normale en vooral goedgelovige persoon geeft de burgemeester gelijk.
Alleen: het is een demagogisch rad voor de ogen van de 'brave' burger. Gelooft Janssens werkelijk dat de uitbreiding van de GAS tot minder geplaatste jongeren zal leiden in de toekomst? Criminologen wijzen er al meer dan dertig jaar op dat dit soort 'early intervention'-beleid vooral leidt tot 'netwidening'. Het 'vangnet' van bestraffing, interventie en beboeting vergroot en de mazen van het net verfijnen. Gevolg: steeds meer kinderen op steeds jongere leeftijd worden voor steeds meer (jeugdig) gedrag gecriminaliseerd en geproblematiseerd. De verlaging van de GAS-leeftijd zal dus niet tot minder plaatsingen leiden maar wel tot meer intolerantie ten aanzien van jongeren.
Zij die pleiten voor een verlaging van de GAS-leeftijd en de responsabilisering van 'overlast'-kinderen moeten zich dan ook de volgende vraag durven stellen: is het de verantwoordelijkheid van de 'overlast'-kinderen dat er een scholentekort is, een tekort aan sociale woningen, een tekort aan vrije ruimte, een groeiende kloof tussen arm en rijk, een hoge jeugdwerkloosheid, een intolerante samenleving met een latent en niet zo latent racisme?
Het internationaal onafhankelijke en gerenommeerde Comité voor de Rechten van het Kind heeft er alvast zijn twijfels bij en vraagt België "met aandrang" om de GAS in overeenstemming te brengen met het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Dat wil zeggen: het behoud van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid op achttien jaar. Maar het Comité voor de Rechten van het Kind besteedt veel aandacht aan de verplichtingen van de overheid, ook dus van de (nota bene socialistische!) burgemeesters, om voor een degelijke levensstandaard en goede scholing te zorgen... voor álle jongeren.