06/01/12, 07u05
Een echte onderzoekscommissie moet het Dexiadebacle ten gronde onderzoeken, vindt Meyrem Almaci. Almaci is Kamerlid voor Groen! en plaatsvervangend lid van de Dexiacommissie.
-
-
De meerderheid antwoordt keer op keer dat bij problemen een echte onderzoekscommissie zal opgericht worden. Maar ik stel me de vraag: wanneer vindt de meerderheid het welletjes?
Het is 10 oktober 2011. De aanzwellende geruchten over een mogelijke val van Dexia worden waarheid. Dexia NV moet voor de tweede maal in drie jaar tijd worden gered, en wordt ontmanteld. Voor 4 miljard euro belastinggeld koopt de federale overheid Dexia Bank België (DBB). Een koopje, zo klinkt het. Maar in ruil staat ons land voor twee derde mee garant voor de zogenaamde restbank. Net zoals in 2008 draait ons land op voor de zwaarste lasten.
Als een systeembank valt, zijn de potentiële gevolgen niet te overzien. Dexia Bank was immers de 'Lehman Brothers' van Europa. Nauwelijks een bank meer, maar een heus hefboomfonds, om het met de woorden van topman Mariani te zeggen.
Maar de voorwaarden waaronder die redding gebeurde, zijn op zijn zachtst gezegd voor discussie vatbaar. In 2008 was het reeds zonneklaar dat de problemen vooral ontstonden bij de Franse tak, die geen toegang had tot spaargelden van particulieren. Omwille van het 'groepsbelang' leende DBB de Belgische spaarcenten uit aan de Franse tak DCL, die ze dan belegde in bijzonder winstgevende activiteiten. Speculatie dus, en wel op het hoogste niveau.
Op 20 oktober 2011 blijkt dat de Franse toezichthouder in een reeks brieven brandhout maakt van het risicobeheer bij die Franse tak. De CEO en bestuursleden waren hiervan op de hoogte. Tegelijkertijd lezen we in de verslagen van het ondernemingscomité van de bank hoe toxische activa van DCL werden doorgesluisd naar DBB, zogezegd om het risicobeheer te centraliseren. In het zog van die informatie ontspint zich het debat over het beleid sinds 2008: wat werd aan de fundamentele problemen gedaan?
BeroepsgeheimUit de eerste getuigenissen van de toezichthouders in het Parlement wisten we al dat dit niet makkelijk ging worden. Zij stelden op 26 oktober zeer duidelijk dat ze bepaalde vragen niet konden en mochten beantwoorden, simpelweg omdat ze gebonden waren aan het beroepsgeheim.
Maar toen gebeurde er iets geks. De meerderheid koos niet voor de parlementaire onderzoekscommissie, nochtans het enige instrument dat de toezichthouders van dat beroepsgeheim kon ontheffen. Ze koos, tegen de wil van de oppositie en opiniemakers in, voor een bijzondere commissie, die nauwelijks tanden heeft. Op 27 oktober heeft de meerderheid, in volle bewustzijn, de verdere gang van zaken gesaboteerd. Terwijl ze met hun lippen vurig betoogden dat 'de onderste steen boven moest komen', drukten hun vingers op het stemknopje voor een bijzondere commissie. De werkelijke saboteurs van dit onderzoek naar de redding van Dexia zijn dus de leden van de toenmalige meerderheid.
En kijk, twee maanden na datum blijkt dat het beroepsgeheim nog steeds een belangrijk obstakel is. Niet alleen de juridische nota van het Parlement, maar nu ook de brieven van de toezichthouders blijven hierop terugkomen. Cruciale documenten van de toezichthouders zullen niet worden doorgegeven aan de parlementsleden. De experts mogen ze wel inzien maar zullen op hun beurt aan het beroepsgeheim gebonden zijn. Ze zullen bovendien bij de interpretatie ervan 'begeleid' worden. Collega Dirk Van der Maelen (sp.a) spreekt van sabotage. Zware woorden voor een lid van de nieuwe meerderheid.
Die meerderheid antwoordt immers keer op keer dat bij problemen een echte onderzoekscommissie zal opgericht worden. Maar ik stel me de vraag: wanneer vindt de meerderheid het welletjes?
Overigens zagen we de voorbije maanden nog een eigenaardige vorm van 'begeleiding' de kop opsteken in de commissie. Verscheidene bestuurders werden bijgestaan door een communicatiespecialist van Dexia NV. De goede man sms'te voortdurend, fluisterde sommige getuigen continu zaken in en werd hierom op een bepaald moment gevraagd de commissiezaal te verlaten. Dit geeft de indruk dat de getuigenissen vanuit Dexia Bank zelf sterk worden opgevolgd en omkaderd. Het geeft op zijn minst de schijn van beïnvloeding. Ook dit had kunnen worden vermeden: een echte onderzoekscommissie neemt immers getuigenissen onder ede af.
Geen schuldbekentenisHet lijkt allemaal kommer en kwel. Maar in het helse werktempo van de voorbije maanden - waar nauwelijks tijd was om de getuigenissen en informatie te laten bezinken - waren er toch nog belangrijke lichtpuntjes. Neen, geen schuldbekentenissen, sinds 2008 heb ik die illusie al lang opgegeven. Maar toch. In de getuigenissen achter gesloten deuren is heel wat interessante info opgedoken, en enkele getuigen hebben de gelegenheid te baat genomen om hun hart eens ernstig te luchten. De experts hebben zichzelf een ernstige en ambitieuze oefening opgelegd, en hebben zowel het team, de documenten - althans, voor een deel- en de expertise om alle informatie te vergelijken en conclusies te trekken.
Wat mij betreft is het werk dus niet verloren en al zeker niet voor niks geweest. We kennen de limieten, en we hebben de eerste aanzetten voor een onderzoek gekregen. Als dusdanig lijkt het de ideale voorbereiding voor het echte werk, in een echte onderzoekscommissie. Het is allang duidelijk dat de belastingbetaler enkel op die manier de informatie zal krijgen waar hij recht op heeft. Ik wil collega Van der Maelen alvast steunen bij het overtuigen van de rest van de meerderheid.