Een echte

Griet Op de Beeck − 10/12/11, 19u14

dm column Griet Op de Beeck loopt rond in de wereld van de kunsten en schrijft over wat haar die week het meest getroffen heeft.

  •  Al pratend besefte ik waarom ik het ook alweer niet leuk vond dat Luk Perceval was weggegaan  
Ik ben geen held in afscheid. Ik hou van blijven, en van proberen en doorgaan, tenzij het echt niet anders kan. Toen ik Luk Perceval zag zitten, met zijn onafscheidelijke hoed, boven een stuk taart in het stationsbuffet, ruim zes jaar na de laatste keer dat ik hem zag, begreep ik dat afscheid ook zo zijn voordelen heeft. Dat het fijn is om iemand terug te zien, bijvoorbeeld, en dat het nog prettiger wordt als je al pratend beseft waarom je 't ook alweer niet leuk vond dat-ie wegging.

Toen Luk Perceval zijn vertrek naar Duitsland aankondigde, zat ik nog in mijn vorig leven. De laatste halte: Het Toneelhuis, waar ik dramaturg was. Ik heb zijn aftocht vooral gezien als een aanleiding om mijn eigen professionele leven een radicale wending te geven - dat soort bewegen is natuurlijk wél erg gezond -, maar ik vond het, samen met de rest, wel echt jammer. Ook al was het ongetwijfeld verre van het perfecte model, ook al had hij het niet makkelijk, die jaren in dat stadstheater, toen stadstheaters nog niet de trekpleisters waren die ze vandaag zijn, hij had er toch een echt huis van gemaakt. Een plek waar een bende artiesten en aanverwanten graag kwamen, evengoed om koffie te drinken als om over een nieuw stuk te discussiëren. Een plek waar een groeiend publiek nieuwe dingen wou meemaken. Maar hij moest weg, naar de Schaubühne in Berlijn, naar anders, meer, groter en dus wellicht voor hem ook beter.

Met die keuze verloren wij onze artistiek leider, en België een van zijn allergrootste regisseurs. Alleen al om Ten oorlog verdient hij die eretitel. Dat hij die calvarietocht langs menselijke ellende en artistieke uitdaging toch tot een verpletterend einde heeft weten te brengen, wekt ontzag. Niet alleen om het resultaat, waar ik overigens wippend van puur plezier al die uren naar zat te kijken, destijds, niet één maar meerdere keren, maar ook om de lichte craziness van zo'n onderneming. Twee jaar repeteren zonder formeel naar buiten te treden, met een ploeg acteurs die uit mekaar aan het vallen is, weinigen zouden het hem nadoen. Zoveel is wel zeker.

Maar ik heb nog persoonlijke favorieten. Uit de Blauwe Maandag-jaren, toen ik nog een snotneus was, bijvoorbeeld: Voader, Wilde Lea, All for Love en Joko. Vooral Joko naar een tekst van Topor was een eyeopener over wat theater ook kon zijn: geen flink verteld verhaal, maar een woest spelersfeest vol energie en passie, waar een bende topacteurs het medium opnieuw uit stond te vinden, die avond, voor ons in de zaal. En later, in Het Toneelhuis: Oom Wanja, behoorlijk ongeëvenaarde Tsjechov, wat mij betreft, dat was met tranen en kippenvel en alle andere clichés die een mens makkelijk verzint maar weinig krijgt in theaters. En Asem, en Het kouwe kind en Dood van een handelsreiziger met Josse De Pauw in de hoofdrol. Veel om dank u voor te zeggen.

Al die producties bewijzen dat hij een echte is. Een ziener. Een regisseur die uit acteurs haalt wat niemand anders eruit kreeg. Een man met een visie die stukken zorgvuldig kiest en ze samen met zijn ploeg kneedt tot de tekst larger than life wordt, waardoor het de mens en het leven in al zijn miezerige lelijkheid toont, en in zijn momenten van aandoenlijke schoonheid. Een gevoeligaard die met veel directheid en gedurfde keuzes ontroering teweeg kan brengen. Een mens met een groot bakkes en een nog grotere persoonlijkheid die in alles wat hij maakt de toeschouwer dwingt om stelling in te nemen, om minstens iets te vinden. Ik heb dat graag, ik vind dat schoon, zelfs als het een keertje niet lukt. In zijn voorstellingen maak je altijd iets mee, wat je er ook van moge vinden, en dat is en blijft bijzonder.

Over zijn kwaliteiten als regisseur bestaat minder discussie dan over de waardering voor hem als mens. Luk Perceval heeft als figuur altijd controverse uitgelokt, binnen zijn eigen kring, en ver daarbuiten. Hij is er ook niet zo eentje waar je zomaar per ongeluk en als vanzelf even van gaat houden. Daar is hij te woest voor, te eigengereid, te uitgesproken, te confronterend. Maar net zulke mensen zijn de inspanning wel waard, vind ik. Het is een man van zoveel contrasten: heel emotioneel en heel beheerst, geweldig ambitieus en super onthecht, totaal charismatisch en bij momenten bijna timide, een grote gever en een man een met ego, wild in zijn honger, ascetisch in zijn liefde voor yoga en zen. Een artiest, enfin. Ik heb dat graag, ik vind dat schoon. Ook al is dat soms wat lastiger om mee om te gaan, misschien, je krijgt er ook van alles voor terug.

Ik heb begrepen, tot mijn spijt, dat de kans klein is dat hij ooit nog definitief terugkomt. Maar noteer nu al in uw nieuwe agenda: In ongenade, dat hij bij Toneelgroep Amsterdam maakte, komt in maart naar België. En het seizoen daarop is hij te gast bij het NTGent. Dat is toch dat. We moeten het doen met wat we krijgen in dit leven.


mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />