Paul Krugman −
31/12/11, 09u54
In 2011 dwaalden politici en beleidsmakers opnieuw door zich te concentreren op de tekorten en niet op de banen, betoogt Paul Krugman. Krugman is New York Times-columnist en de Nobelprijswinnaar economie van 2008.
-
-
Alom werd geopperd dat Ierland bewezen had dat besparingen effectief zijn. Dan kwamen de cijfers, en die waren even rampzalig als daarvoor
De hoogconjunctuur, niet de laagconjunctuur, is het juiste moment voor besparingen door Financiën. Dat verklaarde John Maynard Keynes in 1937, ook al probeerde F.D. Roosevelt zijn gelijk te bewijzen door de begroting te snel in evenwicht te brengen. Daardoor verzeilde de Amerikaanse economie, die zich op dat moment gestaag aan het herstellen was, in een diepe recessie. Als je de overheidsuitgaven terugschroeft in een depressieve economie, dan deprimeer je de economie nog verder; besparingen moeten wachten tot er sprake is van stevig herstel.
Jammer genoeg dachten eind 2010 en begin 2011 vele politici en beleidsmakers in de westerse wereld dat ze het beter wisten, dat we ons moesten concentreren op de tekorten en niet op de banen, ook al waren onze economieën nog maar net aan het herstellen van de inzinking na de financiële crisis. En door dat anti-Keynesiaanse geloof te hanteren, bewezen ze opnieuw dat Keynes het helemaal bij het rechte eind had.
Door het gelijk van de Keynesiaanse economische doctrine uit te roepen, ga ik natuurlijk in tegen de conventionele kijk op de zaken. Vooral in Washington wordt het feit dat de stimuleringsmaatregelen van Obama niet massaal veel banen gecreëerd hebben, beschouwd als het bewijs dat overheidsuitgaven geen banen kúnnen creëren. Maar mensen die de berekening wel maakten, beseften van bij het begin dat de Recovery and Reinvestment Act van 2009 (waarvan meer dan een derde overigens de relatief inefficiënte vorm van belastingverminderingen aannam) te minimaal was gezien de diepte van de inzinking. En we voorspelden ook de politieke reactie die er het gevolg van was.
De echte test voor de Keynesiaanse economische doctrine kwam dus niet van die halfslachtige pogingen van de Amerikaanse federale regering om de economie aan te zwengelen, die overigens grotendeels ongedaan werden gemaakt door besparingen op staats- en lokaal niveau. De echte test komt van Europese staten zoals Griekenland en Ierland, die waanzinnige besparingen moesten doorvoeren om aanspraak te maken op noodleningen - en vervolgens een economische inzinking beleefden met Grote Depressie-allures, waarbij het reële bbp in beide landen daalde met dubbele cijfers.
Kwaadaardig effectDat was nu ook niet de bedoeling, volgens de ideologie die het politieke discours momenteel domineert. In maart 2011 bracht de Republikeinse fractie in het Joint Economic Committee van het Congres een rapport uit getiteld 'Spend Less, Owe Less, Grow Economy'. Het dreef de spot met de bezorgdheid dat uitgavenverminderingen in slechte economische tijden de economie nog verder de dieperik in duwen, en argumenteerde dat besparingen het vertrouwen van de consument en het bedrijfsleven doen toenemen, en dat dat best tot een snellere groei kan leiden.
Zelfs toen hadden ze beter moeten weten. De vermeende historische voorbeelden van 'expansieve besparingen' die ze gebruikten om hun gelijk te bewijzen, waren al grondig weerlegd. En er was ook het gênante feit dat velen ter rechterzijde Ierland al te voorbarig een succesverhaal hadden genoemd: halverwege 2010 waren de positieve effecten van besparingen zogezegd bewezen, waarop de Ierse economie prompt nog verder achteruit boerde en het klein beetje vertrouwen van de investeerders verdampte.
Vreemd genoeg gebeurde dat dit jaar opnieuw. Alom werd geopperd dat Ierland de kaap gerond had, en bewees dat besparingen effectief zijn - en toen kwamen de cijfers, en die waren even rampzalig als daarvoor.
Toch bleef de aandrang op onmiddellijke besparingen het politieke landschap beheersen, en dat had kwaadaardige effecten op de Amerikaanse economie. Het klopt, er waren geen grote nieuwe besparingsmaatregelen op federaal niveau, maar er waren vele 'passieve' besparingen doordat het stimuleringspakket van Obama uitgewerkt geraakte en vele armlastige staten en lokale overheden bleven besparen.
Je kunt aanvoeren dat Griekenland en Ierland weinig andere keuze hadden dan zware besparingen. Het was ofwel dat, ofwel de schulden niet afbetalen en de euro verlaten. Maar een andere les die 2011 ons leert, is dat Amerika een keuze had en heeft. Washington mag dan geobsedeerd zijn door het begrotingstekort, de financiële markten signaleren daarentegen dat we meer zouden moeten lenen.
Ook dit was niet de bedoeling. We vatten 2011 aan met afschrikwekkende waarschuwingen dat een schuldencrisis à la Griekenland ons te wachten stond als de Federal Reserve geen obligaties meer zou opkopen, of als de ratingagentschappen een einde zouden maken aan onze AAA-status, of als het 'superdupercomité' het niet eens zou worden, en wat al niet meer. Maar de Fed stopte er in juni mee obligaties op te kopen, Standard & Poor's gaf Amerika in augustus een lagere status, het 'superdupercomité' blokkeerde in november, en de Amerikaanse leningkosten bleven maar dalen. Op dit ogenblik betalen tegen de inflatie beschermde Amerikaanse obligaties zelfs negatieve intrest: investeerders zijn bereid Amerika te betalen om hun geld te houden.
De kern van de zaak is dat 2011 een jaar was waarin onze politieke elite geobsedeerd was door kortetermijntekorten die niet echt een probleem waren, en dat ze daardoor het echte probleem - een depressieve economie en massawerkloosheid - alleen maar erger hebben gemaakt.
Het goede nieuws is dat president Obama eindelijk ingaat tegen voorbarige besparingen, en hij lijkt de politieke strijd te winnen. En misschien zullen we een van de komende jaren wel het advies van Keynes volgen, dat nog precies even geldig is als 75 jaar geleden.