30/11/11, 09u14
dm column
O kwak kwak kwak, o kwak kwak kwak, o kwak, o kwak, o kwak kwak kwak.
Het is sinds een paar weken mijn hoogstpersoonlijke hoofdhangliedje. De schuldige is J., mijn zoontje, aka Flinke Baas (van Ham of kaas, ham of kaas, wie is hier een flinke baas?, de eveneens zeer hardnekkige oorwurm die een paar weken geleden van de nummer 1 is verstoten). Hij zingt het zo'n vijftig keer per dag, met ongebreideld enthousiasme en bijhorende handbewegingen, die het snateren van een eend imiteren.
Dat liedje schoot onmiddellijk door mijn hoofd toen ik zaterdag aan de Gaverbeek Silvio Proto de supporters van Zulte Waregem zag jennen, in een perfecte imitatie van J. als die zijn eendenlied brengt. Het scheelde geen haar of ik had het gezongen, op antenne, maar gelukkig werd er ergens op de weg tussen hersenen en stembanden op het laatste nippertje een blokkade opgeworpen.
Eigenlijk mag het niet, klopt. Een sportman hoort niet te reageren op een supporter. Of op duizend supporters. En ook niet op zijn eigen blunder, want dat was het eigenlijk vooral: Silvio Proto deed kwak kwak met het handje tegen zijn flater van een paar minuten voordien. Dat is misschien nattevingerpsychologie, maar wel nattevingerpsychologie die Freud bewezen zou achten: Proto is een Italiaan, en in het Italiaans is het woord voor het soort epische flater die hij beging una papera, juist: een eend.
Mijn jeugdheld was Franco Pirelli, een begenadigde voetballer die in vierde klasse bij Vigor Wuitens Hamme speelde. Pirelli was afgedaald tot dat niveau, net omdat hij op Protoiaanse wijze reageerde op provocaties van het publiek. Ik herinner me levendig hoe hij ooit met een welgemikte kluit modder richting zittribune een dame raakte die hem een hele wedstrijd lang had beschimpt: vuile roste, terwijl ze zelf haar haar in een paarse gloed liet bijkleuren, die stijl. Pirelli, de rosse, kreeg rood. Terecht, maar dat Madame Watergolf met haar bontjas naar de stomerij mocht, vond ik ook een rechtvaardige straf.
Ik heb zelf al te vaak met mijn vingers grijnslachend de stand van de wedstrijd gevormd naar supporters van de tegenpartij die me door de mangel haalden. In den beginne deed ik dat ook na een kwartier bij een 1-0 voorsprong, wat natuurlijk uiterst riskant is. Vaak verlies je zo'n wedstrijd nog met 4-1, en dan is je 1-0-teken echt wel te belachelijk voor woorden gebleken. Feit is: ik reageerde, ook als ik mezelf en wie me lief was vooraf plechtig had gezworen het niet te zullen doen. Het was sterker dan mezelf, en, toegegeven, het gebeurde vooral als ik slecht speelde en de frustratie daarover bijna omsloeg in zelfhaat.
In de perfecte wereld reageren spelers niet, of beschaafd. In diezelfde perfecte wereld, reageert ook het publiek niet, of beschaafd. Grijze boel wordt het dan wel: saaiheid is de prijs voor perfectie.
Proto is een perfectionist, die zichzelf onder enorme druk plaatst. Voor Proto is elke tegengoal een persoonlijk affront, een bewijs van falen. De doelman van Anderlecht stapt elke match het veld op met één vaste overtuiging: vandaag ga ik de nul houden en voor mijn ploeg de wedstrijd winnen, een explosieve combinatie van extreme eigenliefde en extreme teamgeest. Als het hem niet lukt, raakt hij mateloos gefrustreerd, een houding die hem lang parten speelde in het doel: hij was vaak te gretig, vloog naar te veel ballen die zijn defensie nog had kunnen redden.
Daar is hard aan gewerkt, met resultaat: Proto is vandaag een betere doelman dan pakweg drie jaar geleden.
Zoals Ariël Jacobs in het radio-interview aangaf, zal Silvio Proto de maandag na de wedstrijd heus wel spijt hebben van zijn gebaren en houding. Ik ken hem, die schaamtevolle terugblik. Maar anderzijds: misschien is het ook wel Proto's redding, zijn medicijn tegen de pijn van het doelman zijn. Onmiddellijke reactie op de vernedering, onmiddellijke genoegdoening, onmiddellijk je gram halen tegen de kilo's bagger die over je heen zijn gestort: idealiter doe je het niet, maar als het in je natuur zit, laat je die kans niet liggen.
Gandhi zou nooit in de eerste ploeg van Anderlecht zijn geraakt.
Filip Joos