dm column 'We houden het voor bekeken, de emmer der ontgoochelingen zit vol.' Na een erg bewogen beursjaar blijft de financiële wereld bedeesd achter. Een terugblik van onze beursbengel Jules Hanot.
Voor kleine beleggers is er geen gevaarlijker periode dan het begin van een nieuwe jaargang. Alsof de financiële markten zich ooit de wet laten zouden voorschrijven door iets triviaals als een kalender worden ze even blind en spoelen in een vergevingsgezinde beu alle verlies en miserie van de voorbije campagne door. Ook wij waren tot vorig jaar naïeve dromers die telkens weer ijdel hoopten op een nieuwe start. Er moest toch ergens een streepje licht te vinden zijn aan het eind van die lange, donkere tunnel.
Op de eerste vergadering na de jaarwende predikt onze voorzitter traditioneel geduld en vasthoudendheid. Dan heeft hij het over een verloren veldslag die in een al dan niet verre toekomst een detail zal blijken in een oorlog die we nog steeds kunnen winnen. Intussen hebben we zo vaak in het zand gebeten dat we niet eens meer weten hoe een zege proeft. Ook volgende week zal hij, zoals het een goede voorzitter betaamt, proberen de schamele restanten van onze beursbroederschap enige moed in te spreken. Al weten zowel hij als wij dat zijn speech eerder op onverschillig schouderophalen dan op applaus zal worden onthaald.
Onze goedgelovigheid is opgebruikt. Nooit heeft ons clubje zo hard voor het voortbestaan moeten knokken. Het ledenaantal zakte even snel als de koersen. Nochtans leek het, net als de euro, gemaakt voor de eeuwigheid en was het even slikken toen het ondenkbare denkbaar werd. Maar we hebben het, zij het in fel afgeslankte versie, gered. Samen. Met dank aan lotsverbondenheid die tot een hechte vriendschap uitgroeide. Ook hier kan Europa een puntje aan zuigen. Voor 2012 maken we geen plannen meer. Stank voor dank hebben we gekregen voor onze beurstrouw.
Nu is het afgelopen. We vertrouwen niemand meer en zijn het treiterige spelletje van aantrekken van afstoten kotsbeu. Tijdens de kredietcrisis werden tenminste nog spijkers met koppen geslagen om het systeem overeind te houden. De explosie was oorverdovend. De averij enorm. Maar het schip bleef wel drijven en koerste mank en traag de haven binnen. Toen was er zicht op beterschap. Nu veel minder. Omdat blijkbaar niemand lessen heeft getrokken uit de moeder aller crisissen. Nochtans riepen alle leiders toen om ter luidst 'Nie wieder'.
De bankenlobby met haar arrogante bonuscultuur en 'greed is good'-filosofie zou streng worden aangepakt. Er gebeurde niets. De wereld van de 'haute finance' bleef onaantastbaar in het besef dat de nefaste gevolgen van hun risicogedrag toch met overheidsmiljarden op de burger zouden worden afgewenteld. Dexiabaas Mariani kreeg voor zijn 'goed beleid' een riante èn fiscaalvriendelijke bonus terwijl hij zijn bank 'vakkundig' naar een triest faillissement leidde. Kostprijs 4 miljard plus een borg van 54 miljard bovenop de al torenhoge Belgische schuldenberg. Er zijn er die voor minder hun C4 hebben gekregen.
Het werd een jaar van veel geblaat en weinig wol. Besluiteloosheid, gebrek aan leiderschap en daadkracht leken wel kwaliteiten in een eindeloos ballet van halve waarheden en loze beloften. Daarom was dit ook het jaar van de totale overgave. Van uitzichtloos beleggersverdriet. We merkten dat de regels tijdens het spel voortdurend werden veranderd. De tegenstand speelde met gemerkte kaarten en verzwaarde dobbelstenen en werd daar door partijdige scheidsrechters nooit voor gestraft. Beleggers vluchtten massaal van de beursvloer weg en ook wij zijn halverwege gedegouteerd uit de ratrace gestapt om te kiezen voor een kleur- en risicoloos bestaan als stuurlui aan de wal. Te goed is immers half gek.
Voor het eerst beginnen we met lange tanden aan een nieuwe campagne. Hoop is er nog steeds, maar verwachten doen we niets meer na weer een beursjaar waarin speculanten, kredietbeoordelaars en overheden zich meesters toonden in de schimmige kunst van de misleiding. Het zag er nochtans veelbelovend uit.
We schrijven vrijdag 7 januari 2011. Ons lokaal zat afgeladen vol en gonsde gezellig van beste wensen en goede voornemens. In de hoek kreunde de grote tafel onder kranten en beleggingsblaadjes waarin lui die ervoor hebben doorgeleerd de toekomst voorspellen. In hun glazen bol zagen ze onmiskenbare tekenen van beterschap en de barometer stond op zonnig. Veel erger dan het verschrikkelijke 2010 kon het toch niet meer worden. Dit keer wisten de economische zieners en sterrenwichelaars het zeker: de bodem kwam in zicht en er zat een fijn beursjaar aan te komen.
Het was slechts een kwestie van weken voor de potverterende Grieken in de pas zouden worden gedwongen en de Europese schuldencrisis als een vervelend 'accident de parcours' kon worden gearchiveerd. Dit land had nog steeds geen uitzicht op een regering, maar daar werd helemaal niet moeilijk over gedaan. Integendeel. Het koninkrijk in lopende zaken behoorde tot de beste leerlingen van de Europese klas en het 'wereldrecord' politiek getreuzel werd met frieten, bier en ontblote bovenlijven gevierd. De eenheidsmunt stond pal en in de Verenigde Staten draaide Ben Bernanke op simpel verzoek de geldkraan open om de grootste economie ter wereld van extra zuurstof te voorzien.
Masters of the universe
Hoog tijd dus voor de grote sprong voorwaarts. Dat wilden we veel te graag geloven. En dus tuinden we weer met open ogen in de promopraatjes van de voor eigen nering ijverende 'specialisten'. Want ook wij hadden dringend zuurstof nodig. Murw gebeukt als we waren door besluiteloze overheden en meedogenloze speculanten met hun eindeloos ballet vol schijnbewegingen. We hunkerden naar actie. Naar hernieuwd vertrouwen en stabiele markten waar zoals vanouds op basis van vertrouwen kon worden gekocht. Ze moesten toch ooit terugkomen. Die zorgeloze dagen van voor de kredietcrisis waarin we ons masters of the universe waanden. Dit zou het jaar worden waarin we ons weer echte beleggers konden voelen in plaats van machteloze figuranten gespecialiseerd in het kopen van katten in zakken.
Met hernieuwde overgave plozen we de lijstjes uit die krioelden van de golden opportunities. Aandelen die, aangejaagd door een weer op toerental draaiende economische motor, zouden schitteren. Zoals Bekaert, de trotse West-Vlaamse wereldleider in staaldraad die autoritair heerste over de immense Chinese markt en een koersdoel van om en bij de 100 euro meekreeg. Je moest wel gek zijn om zo'n buitenkansje te laten liggen. Of Nyrstar, de zinkgigant die door de toenemende vraag van de nieuwe economische grootmachten een hoge vlucht zou nemen en op zijn minst tot 20 euro zou klimmen. Alles leek om ter best in de beste der werelden en we zagen het helemaal zitten.
Op de ruïnes van de kredietcrisis verrees een fonkelnieuwe portefeuille. Maar het werd weer niets. Tot mei ging het goed. De Bel 20 stond op 2.700 punten en leek zelfs van plan de psychologische kaap van de 3.000 te ronden. Toch begonnen we nattigheid te voelen. Niemand leek zich wat aan te trekken van de slechtnieuwstsunami die vroeg of laat de markten moest overspoelen. Wij wel. Omdat we, sinds die onzalige septembermaand van 2008, de stilte voor een storm bijna kunnen ruiken en we weten dat onheilstijdingen als een tijdbom werken.
In de luwte van korte maar bedrieglijke rust blijft de klok onverstoorbaar tikken. Het volstaat even stil te staan en goed te luisteren. Begin juni wisten we dat het een kwestie van lijfsbehoud was om onze beleggerscarrière on hold te zetten. Liever blode Jan dan dode Jan. Zeer tegen onze natuur kozen we voor de vlucht vooruit. Met spijt in het hart namen we met een beetje winst afscheid van onze 'kroonjuwelen'. Zes maanden later zijn ze nog amper de helft waard. En straks wellicht nog minder want ook 2012 oogt bijzonder somber.
