Vlaamse post voor Di Rupo: Alle wegen naar Vlaanderen beginnen in Brussel

22/12/11, 07u53

Jan Goossens, artistiek directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, stuurt de premier een brief uit Brussel, in het vijfde deel van onze 'Vlaamse post'-reeks.

Geachte premier,

Het zou onbescheiden van mij zijn om te denken dat ik u onze Vlaamse hoofdstad moet leren kennen. Ik weet zeker dat Brussel het enige stukje Vlaanderen is waar u beter thuis bent dan de meeste Vlamingen zelf. Al was het omdat we elkaar weleens kruisten in een van de formidabele restaurants van deze stad, zoals de Brasserie de Bruxelles vlakbij het PS-hoofdkwartier. Of belangrijker, omdat ik meen te weten dat u een pied-à-terre in Brussel hebt en er veelvuldig verblijft. Ik vermoed dus, hopelijk terecht, dat u Brussel in uw hart sloot, en dat u er werkt en ook een deeltje van uw leven buiten de politiek doorbrengt. Dat maakt u tot een uitzondering onder de Belgische toppolitici. Veel van uw collega's zeggen zogenaamd gedurfde dingen over Brussel, maar worden zelden gedreven door echte interesse in Belgiës enige wereldstad.

En toch. Er zijn goede redenen waarom zelfs u uw tour de Flandre best in Brussel start. Guillaume Van der Stighelen hield een pleidooi voor Antwerpen dat mij, zelf ooit 'van 't stad', niet onberoerd liet. En na alle vorige brieven is mijn gedacht over vele Vlaamse steden aan herziening toe. Maar als Franstalig premier van een land dat jammerlijk communautair verdeeld raakte, kan u niet anders dan eerst die stad omarmen waar tienduizenden Vlamingen met uw gemeenschapsgenoten samenleven. U zal ondervinden dat voor u geldt wat voor bijna alle Brusselaars zo is: dat u in deze stad vooral naast die andere gemeenschap(pen) hebt geleefd. En dat er zelfs bij u om de hoek veel te ontdekken valt. Meer prima restaurants en cafés, zoals de Barbik, de Henri, de Monk of de Roskam, waar jonge Vlamingen betaalbare culinaire topprestaties leveren en het nachtleven kleuren. Een weelde aan cultuurhuizen, van de Ancienne Belgique over het Kaaitheater tot de Beursschouwburg, die vanuit een ongecomplexeerd Vlaams zelfbewustzijn steentjes bijdragen tot de stedelijke zinnekes-cultuur van Brussel. En waar uw Franstalige landgenoten dankzij boventitelingen en meertalige websites kennis maken met Josse De Pauw, Tom Lanoye of Raymond Van het Groenewoud. En, minder in die kleine Vijfhoek, maar belangrijker: u zal er niet omheen kunnen dat in alle straten en wijken, in alle scholen, ziekenhuizen, universiteiten, armoedeorganisaties, wijkcomités en opvangcentra voor vluchtelingen, jonge en oudere Vlamingen zich met al die andere Brusselaars die van God-weet-waar komen, inzetten voor een leefbare toekomst in deze stad. Ingewikkeld is dat inderdaad, gegeven 19 koppige burgemeesters, een dik miljoen zeer arme en zeer rijke inwoners die meer dan 100 talen spreken, en twee soms wat bemoeizieke gemeenschappen die van Brussel te vaak een groot dorp van enkel Vlamingen en Franstaligen maken. Desondanks willen wij, Brusselse Vlamingen, deze stad voor geen geld ter wereld missen. Ja, soms voelen we ons zelfs iets meer Vlaamse Brusselaar dan Brusselse Vlaming, tot onbegrip van die andere Vlamingen meestal. Ik denk dat Guillaume Van der Stighelen zal bevestigen dat het in Antwerpen niet anders is. Eerst Sinjoor, daarna pas Vlaming. Of toch maar gewoon Belg?

U weet ongetwijfeld wat alle Vlamingen voor Brussel betekenen. En toch. Ik ben zeker dat we met dit hele land een stap vooruit zetten, mocht u ervoor zorgen dat de Franstalige Belgen wat minder krampachtig met de dynamische Vlaamse Brusselaars en met Brussel omgaan. Vaak komen wij tussen twee vuren terecht. Slechte Dansaert-Vlamingen voor het hardleerse deel van onze Vlaamse achterban, gezanten met een dubbele agenda van een opdringerig Vlaanderen voor sommige Franstalige mede-Brusselaars. Quod non. Wij willen Brussel niet karikaturaal reduceren tot enkel een etalage van de Vlaamse cultuur. Maar het interesseert ons evenmin om er een achterhaald en provinciaal petit Paris van te maken, zoals sommige van uw gemeenschaps -en partijgenoten doen. Drietaligheid en interculturele openheid zonder argwaan: het is in Brussel een must. U moet als deeltijdse Brusselaar het voorbeeld geven en durven zeggen dat de inspanningen nog teveel van één en dezelfde kant komen.

Uw premierschap en regering zullen Brussels zijn of niet zijn. Daarom moet u de Brusselse Vlamingen koesteren. Zij zullen u wegwijs maken in de rest van Vlaanderen. U influisteren wanneer vergevingsgezindheid nodig is. Want hoewel u veel troeven hebt om ons volk in te palmen, ook wij Vlamingen lijden soms weleens aan oprispingen van schijnbaar zure achterdocht. U merkte het al en zal het nog merken. Misschien omdat Vlaanderen, als het u tegenkomt, een beetje zichzelf tegenkomt? Misschien bent u wel precies wat Vlaanderen nodig heeft: een stijlvolle, Franstalige premier van arme, Italiaanse komaf die openlijk uitkomt voor zijn homoseksuele geaardheid. En die behoort tot een partij die ons nog geregeld herinnert aan een vermaledijde oud-Belgische politieke cultuur, maar die daarnaast enkele toekomstgerichte, meertalige en briljante jonge politici telt. Een partij tenslotte, die soms noodzakelijke hervormingen in de weg staat, maar die nog durft verdedigen wat in een deel van Vlaanderen marginale standpunten dreigen te worden - bijvoorbeeld dat solidariteit geen oubollige notie is die ophoudt aan de grenzen van onze eigen, kleine, homogene gemeenschap. Kortom, geachte premier, Vlaanderen en u kunnen iets van elkaar opsteken. Bonne chance et re-bienvenu à Bruxelles.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />