12/01/12, 09u05
In de Antwerpse diamantaffaire gaat het eigenlijk om een gezellig ouderwets ideologisch debat, dat van de klassenjustitie, stelt politiek commentator Yves Desmet.
-
-
Met de fraude van de Antwerpse diamantairs alleen kun je dus alle Belgische leefloners een kwartaal lang uitbetalen
Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal geen van de Antwerpse rechters die deelnamen aan het 'cultureel uitstapje' van de Indiase jaïn-tempel, betaald en georganiseerd door de Antwerpse diamantlobby, het ooit in zijn hoofd halen om een van hen milder te behandelen dan een andere verdachte, wanneer ze tenminste ooit in hun rechtzaal terecht- staan. Daarvoor is de persoonlijke integriteit van de gemiddelde Belgische magistraat te groot. Dat is dus het punt niet.
Maar helaas, de Belgische wetgeving voorziet niet alleen dat de rechter onpartijdig moet zijn in zijn job, hij moet bovendien en daarnaast ook nog eens de "schijn van onpartijdigheid" intact laten. Zelfs wanneer er maar een vermoeden, niet eens een bewijs van partijdigheid is, moet een rechter zichzelf al wraken. Daar wordt redelijk streng op toegekeken, weten we sinds het spaghetti-arrest van het Hof van Cassatie. Dat verwijderde onderzoeksrechter Connerotte uit het Dutroux-onderzoek, alleen omdat de man een steunavond voor de ouders van de slachtoffers had bijgewoond en daar een wegwerpvulpen had cadeau gekregen. Juridisch een evidentie, bezworen toen de verzamelde experts een verbijsterde publieke opinie.
Onmetelijk contrastMaar als op Panorama-beelden te zien is hoe met pakjes volgeladen rechters buitenkomen op een bezoek aan een tempel die gebouwd is met diamantgeld, een bezoek dat geregeld werd door mensen die in of nauw bij de diamantlobby betrokken zijn, waarbij die lobby eerst ook een maaltijd aanbiedt, dan mogen we dat niet anders bekijken dan als "een cultureel uitstapje". Juist, lobby's doen voortaan niet langer aan lobbying, ze organiseren alleen 'culturele uitstapjes'. Het is haast grappig te noemen.
Dat is slechts één, en niet eens het belangrijkste facet aan de affaire. Veel ingrijpender is de magistratenoorlog over de methodiek en de te volgen strategie bij het behandelen van de meer dan forse diamantfraude in dat Antwerpse milieu, die volgens de meest voorzichtige ramingen minstens om één miljard euro zwarte winst draait, en meer dan waarschijnlijk om het dubbele daarvan. De huiszoeking die procureur-generaal Liégeois liet uitvoeren bij substituut Van Calster is niet alleen ongezien, de uitleg dat dit enkel gebeurde om procedurefouten te vermijden, klinkt bijzonder ongeloofwaardig. Zeker wanneer men weet dat eind vorig jaar diezelfde procureur-generaal al hemel en aarde bewoog om de zaak te laten verhuizen naar het federale parket van Brussel, die dat overigens weigerde. Er tekent zich een duidelijk patroon af waarbij het parket-generaal van Antwerpen een substituut die tot nu helemaal niets verweten kan worden, van de zaak wil halen. De reden daarvoor is niet eens zo ver te zoeken: de substituut wil dat een zetelende rechter zich uitspreekt over een boete of een straf voor de diamantairs, de procureur-generaal wil zelf een schikking treffen met de sector, en hen toelaten zo hun proces af te kopen.
Over de opportuniteit van die wetgeving kun je je twijfels hebben, maar goed, ze bestaat, en een minnelijke schikking valt misschien nog zelfs te verkiezen boven de verjaring die dergelijke fiscaal-technische dossiers nog wel eens te beurt wil vallen.
Alleen valt dan wel het onmetelijke contrast op tussen de zachte manier waarop de procureur-generaal de diamantfraude wil aanpakken, en de moeite die hij neemt om een substituut die daar anders over denkt te intimideren, en de bikkelharde manier waarop hij andere fraudegevallen benadert.
Bij zijn openingsrede van het gerechtelijke jaar fulmineerden procureur-generaal Yves Liégeois en zijn advocaat-generaal Piet Van Den Bon op een redelijk ongeziene manier tegen de "cultuur van uitkeringsfraude" die volgens hen een regelrechte bedreiging was voor het sociaal-economische weefsel en zelfs "het einde van de democratie" inluidde. Redelijk zware termen, en er stelt zich dan ook inderdaad een probleem inzake de legitimiteit van de sociale zekerheid wanneer mensen er van gaan profiteren en er niet langer toe bijdragen.
Zwarte winstMaar laten we de verhoudingen even berekenen. Gesteld dat de voorzichtige ramingen van de diamantfraude kloppen, en we inderdaad praten over een zwarte winst van één miljard euro. Aan het normale vennootschapsbelastingtarief van 33 procent betekent zoiets afgerond dat de staat 330 miljoen euro inkomsten is misgelopen. Het maximumleefloon voor een gezinshoofd bedraagt 1.000 euro per maand. Van het gederfde bedrag zouden dus 330.000 leefloners een maand kunnen uitbetaald worden. Wel, in heel België trekken 100.000 mensen een leefloon, de meesten niet eens dat maximum van 1.000 euro. Met de fraude van de Antwerpse diamantairs alleen kun je dus alle Belgische leefloners een kwartaal lang uitbetalen. Volgens de meeste studies bedraagt de sociale fraude ongeveer 10 procent van het totaal uitgekeerde bedrag. Wanneer we dat in de vergelijking meenemen, betekent zulks dat alle frauduleuze leefloners bijna drie jaar lang de boel moeten belazeren voor ze de Antwerpse diamantfraude evenaren.
Sociale noch fiscale fraude moet geduld of gedoogd worden, beide verdienen een even strenge aanpak. Maar voor de procureur-generaal is het ene gelijk aan "het einde van de democratie" en verdient het andere blijkbaar een behandeling, bijna een bescherming met fluwelen handschoenen.
Je zou het haast een "schijn van partijdigheid" kunnen noemen. Of, mocht het woord niet zo oudmodisch klinken, pure klassenjustitie.