17/01/12, 08u17
René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, denktank van de PvdA, en columnist van de Volkskrant, vindt Magnettes politieke gezags- en legitimiteitsvraag aan Olli Rehn controversieel maar begrijpelijk. Hij schreef deze bijdrage voor De Morgen.
Voor een Nederlandse waarnemer van het plotsklaps uitgebarsten Belgische Europadebat zijn het verwarrende tijden. Dat de uitspraken van PS-minister Paul Magnette zo'n ophef veroorzaakten, verraste misschien nog wel meer dan die uitspraken zelf. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de hele affaire Magnette - Magnette-gate - aan Nederland voorbij is gegaan. NRC Handelsblad en de Volkskrant hebben er niets over gemeld, of het moeten miniberichtjes zijn geweest waar ik over heen heb gelezen. Het was een collega van de Franse PS, nota bene, die mij attendeerde op de uitspraken van Magnette. Niet in De Morgen, maar in Le Soir. Dat spreekt. Zonder de francofone relatie tussen PS Brussel en PS Parijs was ik, als Hollander, dus niet op de hoogte geweest.
Hoe de uitspraken en de opwinding te beoordelen? Magnette heeft, onvermijdelijk en terecht, ook in België het taboe doorbroken dat er op Europakritiek bestond. Het kritiseren van de Europese Unie stond lange tijd, ook in Nederland, gelijk aan levensgevaarlijk nationalisme. Wie ook maar iets wilde afdingen op de integratiekoers van het Europees project, werd lange tijd gedemoniseerd als iemand die de lessen van de Tweede Wereldoorlog niet wilde begrijpen. Kritische vraagtekens plaatsen bij eliteproject Europa werd het alleenrecht van extreem- en populistisch-rechts. Weldenkende mensen hielden zich daar ver van.
RamkoersIk heb dat wel eens 'de verplichte ideologie van het europisme' genoemd. Dat is de ideologie die voorschrijft dat alles wat Europa en de Europese Unie aankleeft moet worden toegejuicht. Ja, dat elke kritiek op Europa, op de integratie, op de Europese instellingen bloedlink is, omdat ze het toch al zo kwetsbare draagvlak bij de bevolking voor de Europese eenwording zou kunnen ondermijnen. Het europisme stelt: er is maar één Europa, één Europese Unie, één vorm, één route van Europese integratie. Men is Europagezind of men is nationalist. Men is voor de door de EU gegarandeerde vrede en welvaart of men is daartegen. Geen keuzes, nuances, opties. Zwart of wit.
Een dergelijk 'europistisch' taboe op Europakritiek werd in Frankrijk en Nederland geslecht door de referenda over de Europese 'grondwet'. En dat taboe is gelukkig nooit meer teruggekeerd. Dat de Europese Unie het als Unie van nationale democratieën zelf niet zo nauw neemt met democratische principes, is één ding. Maar dat men een technocratisch centralistisch bestuur van een imperium van 500 miljoen inwoners, een hybride mix van superstaat én supermarkt, niet zou mogen kritiseren, dat is totaal strijdig met de Europese democratische tradities.
Dat geldt nog meer nu men ramkoerst op diepere integratie door gemeenschappelijk economisch bestuur. Nationale, democratische volkshuishoudingen komen op een ongekende manier onder curatele te staan van de eurocratische expertgemeenschap, die er een neoliberaal monetair fundamentalisme als levensfilosofie op na houdt.
Het is daartegen dat Paul Magnette met reden protesteert. Who the hell is eurocommissaris Olli Rehn om de Belgische bevolking financieel te disciplineren? 'Begrotingsdiscipline' mag dan boekhoudkundig clean en politiek neutraal klinken, het heeft de nare eigenschap - zeker in conservatief-neoliberale tijden - om de onderkant van de samenleving hardvochtig te treffen en de bovenkant te ontzien. Uitkeringsgerechtigden, ambtenaren, zieken en gehandicapten: het zijn altijd dezelfden die vo
or 'begrotingsdiscipline' geslachtofferd worden. Magnettes gezags- en legitimiteitsvraag aan Olli Rehn is controversieel maar begrijpelijk. Nationale lidstaten zijn geen monetaire kolonies van de Europese Commissie. No taxation without representation, en een van de grote drama's van Europa is dat mensen, zeker de non-elites, zich niet gerepresenteerd voelen door en binnen de EU.
GetormenteerdWat, tot slot, het Belgische Europadebat verwarrend maakt, zijn de posities van de hoofdrolspelers. Met zijn kritiek op het antidemocratische en neoliberale karakter van de EU mag Magnette dan een punt hebben, het is de vraag of hij als politicus van de Waalse PS het best geplaatst is voor die kritiek. Is de PS niet de PASOK van Noord-Europa? Een cliëntelistische, licht corrupte, niet-hervormde socialistische partij, met als verdienste dat men het rechtspopulisme en neoliberalisme heeft weten in te dammen, maar wel tegen een hoge sociale en financiële prijs. En wat te denken van Bart de Wever en zijn N-VA? Dat is de enige pro-Europese populistische partij in Europa, die de Europawijk te Brussel juist wil inzetten als stormram tegen de 'transferunie' tussen Vlaanderen en Wallonië. En dan is daar natuurlijk nog Guy Verhofstadt, geliefd en verguisd in Nederland als gepassioneerd hyper-eurofiel, zoals die alleen voorkomt in landen met een getormenteerde nationale identiteit.
Het lijkt me de verdienste van Magnette dat hij nu ook in België een onbevangen Europadebat geforceerd heeft. Er staat veel op het spel. Krijgt eliteproject Europa ook de niet-elites mee, of zal de eurocrisis de Europese populismecrisis juist verhevigen? Dreigt de EU in plaats van een antinationalistisch project geen antidemocratische constructie te worden, waarin democratie vervangen wordt door technocratisch expertendom? Zal een begrotingsunie de onderlinge Europese solidariteit versterken, of juist het nationalisme ontketenen dat Europa wil overstijgen? Dat zijn kernvragen die taalgrenzen aan hun laars lappen.