06/12/11, 08u44
"Misschien moeten we het wel hebben over de regering Di Rupo-Vanackere", zegt Marc Hooghe, gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.
Het dreigt het handelsmerk te worden van de regering-Di Rupo: nachtelijke vergaderingen die eindeloos doorgaan voordat er uiteindelijk witte rook uit de schouw komt. De toewijzing van de ministerportefeuilles is bij een normale regeringsvorming een akkefietje, waarbij de partijen nota nemen van elkaars verlanglijstjes. Elio Di Rupo (PS) heeft bijna twintig uur moeten onderhandelen om door zijn partners erkend te worden als premier van dit land, die boven de partijen staat. Het feit dat de coalitiepartners blijkbaar niet bereid zijn ook maar een millimeter aan elkaar toe te geven, voorspelt niet veel goeds voor de samenhang van de regering-Di Rupo (waarom maken de kranten er overigens altijd 'Di Rupo I' van? Weten ze nu al dat er ook een Di Rupo II komt?). De snoeiharde uitval van oppositieleider De Wever (N-VA), die stelt dat hij Di Rupo niet aanvaardt als premier van België, toont aan dat het voor Di Rupo niet vanzelfsprekend zal zijn om zijn leiderschap te vestigen. Zijn positie wordt helemaal penibel als zelfs zijn eigen coalitiepartners hem niet als ploegleider erkennen. Als de regering-Di Rupo eind deze week het vertrouwen krijgt van ten minste 76 Kamerleden, dan is hij vanaf dat ogenblik de democratisch verkozen premier van dit land. Ook de oppositiepartijen moeten dat feit erkennen. De enige legitieme oppositietechniek bestaat er uit zo scherp en gefundeerd met kritiek uit de hoek te komen, dat Di Rupo in 2014 zijn meerderheid verliest en er een andere coalitie moet worden gevormd. Als we die elementaire spelregels niet aanvaarden, dan dalen we af naar het niveau van Congo, waar een democratische transitie van de macht blijkbaar net zo goed onmogelijk is.
We worden nu verondersteld te jubelen omdat deze regering 'maar' 13 ministers telt. Dat is ruim voldoende om een landje als België te besturen, gelet op het feit dat het federale niveau al duchtig is uitgekleed. Maar het is een nepbesparing: twee kabinetten voor een overtollige staatssecretaris kosten evenveel als een ministerieel kabinet. Het werken met staatssecretarissen is bovendien per definitie weinig efficiënt. In het beste geval wordt de staatssecretaris door de voogdijminister gebruikt als een loopjongen voor het vuile werk; in het slechtste geval proberen ze elkaar de volgende twee en een half jaar stokken in de wielen te steken. Een regering met 15 ministers maar zonder staatssecretarissen zou daarom veel efficiënter zijn geweest. De zes staatssecretarissen zijn eigenlijk een permanente motie van wantrouwen.
Moeilijke geboorteDi Rupo heeft er alles aan gedaan om onder de voogdij van de schoonmoeders uit te komen. In het verleden zijn er regeringen geweest waarbij de partijvoorzitters voortdurend met scherp schoten op alles wat hun eigen coalitiepartner uitspookte. Dat risico lijkt nu bezworen, en dat is een gunstig voorteken. Er zijn niet zoveel partijvoorzitters die de stap naar een ministerportefeuille zetten, maar de partijen sturen wel consequent hun zwaargewichten naar het kernkabinet (voor zover de namen nu bekend zijn). Dat kan zorgen voor stabiliteit: we zullen het niet zo vlug meemaken dat Bruno Tobback (sp.a) in het openbaar kritiek zal leveren op een regeringsmaatregel die door boegbeeld Vande Lanotte (sp.a) wordt verdedigd, en voor Wouter Beke en Steven Vanackere bij CD&V geldt een soortgelijke redenering. Bij Open Vld is het risico op interne oppositie groter: ook in het recente verleden heeft Alexander De Croo al aangetoond dat hij tot heel wat in staat is om zijn leiderschap van de partij te consolideren.
Zolang er geen regering Di Rupo II is, blijft het taalkundig verkeerd om over een regering Di Rupo I te spreken. Maar misschien moeten we het wel hebben over de regering Di Rupo-Vanackere. De Brusselse CD&V-kopman droomde er enkele maanden geleden nog van zijn vader te kunnen opvolgen in het plechtstatige gouvernementsgebouw van Brugge. Nu zal hij onvermijdelijk hét Vlaamse gezicht worden van deze coalitie. Twaalf jaar lang hebben de Vlamingen herhaald dat Reynders actiever de fiscale fraude moet bestrijden. Maar als je dat wil doen, wordt er onmiddellijk moord en brand geschreeuwd, en niet alleen door vorstelijk betaalde Europese commissarissen. De horecafederatie bestond het zelfs publiekelijk het recht op te eisen fiscale fraude te plegen. In een normaal land kom je voor zo'n oproep achter de tralies terecht. Zullen de frauderende horeca-uitbaters nu wel braafjes hun belasting betalen, nu er een Vlaming aan het hoofd van financiën staat? Ook Vanackere zal geen cadeaus krijgen.
De regering Di Rupo-Vanackere heeft een moeilijke geboorte gekend. Het enige gunstige voorteken is dat het kernkabinet van premier en vicepremiers bestaat uit ervaren en bekwame politieke zwaargewichten. Ze zullen hun gevoel voor staatsmanschap de komende twee jaar duchtig moeten aanspreken om het ongunstig gesternte te overwinnen.