17/11/11, 19u43
Judith Vanistendael beschrijft de metro onder het arme Molenbeek en de rijke Europese wijk. Vanistendael is een Belgische striptekenaar en illustrator. Zij woont en werkt in Brussel. Haar blog: judithvanistendael.wordpress.com
-
-
De nieuwe sluizen in het metrostation Graaf van Vlaanderen kunnen niet geruststellend tegen je glimlachen, of een oogje in het zeil houden zoals de vroegere kaartjesverkoper dat deed
Het is woensdagnamiddag. Ik ga met mijn zoon en mijn dochter naar mijn vader. Wij wonen in Molenbeek, ons metrostation is Graaf van Vlaanderen. Dat betekent overbevolking, smalle huizen, smalle stoepen, veel winkels, géén bomen, nauwelijks parken, veel verkeer, drukte, geroezemoes. Het heeft zijn nadelen, maar ook zijn voordelen. Opa boekje (schrijver Geert van Istendael, nvdr) zoals mijn kinderen hem gedoopt hebben, woont samen met Oma boekje aan metrohalte Merode: de chique buurt, vlakbij het Europees Parlement en het Jubelpark, straten met grote mooie herenhuizen, bomen, brede stoepen, rust, een beetje verkeer. Het heeft zijn voordelen, maar ook zijn nadelen.
Wij gaan dus ondergronds, in een rechte lijn dwars door Brussel. Onze ondergrondse tocht is een mooie afspiegeling van wat zich bovengronds afspeelt.
Als we willen afdalen naar het perron van de metro van Graaf van Vlaanderen, helpen we eerst een dame haar kinderwagen naar beneden dragen, want natuurlijk doet de roltrap het niet. Die doet het nooit. Ha nee, we zijn in Molenbeek, die buurt waar drugs gedeald wordt en alles kapot is en alles gevaarlijk. De roltrap doet het niet, zo hoort dat.
Daarna bevrijden we een oud vrouwtje uit de sluizen waar je met je kaartje langs moet om het zwartrijden tegen te gaan. Die sluizen zijn niet gemaakt voor de iets langzamer bewegende oudjes, de sluizen wachten niet op trage mensen. De sluizen kunnen ook niet geruststellend tegen je glimlachen, of een oogje in het zeil houden zoals de vroegere kaartjesverkoper dat deed. Nee, gezellig is het hier niet. En veilig waarschijnlijk ook niet, na 10 uur 's avonds als je moederziel alleen bent. Mij lijken ondergrondse verlaten ruimtes, met kille verlichting nooit echt veilig, niet om 10 u 's ochtends en niet om 10 uur 's avonds.
SpraakverwarringOp het perron zijn we een blanke minderheid. Ons Nederlands wordt weggespoeld door een Babylonische spraakverwarring van Frans, Berbers, Arabisch, allerlei Afrikaanse en Zuidoost-Aziatische talen die ik niet kan thuisbrengen. Maar we behoren ook tot een meerderheid, die van ouders met kinderen. Die van jonge mensen. We behoren ook tot de meerderheid die Belg is. Maar goed, de metro is er. We stappen in, we zijn nog steeds een blanke minderheid. We stoppen in Sint Katelijne, het tulpenstation noemen mijn kinderen dat, er hangen namelijk foto's van tulpen aan de muren. Hier stappen toch wel wat witte mensen op. Hippe mensen. Onze blanke minderheid groeit aan, maar niet noemenswaardig. Er stappen geen kinderen op.
In de twee volgende stations, de Brouckère en Centraal Station, geschiedt een wonder. Ons hele meerderheid-minderheidsstelsel wordt volledig overhoop gehaald. Als je boven de grond zou gaan kijken, zou je de meest waanzinnige mengelmoes van soorten mensen zien, alle kleuren door elkaar, alle leeftijden, alle nationaliteiten, alle talen, alle sociale klassen. Onze Molenbeekse buurtbewoners stappen uit om zich te verliezen in de drukte van het centrum, nieuwe mensen stappen op om naar het oosten van Brussel te reizen. Het oosten van Brussel, dat is met de metro het koninklijk Paleis (Park), de Wetstraat (Kunst-Wet), de Europawijk (Maalbeek, Schuman) en dan verder door naar woonwijken waar de eurocraten wonen (Merode, Montgomery,...) en nog wat verder door kom je in de nog betere woonwijken. De armoede van Molenbeek blijft netjes op de linkerkant van de metrolijn liggen (Graaf van Vlaanderen, Zwarte Vijvers, Beekkant, Ribaucourt). De blanke minderheid is nu een blanke meerderheid, maar onze Nederlandse taal verdwijnt nog steeds in het niets naast de Babylonische Europese spraakverwarring. De Belgische meerderheid verdwijnt rond Maalbeek en Schuman. En een moeder met kinderen wordt een te beschermen rariteit. Hier wonen geen kinderen. Of toch bijzonder weinig in vergelijking met in Molenbeek, en ik denk niet dat deze kinderen vaak de metro nemen.
Ik voel me vreemd, maar ik voel me vaak vreemd in Brussel. Mijn kinderen niet. Die voelen zich nergens in Brussel vreemd. Ze roepen: "We zijn er mama, we zijn er!" Het tegeltjesstation, Merode! Dat is het station van Oma en Opa boekje, daar moeten we uitstappen. We nemen de roltrap. Die doet het niet. Die heeft het in mijn hele leven, ik ben opgegroeid vlakbij Merode, ontzettend vaak niét gedaan. We moeten een moeder met haar kinderwagen helpen. Omhoog deze keer. Opa boekje wacht ons boven op, in Merode zijn gelukkig nog geen sluizen geïnstalleerd waar je door moet. Niemand blijft vastzitten. En er is een man in een hokje, die deze keer niet tegen ons glimlacht.