Pascal Paepen −
31/12/11, 18u15
dm column
Pascal Paepen is econoom bij Daiwa in Londen en is bekend van het economische nieuws in Vandaag van Radio 1.
-
-
De Britten kunnen tevreden zijn dat ze niet zijn toegetreden tot de eurozone. Wat ze zelf deden hebben ze beter gedaan
Tien jaar geleden spuwden de geldautomaten hun eerste euro's uit. De bewoners van euroland, nieuwsgierig en ook wel een beetje nieuwjaarsdronken, leken destijds heel blij met de nieuwe biljetten. Maar een decennium later voelen weinigen zich geroepen om de tiende verjaardag van de euro te vieren. De vertrouwenscrisis in de eurozone is daarvoor te groot. Ondanks de eenheidsmunt is er geen eendracht in Europa. Weinig solidariteit, ook. In een crisis redt iedereen vooral zichzelf. Er is ook nog geen sprake van de Verenigde Staten van Europa, om nog maar te zwijgen van een poging tot fiscale eenmaking. Als antwoord op de crisis kwamen er enkel halfslachtige maatregelen, dreigementen voor stoute lidstaten en extra regulering en belastingen. Niet bepaald een klimaat om een verjaardagsfeestje te organiseren.
Aan de overkant van het Kanaal wordt er wel gevierd. De Britten zijn uitermate tevreden dat ze tien jaar geleden niet mee in de euroboot zijn gestapt. Voor hen was de grote geldwissel op het Europese continent prematuur. Ze hebben helaas gelijk gekregen. Vandaar dat ze, nog meer dan vroeger, vasthouden aan het Britse pond. Niet omdat het pond een sterke munt zou zijn. Integendeel. Toen ik ruim elf jaar geleden arriveerde in de City betaalde je nog bijna 70 frank (1,74 euro) voor een pond. Inmiddels is de waarde van de Britse munt gedaald tot amper 1,2 euro. Een verlies van 30 procent! Zo'n koersdaling biedt normaliter een enorme stimulans voor exporteurs maar de wereld bleek niet te wachten op producten van Britse makelij. De Britse economie presteerde de afgelopen 10 jaar zelfs even slecht als de economie in de eurozone. En ondanks de monetaire onafhankelijkheid had de opeenvolging van kredietcrisis, bankencrisis en schuldencrisis een even grote negatieve impact op het Verenigd Koninkrijk als op euroland.
Het goedkope Britse pond stimuleerde de export nauwelijks. Het pond bleek ook geen sterk wapen tegen een financiële of economische crisis. Het pond heeft evenmin kunnen vermijden dat tal van Britse ondernemingen werden overgenomen door concurrenten uit India, China, of zelfs de VS. Waarom zijn de Britten dan toch tevreden dat ze vasthielden aan de eigen munt? Pure emotie? Niet noodzakelijk. Dankzij het pond is het monetair beleid in het Verenigd Koninkrijk nog geheel in handen van de Britse centrale bank. De Bank of England beslist over het al dan niet bijdrukken van ponden, het opkopen van obligaties en het verhogen of verlagen van de kortetermijnrente. Ze handelt per definitie steeds in het belang van zowel de financiële stabiliteit in Groot-Brittannië als de Britse economie. In tegenstelling tot de Europese Centrale Bank is de bestrijding van inflatie geen prioriteit voor de Bank of England. Of de Britse strategie op lange termijn de beste is zal nog moeten blijken, maar in crisisjaar 2011 bleek alleszins dat de politiek van de Britten door de financiële markten veel meer werd gesmaakt dan die van de ECB. Vandaar dat de Britse schatkist nu vlot geld kan lenen aan 2 procent terwijl de Italianen 7 procent moeten betalen. Vandaar dat de Londense beurs het afgelopen jaar 7 procent verloor ten opzichte van 20 procent voor menige andere Europese beurs. De Britten kunnen terecht tevreden zijn over hun beslissing om niet toe te treden tot de eurozone. Wat ze zelf deden hebben ze voorlopig beter gedaan.