Het zijn de dromers die Europa om zeep helpen

22/11/11, 10u04

Paul Krugman, New York Times-columnist en Nobelprijswinnaar economie in 2008, vreest dat vooral de Europese Centrale Bank de crisis slecht aanpakt.

Er is een woord dat ik tegenwoordig voortdurend hoor terugkomen: 'technocraat'. Soms wordt het gebruikt om een soort minachting uit te drukken: de scheppers van de euro, wordt ons gezegd, waren technocraten die geen rekening hielden met menselijke en culturele factoren. Soms wordt het in positieve zin gebruikt: de nieuwe premiers van Griekenland en Italië zijn technocraten die de politiek overstijgen en zullen doen wat moet gebeuren.

Niet mee eens. Ik weet iets over technocraten, soms speel ik zelf die rol. En deze mensen - de mensen die Europa een eenheidsmunt opdrongen, de mensen die Europa en de Verenigde Staten besparingsmaatregelen opdringen - zijn geen technocraten. Integendeel: het zijn verschrikkelijk onpraktische romantici.

Bovendien zijn ze een heel saaie soort romantici, die veeleer in bombastisch proza dan in poëzie praten. En de dingen die ze eisen vanuit hun romantische visioenen zijn vaak wreed, want ze vragen enorme offers van gewone werkmensen en hun gezinnen. Maar het blijft een feit dat die visioenen ontstaan door wensdromen en niet door een koele inschatting van de werkelijke situatie.

En om de wereldeconomie te redden moeten we die gevaarlijke romantici van hun voetstuk duwen.

Laten we beginnen met de invoering van de euro. Als u dacht dat achter dat project zorgvuldige berekeningen van de kosten en baten schuilgingen, dan bent u slecht geïnformeerd. De waarheid is dat de mars van Europa richting een eenheidsmunt van het begin een dubieuze onderneming was volgens objectieve economische analyses. De economieën van dat continent zijn te verscheiden om zich probleemloos te schikken in een uniform monetair beleid, met als gevolg dat 'asymmetrische schokken', waarbij sommige landen zouden zwalpen en andere zouden floreren, meer dan waarschijnlijk waren. In tegenstelling tot Amerikaanse staten vormden de Europese landen niet één natie met één begroting en een arbeidsmarkt die aan elkaar hing door een gemeenschappelijke taal.

Waarom drongen die 'technocraten' dan zo hard aan op de invoering van de euro, ook al waarschuwden economisten voor de gevaren? Gedeeltelijk was dat de droom van de Europese eenmaking, die de Europese elite zo verleidelijk vond dat ze praktische bezwaren van de hand wees. Gedeeltelijk was het een opflakkering van economisch geloof, de hoop - aangezwengeld door de wil om te geloven, tegen ampel bewijs van het tegendeel in - dat alles wel in orde zou komen als de naties de victoriaanse deugden van prijsstabiliteit en budgettaire voorzichtigheid toepasten.

Jammer genoeg draaiden de dingen anders uit dan beloofd. Maar in plaats van zich aan te passen aan de realiteit, staken die zogenaamde technocraten nog een tandje bij - door bijvoorbeeld te beweren dat Griekenland een faillissement kon vermijden door zwaar te besparen, terwijl iedereen die de berekening maakte beter wist.

Viswijven

Laat me met name focussen op de Europese Centrale Bank (ECB), zogezegd het ultieme technocratische instituut, die er vooral bekend om staat dat ze haar toevlucht zoekt in de fantasiewereld als de dingen fout lopen. Vorig jaar bijvoorbeeld hervestigde de ECB haar geloof in de vertrouwensfee - het geloof dat besparingen in een depressieve economie de economie zullen aanzwengelen omdat ze het bedrijfs- en consumentenvertrouwen vergroten. Vreemd genoeg is dat nergens gebeurd.

En in volle Europese crisis - een crisis die niet gecontroleerd kan worden tenzij de ECB ingrijpt om de vicieuze cirkel van financiële implosies te doorbreken - huldigen haar leiders nog altijd het credo dat prijsstabiliteit alle ziekten heelt. Vorige week verklaarde Mario Draghi, de nieuwe voorzitter van de ECB, dat "de verankering van inflatieverwachtingen de grootste bijdrage is die we kunnen leveren om duurzame groei, de creatie van banen en financiële stabiliteit te ondersteunen".

Dat is een uitermate fantastische bewering op een moment dat de verwachte Europese inflatie te laag is, en dat wat de markten in beroering brengt de angst is voor een min of meer onmiddellijke financiële instorting. Het heeft meer van een religieuze verkondiging dan van een technocratische inschatting.

Laat me duidelijk zijn: dit is geen anti-Europese oprisping, want wij hebben onze eigen pseudotechnocraten die het beleidsdebat verwringen. Zogenaamd onpartijdige groeperingen van 'experts' - het Committee for a Responsible Federal Budget, de Concord Coalition, enzovoort - zijn er veel te goed in geslaagd het economische beleidsdebat te kapen, door de focus te verleggen van banen naar tekorten.

Echte technocraten zouden zich afvragen welke zin dat heeft op een moment dat de werkloosheidsgraad 9 procent en de intrest op Amerikaanse schuld slechts 2 procent bedraagt. Maar net zoals de ECB hebben onze budgettaire viswijven hun eigen kijk op wat belangrijk is. En daar houden ze aan vast, ongeacht wat de feiten zijn.

Ben ik tegen technocraten? Absoluut niet. Ik hou van technocraten - technocraten zijn mijn vrienden. En we hebben nood aan technische expertise om onze economische problemen op te lossen.

Maar ons discours wordt enorm ontregeld door ideologen en wensdenkers - saaie, wrede romantici - die zich uitgeven voor technocraten. Het is tijd om dat imago te doorprikken.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />