19/01/12, 07u17
Lien Verpoest, onder meer coördinator van de Werkgroep Vrouw & Universiteit van de KU Leuven, legt uit hoe enkel een federaal beleidsplan de doorstroming van vrouwen naar de top kan stimuleren. "Het feit alleen al dat vrouwen onder de indruk zijn van mannen die zelf hun kinderen van school gaan halen of de strijk doen, toont aan hoe scheefgetrokken de situatie is."
Of ik een opiniestuk zou willen schrijven over de combinatie werk en gezin voor de krant van donderdag, daar belde de redactie me woensdagvoormiddag voor. "Met veel plezier", antwoordde ik, "maar ik moet eerst nog snel even de kinderen van school gaan halen en bij hun oma afzetten". Het thema van het opiniestuk, daar zat ik op dat moment midden in, zeg maar.
Het is eigenlijk bijzonder ironisch: nog nooit zijn er meer vrouwen aan het werk geweest, en net daardoor is de druk die de combinatie werk-gezin met zich meebrengt nog nooit zo zwaar geweest. Deze patstelling wordt de double burden genoemd; vrouwen die professioneel actief zijn, blijven daarnaast ook vaak de primaire zorgdragers die een centrale rol bekleden in het gezinsgebeuren; zorg voor de kinderen, voor het huishouden, zorg voor bejaarde ouders. Arlie Hochschild noemde het de Second Shift: als je thuiskomt na je werk wacht er nog een hoop ander werk op je, een tweede job. Wat is het probleem, zou men kunnen zeggen, vrouwen willen toch een carrière? Dat is zo, en de hoge graad van professionele activiteit onder vrouwen is zeer positief te noemen, ware het niet dat die double burden veel vrouwen verhindert om door te groeien naar hogere functies. Meer nog, sommige vrouwen gaan net omwille van deze zware combinatie werk en gezin op een bepaald moment minder of deeltijds werken, en dit heeft serieuze repercussies op hun carrièretraject.
Lange termijnIn een studie in opdracht van de Vlaamse regering over de combinatie van arbeid en gezin (Glorieux, Laurijssen en Koelet 2009) wordt aangetoond hoe vrouwen veel meer dan mannen opteren voor deeltijds werk als combinatiestrategie. Een andere combinatiestrategie voor vrouwen is op zoek gaan naar een baan met een lagere taakbelasting. Dit betekent echter meestal een baan met minder verantwoordelijkheden, en levert vrouwen een comparatief nadeel op bij het doorgroeien naar leidinggevende functies.
Confronterend in deze studie is ook dat de onderzoeksresultaten aantonen dat gezinsvorming voor mannen weinig impact heeft op hun loopbaanontwikkeling, en dat deeltijds werk bij de bevraagde mannelijke respondenten (geboren in 1976) nauwelijks voorkwam.
Meer nog dan de quotadiscussie die de laatste jaren sterk aanwezig was in het maatschappelijk debat, moet er vooral aandacht komen voor dit combinatieprobleem dat mee aan de basis ligt van de beperkte doorstroming van vrouwen naar de top. Aan de KU Leuven zitten we in de eerste fase van een onderzoeksproject waarbij vertrokken wordt vanuit het double burdenprobleem om een oplossingsgericht model te ontwikkelen. Net omdat deze problematiek zo complex is en zich situeert op de grens tussen werk en privésfeer is er een federaal beleidsplan nodig dat bevoegdheidsoverschrijdend is qua opzet.
Dit is de enige manier om te vermijden dat enkel deelaspecten zoals quota of kinderopvang aangepakt worden, die op termijn slechts een symbolische druppel op de hete plaat riskeren te zijn. Dergelijke initiatieven moeten deel uitmaken van een langetermijnstrategie waarbij men naast concrete maatregelen die combinatie werk-gezin haalbaar maken ook gaat inzetten op bewustmakingsprocessen en empowerment van vrouwen én mannen; mentoringprojecten, een vaste emancipatieambtenaar niet alleen bij de Vlaamse overheid maar ook op federaal niveau en bij bedrijven, etcetera. Pas als gelijke kansen voor vrouwen en mannen mentaal de norm wordt, zal het ook feitelijk de norm kunnen worden.
Natuurlijk kan het ook anders; ik zie veel jonge vaders aan de schoolpoort staan. Dat steeds meer mannen ouderschapsverlof opnemen is een positief signaal. Maar toch. Het feit alleen al dat wij vrouwen onder de indruk zijn van mannen die zelf hun kinderen van school gaan halen of de strijk doen toont aan hoe scheefgetrokken de situatie is. Waarom zijn wij daar zo van onder de indruk? Dit zou geen unicum mogen zijn. Een man die deeltijds werkt en het leeuwendeel van het huishouden en de zorg voor de kinderen op zich neemt, kom je niet vaak tegen. Een vrouw die dit doet kom je maar al te vaak tegen. Dit zijn de vrouwen die hun loopbaan aanpassen in functie van hun gezin, en daar de professionele gevolgen van moeten dragen.
Zo lang dit evenwicht zoek is, kunnen positieve, ondersteunende overheidsmaatregelen deze scheve situatie rechttrekken. Zo wordt een inclusieve strategie waarbij een vrouw niet hoeft te balanceren op het dunne koord tussen werk en gezin, maar voldoening kan halen uit een bevredigende combinatie van beiden - zonder daarbij in te boeten op haar carrièrekansen - misschien ooit nog een haalbare kaart.