14/12/11, 09u13
"De polarisatie tussen N-VA en de aangekondigde kartels reikt de kiezers alvast wel duidelijke keuzes aan over de samenstelling van de bestuursploeg", zegt Johan Ackaert, politicoloog en hoofddocent rechtsfaculteit Universiteit Hasselt.
Vrij naar Marx zou er een spook door onze gemeentehuizen waren: het spook van de N-VA-pletwals. Van Antwerpen tot Gent, van Mechelen tot Tongeren (en dan slaan we kleinere steden en gemeenten gemakshalve over) wordt volop gesleuteld aan de meest uiteenlopende lokale allianties die slechts een ding met elkaar gemeen hebben: de afwezigheid van de N-VA. Nu de N-VA, althans op het federale niveau, een time-out opgelegd kreeg, verschuift het zwaartepunt van de strijd ogenschijnlijk van Brussel naar de steden en gemeenten. Zelfs doorwinterde lokale bestuurders lijken te beven voor de Vlaamse remake van de Maostrategie: 'de buiten' veroveren om dan door te stoten naar de hoofdstad.
En met welke gevolgen. De N-VA slaagde er in Gent erin om de viscerale afkeer tussen groenen en socialisten te verwateren, om in Antwerpen het aloude travaillistisch verbond tussen christendemocraten en socialisten te revitaliseren, om in Mechelen in de alliantie Open Vld-Groen! de rabiate voorstanders en tegenstanders van Uplace aan een zeel te laten trekken en om in Tongeren ruim een halve eeuw na het afsluiten van het Schoolpact eindelijk de levensbeschouwelijke strijdbijl door vrijzinnige liberalen en katholieken plechtig te laten begraven. Il faut le faire.
En maar ontkennen dat het te maken heeft met de hete adem van de N-VA: neen, het gaat om een 'positief project' of de lokale creatie van de 'coalition of the willings', wat het ook moge betekenen. De vervewaarmee partijleiders in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen schermen met 'de gemeentelijke autonomie', het 'belang van plaatselijke leefgemeenschappen' en de gemeenten als 'bakermat van de democratie' behoort nu eenmaal tot het weliswaar aandoenlijke maar vooral zichzelf herhalende en bijgevolg inhoudsloze ritueel van ons politiek bedrijf.
Konijnen voor een lichtbakDe proliferatie van de zelfverklaarde 'positieve projecten' illustreert evenwel vooral hoe verblind (als konijnen voor een N-VA-lichtbak) nationale partijstrategen en ook Wetstraat-watchers naar de lokale politiek kijken. In hun ogen kan het niet anders dan dat 14 oktober 2012 een doublure wordt van 13 juni 2010 of zo mogelijk erger: van voorspellingen geput uit recente peilingen naar het stemgedrag bij parlementsverkiezingen. De geschiedenis leert beter.
Wie de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen vanaf 1976 volgt, zal inderdaad beamen dat deze nationale trends echoën, maar ook niet meer dan dat. Partijen die nationaal sterk presteren, scoren inderdaad ook beter bij gemeenteraadsverkiezingen en vice versa. Maar op het lokale erf is zelden sprake van regelrechte dijkbreuken. Neem nu de resultaten van de lokale sterkhouder bij uitstek, de christendemocraten. De CVP verloor bij de parlementsverkiezingen van 1981 (de grootste naoorlogse nederlaag) meer dan een kwart van haar kiezers, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 ging het 'maar' om 8,7 procent van haar electoraat dat andere oorden opzocht.
Hoewel gemeenteraadsverkiezingen slechts in afgezwakte vorm tendensen bij parlementsverkiezingen weerspiegelen, bevat het projecteren van nationale verkiezingsuitslagen op de gemeenteraadsverkiezingen tot op bepaalde hoogte (hoe risicovol ook) een zekere mathematische ratio. Sterker wordt het wanneer vanuit 'nationale' politieke hypes een vertaalslag naar de lokale politiek wordt afgewacht. De liberalen zouden (zo gaven de peilingen aan) twee jaar na de omvorming van de PVV naar de VLD de grote winnaar worden van de gemeenteraadsverkiezingen van 1994. Ze breidden toen hun aanhang uit van 17,7 naar 20,3 procent uit. Mooi, maar toch niet die landslide die de lokale krachtsverhoudingen omgooide. Meer, toen al probeerde de CVP op de 'uitbraak' van de liberalen te anticiperen door lokaal zoveel mogelijk kartels aan te gaan met (uitgerekend) de Vlaams-nationalisten. Zo veel nieuws is er dus niet onder zon.
Wie zich vergaapt op de nationale schaduwen op de gemeentepolitiek mist m.a.w. essentiële lokale politieke spelregels zoals de impact van de individuele kandidaten, de electorale troefkaart van het burgemeesterschap en (in mindere mate) de schepenbanken en globaal het hoger vertrouwen dat mensen in het lokaal bestuur stellen vergeleken met andere overheden (waarvan beide eerstgenoemde factoren alvast in het nadeel van de N-VA spelen). Overigens, in de 41 gemeenten waar de N-VA in 2006 alleen naar de kiezer trok, strandde ze op 7,5 procent van het electoraat. De weg naar een incontournable-positie op de lokale kiesmarkt is dus nog lang.
Duidelijkheid?En toch, de aangekondigde pre-electorale kartels hebben een groot voordeel: ze creëren duidelijkheid. Herhaalde onderzoeken wezen uit dat in ruim de helft van de gemeenten die bestuurd worden door een coalitie, deze bestuursmeerderheid in alle stilte vorm kreeg voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zonder dat kiezers hiervan op de hoogte zijn (een tip aan alle binnenland en lokale redacties, breng deze in kaart).
Misschien moeten we, in een optimistische bui, de polarisatie tussen de N-VA en de aangekondigde kartels maar het voordeel van de twijfel gunnen, ze reikt kiezers duidelijk alternatieve keuzen aan over de samenstelling van hun bestuursploeg voor de komende zes jaar. Of ze daarentegen stof aanleveren voor een debat over het beleid dat onze steden en gemeenten de komende zes jaar vorm zal geven, is een heel andere vraag. En misschien is daar juist de meeste nood aan.