Griet Op de Beeck −
25/12/11, 10u29
Griet Op de Beeck loopt rond in de wereld van de kunsten en schrijft over wat haar die week het meest getroffen heeft.
-
-
U zult mij niet geloven, maar 'The Voice van Vlaanderen' is een fijn programma
Omdat ik tegen alle vormen van correctheid ben, ook culturele. En omdat het Kerstmis is, misschien, en hoe groot ook mijn hekel aan feestverlichting en muziekjes in winkelstraten, toch lijkt er grotere gevoeligheid gemoeid met deze koude dagen. Daarom, dus, ga ik mij gewoon schaamteloos outen.
Het gebeurde op een late avond. Het plan was mijzelf in een donsdeken te draaien met gedichten van Ungaretti. Maar de kop zat nog zo vol en het lijf was nog zo wakker dat ik deed wat ik misschien drie keer per jaar doe: zappen. Op nummer achtennegentig, HD VTM, was er een herhaling bezig van de vierde aflevering van The Voice van Vlaanderen. Ik herinnerde mij opeens die vriend met goeie smaak die zei dat hij moest toegeven dat dat goeie televisie was. Dus bleef ik toch even kijken. En voor ik het wist zat ik helemaal ontroerd voor mijn scherm. Ik heb, met dank aan digitaletelevisieland, gelijk ook de eerste afleveringen bekeken, en u zult mij niet geloven - ik zou mijzelf ook niet geloven, als ik het niet gezien had - maar dit is een fijn programma. Niet omdat het de zoveelste wedstrijd is voor bimbo's die beroemd willen worden om beroemd te zijn, maar omdat het net níét de zoveelste wedstrijd is. Het gaat over mensen en dromen en muziek, en dat is schoon.
Het is een simpel, sterk concept. Vier coaches - Jasper Steverlinck, Alex Callier, Natalia en Koen Wauters - kiezen zangers die zij interessant vinden, en lijven die in bij hun team. Kandidaten, al op voorhand streng geselecteerd zonder camera's erbovenop, komen een blinde auditie doen. De coaches zitten met hun ruggen naar de performer gedraaid. Alleen als hun stem hen treft, drukken ze op een knop en draaien hun stoelen om, zodat ze kunnen zien welke vis ze gevangen hebben. Hier gaat het niet om looks of leeftijd, hier gaat het om de pure kwaliteit van een stem. Je leert de deelnemers vooraf een beetje kennen door korte interviews met hen en de familie of vrienden die ze hebben meegebracht.
De kracht zit 'm in de menselijkheid van die mensen. Ze wonen allemaal in ons land, maar komen uit alle windstreken, van Oekraïne tot Zwevezele. Sommigen zijn piepjong, anderen hebben zichtbaar aan stevig leven gedaan. Er treden loodgieters en kantoorklerken aan, straatmuzikanten en universitaire onderzoekers. Voor de ene is het een folie, deelnemen, voor de ander de hoop op een ticket tot een beter leven. Maar je krijgt de hele tijd mensen te zien op hun kwetsbaarst: als ze heel nerveus zijn, als ze iets ontzettend graag willen, als ze erkend worden, als ze falen. Of als hun vriend of kind schittert of teleurgesteld raakt. En ondertussen zingen ze mooie en minder mooie liedjes, maar zelf houden ze ervan, en dat vond ik altijd al prettig om naar te kijken: volk dat zingt ziet er altijd zo gelukkig uit met wat het staat te doen.
Je moet een zoutpilaar zijn om volstrekt onbewogen te blijven bij al die kleine portretten. Zoals van dat ene meisje. Ze kwam uit den vreemde en vocht nog een sexy beetje met de taal. De taal die ze begreep was die van de muziek, daar leefde ze voor, zei ze. En ook een beetje voor haar vader die zelf getalenteerd was in die regionen, maar nooit de kansen had gekregen om daar ook echt iets mee te doen. Papa was erbij, natuurlijk. Er zat iets in zijn ogen dat verraadde dat zijn bestaan alvast geen picknick was geweest. Ze zou zijn lievelingsliedje zingen. Iets in het Nederlands met veel pathos. Het meisje zong alsof er levens van afhingen. In haar hoofd was dat ook zo, denk ik. Je zag de coaches aarzelen, uiteindelijk drukte niemand af. Het viertal kon eigenlijk niet eens goed uitleggen waarom. De keuze van het nummer, vermoedden ze: 'Waarom ben je net daarvoor gegaan?' Huilend gaf ze antwoord. Je zag oprechte spijt bij de coaches. Je zag een meisje instorten. Het leven is niet eerlijk.
Of het portret van die vader van eindeloos veel kinderen in allerlei formaten. Hij waste ramen in het echte leven, zei hij. Hij keek erbij alsof God nu eenmaal minder van hem hield dan van de rest, maar dat hij daar verder niet over zou gaan zeuren. Hij was amper bezig met zijn act, of er werd collectief afgedrukt. Toen hij weer buitenkwam, vloog zijn zoontje, een ventje van een jaar of acht, hem snikkend rond de hals. De man huilde mee. 'Dit is de droom hé jongen, de droom.' Wat is er heerlijker dan mensen zien krijgen wat ze verdienen? Of neem dat kamerbrede meisje dat zei: 'Nu moet ik mijn kans wagen, nu het eens één keer niet over mijn uiterlijk gaat.' Ze lachte er vrolijk bij, maar ze was niet vrolijk, eigenlijk, en ze lachte niet.
Hoe of het programma verder zal gaan, of ik het nog leuk zal vinden als mensen thuis weer moeten stemmen voor hun favoriet - nooit mijn favoriete democratische feest - dat weet ik niet. Maar wat ik zag vond ik een goed wapen om koude winters te overleven. Omdat het even lijkt alsof er altijd hoop is. Omdat het niet altijd grote kunst moet zijn.