Kris Van Berendoncks en Peter Bursens −
13/01/12, 08u26
De Europese commissie gaat te ver met het opleggen van maatregelen, verklaarde Paul Magnette in deze krant. Kris Van Berendoncks en Peter Bursens over de uitspraken van en reactie op de minister. Van Berendoncks en Bursens zijn politicologen aan het Antwerp Centre for Institutions and Multilevel Politics (ACIM), Universiteit Antwerpen.
-
-
Teleurstelling bij socialisten over een Europese sociale agenda kan de verdeeldheid over de toekomstige rol van de EU nog verder aanscherpen
-
Consternatie en verontwaardiging in de Wetstraat! Minister Paul Magnette durfde het in een interview met De Morgen zowaar aan om de rol van de Commissie in twijfel te trekken: "Waar haalt Europees commissaris Olli Rehn de legitimiteit vandaan om een streng besparingsbeleid te eisen van de Belgische regering?" De demarche van PS minister Magnette werd onmiddellijk overladen met bakken kritiek. Zelfs naar Twitternormen was de snelheid van de reacties verbazingwekkend. Blijkbaar vinden de meeste Belgische partijen het nog steeds not done om het beleid van de Europese Commissie in vraag te stellen.
De reactie van CD&V minister Vanackere is tekenend voor de christendemocratische pro-Europese traditie: de Commissie is een technocratische bondgenoot voor kleine landen, wat uit de EU neerdaalt is bijna per definitie goed voor België. Ook Open Vld en N-VA scharen zich dezer dagen graag achter het begrotingsbeleid van de EU: het past perfect in hun eigen economische discours.
Het hoeft niet te verbazen dat de kritiek net uit de mond van Magnette komt. In een niet zo ver verleden was hij als ULB-professor betrokken in een academisch debat over de legitimiteit van Europese besluitvorming. Toch dienen we zijn kritiek niet alleen te begrijpen als een uitlopertje van een persoonlijke academische gedachtegang. Recent onderzoek van de Universiteit Antwerpen bij Belgische politici toont immers aan dat ze helemaal niet zulke eenduidige opinies hebben over de richting waarin de EU moet evolueren. Meer bepaald over de vraag of de instellingen gebaseerd moeten zijn op technocratische dan wel op democratische principes, zijn ze net erg verdeeld.
Het beeld van een eensgezinde pro-Europese politiek is meer façade dan werkelijkheid. Socialisten (en groenen) in het bijzonder zijn al langer erg kritisch ten aanzien van het beperkte democratische gehalte van het Europese besluitvormingsproces. Tot dusver deinsden ze er echter altijd voor terug om voluit te gaan met deze kritiek.
Commentaar op de EU werd immers steeds gemarginaliseerd tot de nationalistisch geïnspireerde oppositie van radicaal-rechtse partijen. Peilingen gaven bovendien aan dat de kiezer helemaal niet geïnteresseerd was in de EU en ook de media bleef lange tijd blind voor de relevantie van het Europese niveau. Er was met andere woorden geen electoraal strategische reden voor Belgische partijen om zich te profileren met standpunten over Europese politiek.
KenteringMaar daar blijkt nu ook eindelijk in België verandering in te komen. Jarenlang verkeerde de EU in België in een soort van sluimerende winterslaap: verkiezingen voor het Europees Parlement werden gedomineerd door binnenlandse thema's, de zeldzame debatten over de EU waren niet meer dan een opbod in pro-Europese standpunten, de parlementaire controle beperkte zich tot het volgzaam goedkeuren van op Europees niveau bereikte akkoorden. De financiële en economische crisis plaatst de EU echter al bijna twee jaar lang dag na dag op de voorpagina's van de kranten en bij de hoofdpunten van de journaals. Net zoals in Nederland draagt de Europese actualiteit het potentieel in zich om de stille consensus te doorbreken. In 2005 konden we zien hoe het organiseren van een referendum rond het Grondwettelijke Verdrag leidde tot een kentering in de Europese retoriek van vele Nederlandse politici. Een land waar een pro-Europese houding eveneens gepaard ging met weinig Europese belangstelling van politici, bleek plots vatbaar voor een kritische opstelling ten aanzien van de EU. Sindsdien deinzen ook Nederlandse politici van traditionele partijen er niet voor meer terug om de rol van de EU openlijk in twijfel te trekken.
Staat de kritiek van Magnette voor de voorbode van eenzelfde kentering in de Belgische politiek? Uit onderzoek blijkt dat dit enkel het geval is wanneer de politieke agenda van de EU zich vermengt met bestaande binnenlandse politieke breuklijnen en meerderheid - oppositie verhoudingen. Het ongenoegen van Franstalige socialisten over het neoliberale recept van de Commissie toont aan dat die ingrediënten nu aanwezig zijn. Teleurstelling bij socialisten over een Europese sociale agenda kan de verdeeldheid over de toekomstige rol van de EU nog verder aanscherpen. Overigens is een potentieel kritische houding geen monopolie van de socialisten. Als de Europese Commissie ooit oordeelt dat Turkije klaar is om te treden tot de EU zal dat zwaar op de korrel genomen worden door N-VA. Zelfs CD&V zal hiervoor niet immuun zijn, zeker niet als ze ooit weer in een oppositierol gedwongen wordt. Gewaagde voorspellingen? Geenszins. Ze zijn gestoeld op onderzoek bij Belgische politici waaruit blijkt dat de opinies ten aanzien van de EU veel meer met strategische politieke overwegingen te maken hebben dan met diepgewortelde overtuigingen. Hierdoor zijn ook Belgische politici sterk vatbaar voor de Europese waan van de dag en dus veel minder stabiel pro-Europees dan we lange tijd dachten.
En misschien krijgen we daardoor ooit wat tot dusver in België onmogelijk geacht werd: een verkiezingsstrijd rond Europese thema's. Onvermijdelijk zal dit leiden tot een veel genuanceerdere houding van België ten aanzien de Europese instellingen en het Europese beleid. De democratische legitimiteit van de EU en bij uitbreiding van ons hele politieke bestel kan er alleen maar wel bij varen.