Blijf aan boord, verdomme!

Marc Hooghe − 21/01/12, 09u49

Marc Hooghe analyseert het incident-Muyters. Hooghe is hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.

  •  Ministers genieten in België het voorrecht dat ze enkele tientallen partij-getrouwen rond zich mogen verzamelen in een kabinet, iets wat in meer beschaafde landen haast ondenkbaar is  
Als er één politicus tegenwoordig stoïcijns alle stormen doorstaat, dan is het wel Vlaams minister-president Kris Peeters. Gisteren kon hij met een gladgestreken Teflon-gezicht aankondigen dat het incident-Muyters wat hem betreft gesloten is. Dat beeld hadden we eerder al gezien: een jaar geleden moest Peeters op identiek dezelfde manier de schade beperken na de ongelukkige communicatie vanuit het kabinet-Lieten. Peeters weet zijn schip nog op koers te houden, maar echt hartelijk kun je de sfeer binnen de regering toch niet noemen. Het fundamentele probleem is dat de minister-president het zich nu niet kan permitteren dat de N-VA de ploeg zou verlaten. We kunnen alleen maar vermoeden dat Muyters gisteren op de ministerraad spitsroeden heeft moeten lopen, maar het eindoordeel was dus een welgemeend: 'Resta a bordo, cazzo!' (Blijf aan boord, verdomme). Er is binnen de Vlaamse regering niet zo veel sympathie voor deze brokkenpiloot, maar zijn partij moet nu eenmaal aan boord blijven.

Gedurende heel de lange regeringscrisis op federaal niveau is Peeters erin geslaagd zijn regering normaal te laten werken. De afgelopen weken lijkt het echter alsof de verzuring van de politieke relaties ook op het Vlaamse niveau invreet. Dat hoeft op zich niet te verwonderen. Als je kijkt naar beelden van de debatten in de federale Kamer, dan valt het op hoe hard de toon is geworden. Uiteraard is het altijd de plicht van de oppositiepartijen geweest om oppositie te voeren, maar meestal worden daarbij toch zekere omgangsvormen in acht genomen. De verbittering bij de oppositie is nu dermate groot dat ook die geplogenheden zijn weggevallen. Om maar één tekenend voorbeeld te geven: het valt op dat N-VA-mandatarissen de premier vaak aanspreken met 'mijnheer Di Rupo'. Vorige premiers werden steevast aangesproken met 'mijnheer de eerste minister'. Maar blijkbaar vindt men die aanspreking van te veel eer getuigen voor een Waalse socialist.

Maar het gaat dieper dan die loutere beleefdheidsvormen. Als je alle communicatie van de afgelopen weken, over koninklijke dotaties, belastingen en hypothecaire aftrekken, overloopt, dan valt het toch wel op dat er vaak moedwillig verwarring wordt gezaaid. Die verrottingsstrategie werd deze week ook toegepast door minister Muyters die doodleuk verklaarde dat we na 2014 "nog wel zullen zien" of mensen hun hypothecaire lening verder zullen mogen aftrekken. Een dergelijke uitspraak past in een potje armworstelen tussen de gewesten en de federale regering: de gewesten willen graag meer bevoegdheden, zolang het federale niveau daarvoor maar betaalt. Maar het is onvermijdelijk dat een dergelijke uitspraak verwarring zaait bij de mensen, en Peeters mocht weeral uitrukken om een volstrekt overtollig brandje te blussen.

Die verzuring van de relaties tussen N-VA enerzijds, en christen-democraten, socialisten en liberalen anderzijds, laat zich ook voelen op het Vlaamse niveau. In die omstandigheden is het ondenkbaar dat men een dergelijke blunder van een N-VA-politicus links zou laten liggen, vooral als hij al wat uitschuivers op zijn actief heeft. Zoals in het verleden ook al het geval was bij andere excellenties functioneert ook hier weer een kabinetsmedewerker als zondebok. Dat excuus lijkt vreemd genoeg nog te werken ook. Men vergeet daarbij dat ministers in België het haast middeleeuwse voorrecht genieten dat ze enkele tientallen partijgetrouwen rond zich mogen verzamelen in een kabinet, een privilege dat in meer beschaafde landen zoniet afgeschaft, dan toch flink gereduceerd werd om op die manier de administratie toe te laten te zorgen voor de continuïteit van het beleid. We moeten in België toch eens kiezen: als we toelaten dat ministers hun eigen hofhouding uitbouwen, dan volgt hieruit ook dat ze zelf politiek verantwoordelijk zijn voor wat hun vazallen allemaal uitspoken.

Moeilijke evenwichtsoefening
Volgende week mag Muyters het dus nog eens allemaal komen uitleggen in het Vlaams Parlement. Als de meerderheidspartijen achter hem blijven staan, dan zal dat niet veel meer zijn dan een zoveelste publieke vernedering voor de bewindsman. De uitslag van de stemming in het parlement ligt dan ook al vast: de Vlaamse regeringsploeg lijkt vastbesloten om in deze samenstelling de eindmeet te halen.

Dat belooft de komende twee jaar een moeilijke evenwichtsoefening te worden. Op het federale niveau heeft de N-VA gezworen de zesde staatshervorming te vuur en te zwaard te bestrijden. Tegelijk zullen de N-VA-ministers in de Vlaamse regering echter op een loyale manier die staatshervorming moeten uitvoeren. Het pakket bevoegdheden en financiële middelen dat de komende jaren wordt overgeheveld is bijzonder omvangrijk, en de hele overdracht zal erg complex worden. Het geheel is zo ondoorzichtig dat het zeer gemakkelijk is voortdurend verkeerde informatie te spuien, en zo de bevolking te misleiden. De regering Peeters-II heeft de afgelopen twee jaar de federale crisis goed doorstaan, maar de regering komt nu in een mijnenveld terecht waarbij concrete afspraken moeten worden gemaakt over vaak heel technische dossiers. Het is daarom cruciaal dat het federale niveau en de gewesten de komende jaren goed samenwerken om die overdracht te regelen, zonder dat er onderweg hiaten vallen. Die vorm van federale loyaliteit is levensnoodzakelijk, zeker voor diegenen die altijd beweren dat meer Vlaamse autonomie garant staat voor beter bestuur.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />