31/12/11, 17u37
dm column
Griet Op de Beeck loopt rond in de wereld van de kunsten en schrijft over wat haar die week het meest getroffen heeft.
-
-
Zoveel kwetsbaarheid, eenzaamheid, onvermogen en hunker. Alain Platel is een groot artiest
Er zijn van die liefdes die nooit overgaan. Die voor wortel-appel-gembersap, bijvoorbeeld. Of die voor rijden door de nacht met Spinvis uit de boxen. Voor zinnen waarvan ik wou dat ik ze zelf had bedacht. Voor het moment waarop het licht uitgaat in een volle theaterzaal. Voor die ene glimlach waar ik echt élke keer zelf blij van word. In die serie is er ook: de liefde voor het repetitiekot. Hoe onaangenaam die ruimtes soms ook waren (donker, slecht verlucht, amper verwarmd), ik heb daar in mijn theatertijd dingen meegemaakt waar de sterkste podiumproducties niet aan kunnen tippen. Omdat er iets prachtigs zit in de kwetsbaarheid van de poging, in de bevlogenheid van een eerste keer, in de magie van erop staan te kijken als de chemie opeens dan toch zijn werk doet.
Ik mocht de voorbije week - het bijna fijnste kerstcadeau - nog eens binnen in een repetitieruimte. Met dank aan Alain Platel. Hij is aan het repeteren aan C(H)OEURS, een voorstelling rond muziek van Verdi en Wagner die hij in opdracht van Gerard Mortier voor het Teatro Real in Madrid maakt. Hij werkt met tien dansers en meer dan honderd vrijwilligers die in Gent stand-in spelen voor het Madrileense koor van tachtig man. In een productie die draait om de spanning tussen massa en individu wilde Alain Platel die groep meer laten doen dan statisch zingen alleen. Dus zocht hij mensen die bereid waren om, zonder betaald te worden en zonder ooit zelf op het podium te staan, elke zaterdag met hem te komen zoeken naar wat zou kunnen marcheren. Het typeert de kunstenaar dat hij totaal ontroerd is door al dat volk dat zich kandidaat stelde. Omdat ze daar wekelijks willen zijn, met hem, met mekaar. (We zijn toch allemaal op zoek naar een gevoel van samen, sommigen in het klein, anderen in het groot.)
C(H)OEURS gaat pas op 12 maart in wereldpremière, maar wat heeft Alain Platel al adembenemend mooi materiaal. We kregen vier losse delen te zien, momenten waarop het koor en de dansers samenkomen. Alleen al het openingsbeeld. Onwerkelijk. Eerst lijkt het wel een projectie. Een schim. Die trilt. Zoals bij extreme hitte. Naarmate het licht sterker wordt, zie je een mens, denk je. Een vrouw misschien, maar zonder hoofd, met al te dunne armen. Het blijkt een man, met zijn rug naar ons toe. Hij draagt een jurk die hij uittrekt, zo traag dat de wereld bijna stil lijkt te staan. Een gespierd lichaam, naakt, bevend. In een kramp. Het hoofd gebogen. Zoveel kwetsbaarheid. Zoveel eenzaamheid en onvermogen. Zoveel hunker naar troost, naar dichtbij, naar rust. Voel ik dan. Het leven is niet leuk. En eigenlijk moet het dan allemaal nog beginnen.
Er staan tien heerlijke dansers zich te geven, een aantal oude bekenden, een paar nieuwe gezichten. Hoe zij hun weerloosheid durven op te zoeken met de spot erop, dat is bijzonder om te zien. Wat misschien nog meer treft, omdat je dat niet meteen zou verwachten, is de schoonheid van de grote groep vrijwilligers die in actie komt. Ik zou denken dat een oproep van Les Ballets C de la B, een dansgezelschap met internationale uitstraling, het jonge, hippe volk zou lokken. Goed gestylede twintigers met ambitie en belangstelling voor dans, die het allemaal eens van dichtbij willen meemaken en kijken waar ze zelf toe in staat zijn. Maar ik zie figuren van allerlei slag. Piepjong naast de pensioenleeftijd al even voorbij. Wilde meisjes naast keurige heren. Stevige dames met rode blossen naast frêle jongens met dromerige ogen. Mooi omdat ze mensen zijn. Mensen die daar durven te staan, helemaal als zichzelf.
Soms zijn ze de massa, een beetje eng in de kracht om te overdonderen, bedreigend in zijn uniformiteitsdwang: iedereen in de pas. Soms zijn ze de enkeling. De man of vrouw met eigen dromen, gedachten, twijfels, verbeelding en gevoeligheden. Bijvoorbeeld als een van de danseressen de vragen stelt zoals ze ooit ontwikkeld zijn door Christine De Smedt, choreografe van het gezelschap. "Wie gelooft dat-ie hier, onder de mensen in deze ruimte, een geliefde zou kunnen vinden, zet een stap vooruit." "Wie nog gelooft in de eeuwige liefde, zet een stap vooruit." Spannend hoeveel zoiets simpels vertelt, over hen, over ons.
Ik weet niet hoe lang ik in die repetitieruimte heb gezeten. Het was intrigerend van de eerste tot de laatste minuut. Het was heftig op zijn sterkste kwartieren. En dit was nog maar een aanzet. Op basis van wat ik heb gezien, zal C(H)OEURS over heel veel gaan. Over de mens in opperste menselijkheid. Machteloos. Alleen. Bang. Verward. Gekwetst. Scherpzinnig. Slim. Zoekend. Manipulerend. Willend. Verlangend. Kiezend. Wegvluchtend. Terugkomend. Over het leven zoals we het kennen, maar nog nooit hebben gezien. Er zijn van die liefdes die blijven. Die voor Alain Platel is er zo ook een. Binnenkort laat ik hem in deze krant uitgebreid zelf spreken. Wedden dat u ook zwicht?
C(H)OEURS is in juni te gast in Brugge en Amsterdam. www.lesballetscdela.be