De optimistische groeiverwachtingen werden getemperd om te verwateren tot een wereldwijde recessie. Analisten die aandelen de hemel in hadden geprezen draaiden hun kar en jongleerden zonder scrupules met koersdoelen. Wie gelooft nog mensen die van mening veranderen als van onderbroek? Ineens was Bekaert was nog amper 30 euro waard en Nyrstar mocht al blij zijn met 8. Onwil en tegenstrijdige verklaringen orkestreerden een golf van blinde beurspaniek. Wij konden, gelukkig, de dans van het verlies ontspringen maar hadden oprecht te doen met alle 'collega's' die hun portefeuille langzaam zagen sterven omdat ze net iets te lang op de misselijk makende rollercoaster waren blijven zitten.
Ook de kredietbeoordelaars hoeven niet meer op ons te rekenen. Moody's, Fitch en Standard & Poor's wierpen zich op tot de strenge schoonmoeders van de wereldeconomie. Dezelfde ratingbureaus nota bene die destijds ondoorzichtige rommelhypotheken met een toprating bedachten en mee de ballon van de kredietcrisis hielpen op te blazen. Nooit was er enige schuldbekentenis. Nooit kwam iemand op het idee die ergerlijke hypocrisie aan de kaak te stellen. Het - dixit topeconoom Nouriël Roubini - "corrupte drietal" mocht de wereld in een ijzeren greep houden. Ze dreigden, speelden met de rente, verlaagden zelfs de kredietwaardigheid van de Verenigde Staten en zogen zo langzaam maar zeker het laatste restje vertrouwen uit de markten.
Het eens zo fiere Fort Europa heeft ons nog het meest teleurgesteld. Dit oogverblindend bouwwerk bleek een wankele constructie met lemen fundamenten en tal van verborgen gebreken. Geen sterk eenheidsfront. Eerder een ongedisciplineerd zootje ongeregeld dat ongestraft de schulden mocht opstapelen. In zijn eigen kamertje deed elke lidstaat precies waar hij zin in had en leefde door de ongebreidelde kredietverstrekking ver boven zijn stand. Bij de doorsneeburger had al lang een deurwaarder of een incassobureau op de stoep gestaan, maar hier keek iedereen welwillend de andere kant op. Geen haan die ernaar kraaide. Hoe en of de schulden ooit zouden worden terugbetaald was een zorg voor later. Tot laksheid en slordigheid hun verwoestende tol eisten.
Stuurloos schip
Het Griekse drama besmette de hele eurozone. De banken die, vanwege het hoge rendement, massaal overheidspapier van kwakkelende lidstaten hadden opgekocht raakten na de Griekse schuldherschikking nog maar eens in liquiditeitsproblemen en stonden weer met bedelhandje klaar. Zelfs het grote Italië wankelde en het eerst sinds zijn tienjarig bestaan werd openlijk aan de toekomst van de euro getwijfeld. De ene 'cruciale' top volgde de andere op en het door het duo Merkel-Sarkozy belichaamde Europees leiderschap verloor zich in oeverloos gekakel, paniekvoetbal en too little too late-beslissingen. Papandreou en de clown Berlusconi zijn we onderweg kwijtgespeeld, maar de 'allesomvattende' oplossing lijkt verder af dan ooit. Het noodfonds bestaat of werkt niet, de ECB blaast warm en koud en iedereen blijft halsstarrig voor eigen deur vegen. De enig zekerheid is dat Europa zonder een mentaliteitsverandering die van de monetaire unie ook een politieke en fiscale eenheid maakt nog heel lang een stuurloos schip zal blijven.
Wij houden het in elk geval voor bekeken. 2011 was de druppel. De emmer der ontgoochelingen zit vol. Er is iets gebroken en alle vertrouwen is weg. Onze liefde voor de beurs is bekoeld en daarom nemen we in 2012 afstand van een flamboyante maar onbetrouwbare maîtresse die veel vaker niet dan wel op de afspraak verschijnt. Ons geld en vertrouwen moet je verdienen. Elke dag. Dus wachten we voortaan geduldig tot ze zelf belt en beterschap belooft. En dan nog zullen we pas na rijp beraad beslissen of we al dan niet op de uitnodiging in gaan. Maar we blijven wel. Omdat toch iemand de boel in de gaten moet houden en, vooral, om te bewijzen dat geen maîtresse, hoe verleidelijk ook, bij machte is een jarenlange vriendschap te breken.

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.