16/01/12, 10u45
Mits intelligent herschikken en investeren maakt Vlaanderen tegen 2020 kans op een kunstenlandschap uniek in Europa, betoogt Jan Goossens, artistiek directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel.
-
-
Cultureel ondernemerschap en mecenaat mogen worden gestimuleerd, maar in een regio met een kleine markt en zonder tradities op dat vlak kunnen zij amper een substituut voor subsidies zijn
Begin januari is New York even het Mekka van de internationale podiumkunsten. Tijdens een hele reeks festivals en symposia geven Amerikaanse en internationale artiesten het beste van zichzelf. De oogst was ook dit jaar weer gemengd en het blijft keihard knokken voor onze collega's in het land van Obama. De aanpak van de nieuwe patron van de National Endowment for the Arts, zowat het Amerikaanse ministerie van cultuur, is daar niet vreemd aan.
'Art Works' is de slogan waarmee Rocco Landesman uitpakt sinds Barack Obama hem in 2009 benoemde. Landesman verdiende zijn strepen als cultureel ondernemer en is eigenaar van een pak commerciële theaters op Broadway. 'Kunst werkt' neemt hij eerder letterlijk in zijn beleid. Alles is erop gericht de economische troeven van de cultuursector in de verf te zetten. Tewerkstelling, eigen inkomsten, impact op steden en andere sectoren: daar gaat het om. Niks op tegen uiteraard, al moeten theater en dans het altijd afleggen tegen film en populaire muziek. En wat jammer is: in zo'n visie is geen ruimte voor de intrinsieke en immateriële waarde van kunst en het belang van fragiele initiatieven met een moeilijk kwantificeerbare 'werkkracht'. Die sneuvelen dus geregeld. Internationale culturele samenwerkingsverbanden die niet enkel om prestige draaien bijvoorbeeld. Landesman schrapte net de financiering van het 'Africa Consortium' waarin enkele van de beste Amerikaanse cultuurhuizen zich hadden verenigd.
Al jaren smeden ze solide banden tussen Afrika's voornaamste artiesten en de VS. Dat kost geld en levert geen fortuinen op. Nu krijgen ze plots geen dollar meer. En dan hebben we het niet eens over de algemene positie van wat avontuurlijke podiumkunst is in de VS. Alle baanbrekende Amerikaanse artiesten van de voorbije decennia, van William Forsythe over de Wooster Group tot Nature Theater of Oklahoma, overleven dankzij Europees geld. In de theaters van Landesman op Broadway zal je hen nooit zien. Daar is het rijk aan de saaie mainstream of de pure commercie - afgeleefd repertoiretheater voor een oud publiek of de draak Spiderman op muziek van Bono en The Edge. Omgekeerd kunnen de meeste Amerikaanse festivals enkel buitenlands werk programmeren als het deels of helemaal wordt betaald door Europese ambassades.
Gezond verstand2012 wordt een belangrijk jaar voor alle Vlaamse culturele organisaties in het kunstendecreet. In juni wordt beslist over hun middelen voor de volgende vier jaren. In tijden van budgettaire schaarste dreigt het hard tegen hard te worden. Het ene huis tegen het andere, sector tegen commissies, minister en regering tegen alle voorgaanden. Toch gaf minister-president Peeters bij het begin van dit jaar een eerder positief signaal voor de korte termijn. Al moet Vlaanderen in 2012 extra besparen, van de cultuur worden in principe geen bijkomende inspanningen gevraagd. Het getuigt van gezond verstand: snijden in cultuur levert amper iets op als je kijkt naar de globale sanering die, zo zegt men toch, onvermijdelijk is. Terwijl iedere beweging van de kaasschaaf serieuze schade toebrengt aan kwetsbare culturele initiatieven waaraan jaren werd gesleuteld. Het is wat Vlaams parlementslid Bart Caron mooi toont in zijn recent verschenen boek Niet de kers op de taart: het Vlaamse culturele landschap is rijk geschakeerd en bestaat bij gratie van delicate evenwichten.
Of het nu met de hakbijl of met de kaasschaaf is: daar kom je niet ongestraft aan. Dat betekent niet dat er nooit stevig aan de boom mag worden geschud. Het wil evenmin zeggen dat we als culturo's meteen moord en brand moeten schreeuwen wanneer dat niet geheel naar onze goesting is. Het vereist wel een basisvertrouwen tussen cultuur en politiek. Peeters' uitspraak is een stap in de goede richting, maar het is slechts een begin. Tot nu toe was het zwijgen van deze Vlaamse regering over cultuur oorverdovend. En als in buurlanden als Nederland en het Verenigd Koninkrijk de botte bijl de hele cultuurwereld aan spaanders slaat, dan ontstaat hier uiteraard ook enige nervositeit.
Hopelijk leiden de ad-hoc gevechtjes in 2012 er niet toe dat we het zicht op de lange termijn uit het oog verliezen. Over 'Vlaanderen in Actie' gesproken: hoe willen we dat het Vlaamse cultuurlandschap er in 2020 uitziet? In deze ronde moeten een aantal keuzes en evenwichten worden herzien. Voor sommigen wordt het allicht wat minder. Maar het is even belangrijk dat iedereen duidelijk zegt: op de lange termijn gaan wij niet voor een Amerikaans model en het gidsland Nederland zullen wij deze keer niet volgen. Vlaanderen krijgt van zijn artiesten en cultuurhuizen waar voor zijn geld, en afbouwscenario's zijn een slecht idee.
Cruciale zaken als participatie en internationalisering lijden daar meteen zwaar onder. Cultureel ondernemerschap en mecenaat mogen worden gestimuleerd, maar in een regio met een kleine markt en zonder tradities op dat vlak kunnen zij amper een substituut voor subsidies zijn. Gesteld dat dat überhaupt wenselijk zou zijn. Daar mag de culturele sector zelf luider op hameren dan in deze bange en stille dagen het geval is. Een cultuurminister mag de verdediging van een sector dan weer niet teveel overlaten aan haar commissies, die zich in onderlinge twisten dreigen te verliezen.
En tenslotte is cultuur ook de verantwoordelijkheid van een hele regering, niet enkel van één minister en haar partij. In Nederland zeggen cultuurmensen dat geen enkel ander kabinet, met welke partijen dan ook, de cultuurbesparingen van staatssecretaris Zijlstra vandaag ongedaan zou maken. 2012 zou in Vlaanderen het bewijs van het tegendeel moeten leveren: dat sector, commissies en vooral alle democratische partijen samen garant staan voor een dynamisch, flexibel en ambitieus cultuurbeleid tot in 2020.
Naast een probleem biedt deze crisis Vlaanderen ook een kans in zijn verhouding tot zijn kunstenlandschap. Op voorwaarde dat er verstandig wordt herschikt en ook geïnvesteerd kan het tegen 2020 een enorme voorsprong nemen op landen als Nederland waar het kind met het badwater wordt weggegooid.