09/01/12, 08u42
Topeconomen Paul De Grauwe en Koen Schoors wisselen elkaar af en schrijven over mens, wereld en economie.
-
-
Vraag is of je budgettaire sanering moet intensiveren op het moment dat een recessie dreigt
Het was een hallucinant beeld. De Belgische eerste minister die op het matje werd geroepen door een Europese bureaucraat om uitleg te geven over de Belgische begroting, waarna hij afdroop met de belofte in de toekomst een betere jongen te zijn.
Twee problemen stellen zich hier. Het eerste is inhoudelijk, het tweede formeel.
Het inhoudelijke probleem. De eurozone stevent af naar een recessie. Een recessie leidt altijd tot een toename van het budgettaire tekort omdat de belastinginkomsten dalen en de uitgaven, onder andere voor werkloosheid, stijgen. Dat gebeurt nu in alle landen van de eurozone. En juist op dat moment zwaait de Europese Commissie met de vinger en eist bijkomende budgettaire saneringen: meer belastingen en minder uitgaven. Ze doet dat niet alleen in België, maar in alle landen van de eurozone. Het gevolg is voorspelbaar: de recessie zal nog scherper worden.
Ja maar, hoor ik de 'Diziplin'-Vlaamse economen roepen, saneren is onvermijdelijk, want de overheidsschuld is onhoudbaar hoog. De Europese Commissie heeft groot gelijk dat ze die onverantwoordelijke nationale politici tot de orde roept.
Natuurlijk is het zo dat de overheidsschuld te hoog is en zal moeten dalen. De vraag is echter of je budgettaire sanering moet intensiveren op het moment dat de Europese economieën dreigen in een recessie te geraken. Moet bij zo'n dreiging het heilige getal van de 3% primeren, zoals de Europese Commissie het wil? Of moet een pragmatische houding worden aangenomen die geïnspireerd is door het feit dat saneren tijdens een recessie gewoon niet werkt?
De idee dat extra budgettaire saneringsinspanningen niet werken tijdens een recessie komt van Keynes. Het is gebaseerd op wat hij de spaarparadox noemde en die ik in het verleden in deze column enkele malen heb uitgelegd. Sta me toe het nog eens te doen: bis repetita placent. Tijdens een recessie willen consumenten meer sparen. Dat is ook de reden waarom de recessie ontstaat. Als ze allen tegelijk meer willen sparen (m.a.w. minder willen consumeren) daalt de nationale productie. Het gevolg hiervan is dat ook het nationale inkomen daalt zodat er minder effectief kan gespaard worden. Teleurgesteld door het feit dat ze niet meer hebben kunnen sparen vergroten consumenten hun spaarneiging, waardoor de productie verder daalt.
Deze vicieuze cirkel kan gestopt worden als de overheid bereid is tijdelijk minder te sparen. Op die manier kan de productie op peil gehouden worden, zodat de consumenten erin slagen meer te sparen. Ze stoppen dan met hun verwoede pogingen om meer te sparen en de economie stabiliseert.
Als de overheid nu gedwongen door het cijferfundamentalisme van de Europese Commissie, ook meer wil sparen, zal niemand erin slagen meer te sparen omdat de productie verder naar beneden wordt geduwd. Het effect van zo'n beleid is dat het budgettaire tekort niet daalt, en dat de schuldratio (verhouding overheidsschuld/bbp) stijgt omdat de noemer in deze verhouding daalt. Dit dwaze beleid wordt nu collectief opgelegd aan alle landen van de eurozone en zal de economische recessie dieper maken zonder positief resultaat voor de openbare financiën. Zelden heeft dogmatisme meer invloed uitgeoefend op het beleid.
Het tweede probleem van het Diktat dat nu door de Europese Commissie wordt afgekondigd is dat het een probleem van democratische legitimiteit creëert. De nieuwe institutionele omgeving die ontstaan is na de schuldencrisis geeft nu buitengewone macht aan de Europese Commissie om in te grijpen in de nationale begrotingen. Het probleem hierbij is dat de Europese Commissie de politieke kosten van haar beslissingen niet draagt. Het zijn nog altijd de nationale regeringen en parlementen die geconfronteerd zullen worden met de kiezers en door deze laatsten kunnen afgestraft worden. De Europese Commissie gaat vrijuit en wordt niet ter verantwoording geroepen.
Zo'n systeem is onhoudbaar. Het kan maar op twee manieren opgelost worden. Ofwel geven we de macht aan de Europese Commissie om in te grijpen in de nationale begrotingen, maar dan moet de Europese Commissie op haar beurt de politieke kost van haar beslissingen dragen. Ze moet met andere woorden verantwoording afleggen aan het Europees Parlement, dat op zijn beurt verantwoording verschuldigd is aan de kiezer. Dat gebeurt dus niet vandaag. Als daar geen correctie op komt en de Europese Commissie niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor het feit dat ze vandaag een dwaas beleid voert dat ons regelrecht naar een recessie duwt, dan moet de verantwoordelijkheid van het budgettaire beleid weer ten volle naar het nationale niveau gebracht worden.
Ik ben een voorstander van verdere politieke integratie in Europa en van een versterkte rol van de Europese Commissie. Maar dat kan alleen binnen de context van democratische principes. En dat is vandaag zeker niet het geval. De macht die de Europese Commissie vandaag heeft verkregen en die onvoldoende politiek gecontroleerd wordt, is onaanvaardbaar. Als er geen correctie komt zullen de Europese kiezers op termijn hun afkeer voor de Europese integratie uitdrukken.