België heeft eindelijk een regering, maar het communautaire vuur smeult nog steeds, stelt Michael Stabenow ongerust vast. Stabenow is correspondent in Brussel voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung.
Het heeft dus tot begin december geduurd voor lentegevoelens in de Belgische politiek konden ontluiken. Gezien de tijdspanne van 545 dagen tussen de verkiezingen en de vertrouwensstemming in het parlement zal de regeringsploeg van Elio Di Rupo niet op aanvankelijke clementie kunnen rekenen. Dat deed de jongste betoging van tienduizenden burgers tegen de besparingskoers al vermoeden. En dat de Nieuw-Vlaamse Alliantie, hun voorzitter Bart De Wever op kop, geen spaander heel laat van het zesledige verbond, zou hoe dan ook niemand mogen verrassen. Het staat vast dat de regering van verschillende kanten tegenwind zal krijgen. Di Rupo wacht een moeilijke evenwichtsoefening.
Na het akkoord over de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en de staatshervorming sleepten de begrotingsbesprekingen zeer lang aan. Het is meer dan een schoonheidsfout, want het voedt de twijfel over de samenhang van de regering, vooral tussen socialisten en liberalen.
Politiek vacuüm
Het langdurig politiek vacuüm heeft daarnaast een negatieve invloed op het imago van België in het buitenland gehad. Dat geldt ook in Duitsland, waar er tot in de hoogste regeringskringen weinig begrip bestaat voor het aanhoudende navelstaren van veel Belgische politici, terwijl het land - een van de zes stichters van de Europese Unie - zijn verantwoordelijkheid voor de stabilisering van de eurozone slechts in beperkte mate naleefde.
Bijna leek het alsof pas de afwaardering van de kredietwaardigheid van België door het ratingagentschap Standard & Poor's van AA+ naar AA de onderhandelaars tot een compromis dwong. Lange tijd was de strategie van Di Rupo - de beslissingen tot het juiste moment laten rijpen - succesvol geweest, maar op het eind was ze hem, midden in de eurocrisis, bijna fataal geworden. De nauwe verwevenheid van België met de sterke economieën van Duitsland en Nederland is een reden voor enig optimisme. Toch zou de voorlopig opzijgeschoven discussie over de automatische koppeling van de lonen aan de inflatie sneller weer op de agenda kunnen verschijnen dan de linkervleugel van de regering hoopt.
Belastingregering
De nieuwe staatsstructuur met meer verantwoordelijkheid voor de regio's moet zich nog in de praktijk bewijzen. Nu al valt af te lezen dat de middelpuntvliedende krachten moeilijk in toom zullen te houden zijn. De in de opiniepeilingen hoog vliegende N-VA wekt de indruk dat de Vlaamse regeringspartijen verheven Vlaamse principes op het altaar van de macht hebben geofferd. De argumentatie van de N-VA schijnt even verleidelijk als simplistisch: hier is een nauwelijks Nederlandskundige premier aan het werk aan het hoofd van een belastingregering die in Vlaanderen niet over een meerderheid beschikt, Vlaanderen uitzuigt en miljarden naar Wallonië overhevelt.
Het is de vraag of de burgers zich langdurig met dergelijke karikaturen zullen laten verzadigen. Het was namelijk allerminst toeval dat het oordeel over de regeringsvorming van de werkgeverszijde een veel milder echo ontving dan van de vakbonden.
Bovendien klinkt de argumentatie van De Wever tamelijk schijnheilig: had hij niet onlangs nog voorgesteld een sociaaleconomische noodregering te vormen met liberalen en christendemocraten, een formule die in het Franstalige landsgedeelte evenmin een meerderheid van de bevolking achter zich had weten te scharen als de huidige regering Di Rupo in Vlaanderen?
Belgische malaise
Veel tijd heeft de regering niet om de aantrekkingskracht van De Wever af te zwakken. Een bijkomende complicatie wordt daarbij dat België gedurende vele jaren niet aan een besparingskoers zal kunnen ontkomen. Mocht de regering erin slagen het land economisch en communautair naar rustiger wateren te leiden, zouden ook de traditionele Vlaamse partijen weer meer steun krijgen. Daar ligt de kans voor deze regering en het land. Belangrijk is dat de christendemocraten, die in aanzienlijke mate verantwoordelijk zijn voor de hervorming van het staatsbestel sinds 1970, verder hun verantwoordelijkheid bekennen. Dan zal ook het bewustzijn kunnen groeien dat het scheppen van een federale staat niet de oorzaak van de Belgische malaise is, maar onveranderlijk in het belang van Vlamingen en Franstaligen blijft.

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.