06/01/12, 08u20
Rudi Thomaes analyseert onze stijgende inflatiecijfers. Thomaes is gedelegeerd bestuurder van de werkgeversorganisatie VBO.
-
-
Loonmatiging zal de inflatie doen afnemen, maar dit betekent dat men het debat rond de automatische loonindexering moet durven voeren
Deze week publiceerde Eurostat een eerste schatting voor het inflatiecijfer in de eurozone voor de maand december. Met 2,8 procent ligt dit opnieuw aanzienlijk lager dan de 3,5 procent die de FOD Economie voor de kerstvakantie bekend maakte voor België. Het is nu al bijna twee jaar dat de inflatie in ons land hoger ligt dan het gemiddelde van de eurozone én onze drie buurlanden. Hier moet iets aan worden gedaan, want door ons systeem van automatische indexering begint dit aanzienlijk op de concurrentiepositie van onze ondernemingen te wegen.
Indien we afgaan op de persreacties die er in de afgelopen dagen zijn geweest, dan moet de oorzaak van deze hogere inflatie blijkbaar gezocht worden in concurrentievervalsende praktijken bij de bedrijven. Minister van Economie Johan Vande Lanotte (sp.a) gaf onlangs de opdracht aan de Raad voor de Mededinging om de verhoging van de bierprijzen te onderzoeken. Ook Test-Aankoop stelde op basis van een eigen onderzoek dat de prijzen van deegwaren, sommige zuivelproducten en broodbeleg de afgelopen maanden zoveel duurder zijn geworden, waardoor "je je kan afvragen of daar geen prijsafspraken over zijn gemaakt". Nochtans, als je de recente analyses van de Nationale Bank, de Belgische mededingingsautoriteit en de CREG erop naslaat, dan moet je vaststellen dat, direct of indirect, de verantwoordelijkheid gedeeltelijk of volledig bij de overheid zelf ligt.
In de afgelopen vijf jaar zijn de loonkosten per eenheid product (d.w.z. gecorrigeerd voor de groei in de productiviteit) in België met gemiddeld 2,5% per jaar gestegen. Wanneer we dit voor de andere Europese landen berekenen, dan stellen we vast dat er een sterk verband bestaat tussen deze toename van de loonkosten en de inflatie. Er zijn sommige afwijkingen van deze algemene trend - zoals bijvoorbeeld een hoger dan verwachte inflatie in Griekenland en Spanje die te wijten is aan een stijging van de indirecte belasting die niet in de lonen is doorgerekend - maar de conclusie is duidelijk: sterkere loonkostenstijgingen zorgen voor belangrijke tweede ronde-effecten op het vlak van de inflatie. Loonmatiging zal deze tweede ronde-effecten - en dus ook de inflatie - doen afnemen, maar in België betekent dit dat men dan het debat rond de automatische indexering van de lonen moet durven voeren. Zolang de regering hier het been stijf houdt, zal ze de prijsverhogende spiraal niet kunnen stopzetten en zal de concurrentiepositie van onze ondernemingen blijven achteruitgaan.
Hand in eigen boezemEen tweede voorbeeld vormen al de heffingen die de overheid in de afgelopen jaren heeft ingevoerd of verhoogd: de federale bijdrage op elektriciteit en aardgas, de financiering van de offshore windmolenparken in de Noordzee (die in een land zoals Nederland trouwens via de algemene middelen gebeurt en niet via de elektriciteitsprijs!), de ondersteuning van zonnepanelen in Vlaanderen en de wegenisretributie in Wallonië vormen slechts enkele voorbeelden. Ook in de federale begroting 2012 staan verschillende maatregelen die de inflatie verder zullen doen aanwakkeren, zoals de invoering van de btw op notarissen of de verhoging van de btw op betaaltelevisie. Kortom, de doelstelling in het federaal regeerakkoord om de inflatie en de prijzen te beheersen is terecht, maar om dit te realiseren zal de overheid toch eerst in eigen boezem dienen te kijken.
Een laatste voorbeeld is de vaak stringente reglementering van de arbeid- en productmarkten. In het intermediair verslag van de Belgische Mededingingsautoriteit over de prijsverschillen voor voedingsmiddelen tussen België en Nederland werd onder andere aangetoond dat door de soepelere arbeidsreglementering Nederlandse supermarktketens hoofdzakelijk een beroep doen op zeer jonge en deeltijdse medewerkers (dikwijls minder dan 16 uur per week). Hierdoor liggen de kosten voor het winkelpersoneel in Nederland gevoelig lager dan in België, wat zich vertaalt in lagere prijzen. Een gelijkaardig fenomeen zien we op het vlak van de wet op de handelspraktijken, die eveneens in België veel stringenter is dan in Nederland. Hoogstwaarschijnlijk streeft de overheid hiermee andere doelstellingen na, maar ze moet beseffen dat de keerzijde van de medaille hiervan hogere prijzen zijn.
Het intermediair verslag van de Belgische Mededingingsautoriteit bevat trouwens nog een andere les voor al diegenen die nu met een vinger naar de ondernemingen zwaaien. Het verslag kwam er omdat niemand kon begrijpen waarom de prijzen in België gemiddeld zoveel hoger lagen dan in Nederland. Dit moest wel een bewijs zijn dat er in ons land op grote schaal prijsafspraken worden gemaakt. Uiteindelijk bleken er zeer eenvoudige en perfect te verklaren redenen te bestaan waarom de prijzen in België hoger uitvallen, maar de schade was aangericht: de verdachtmakingen waren gemaakt en de negatieve perceptie ten aanzien van de ondernemingen was nog maar eens aangewakkerd. Politici en stakeholders zouden best toch wat meer voorzichtigheid aan de dag leggen in hun communicatie.
Prijsafspraken en oneerlijke concurrentie moeten worden bestreden: het is een kanker die het ondernemen onmogelijk maakt. Maar denken dat hiermee het inflatieverschil met onze buurlanden zal worden weggewerkt, is de mensen iets wijsmaken. Hiervoor zullen we toch die debatten moeten beginnen voeren, die sommigen graag uit de weg zouden willen blijven gaan. Dit is in ieder geval al één goed voornemen, waarvan ik hoop dat we dit in 2012 zullen kunnen waarmaken.