12/11/11, 09u25
dm column
Bert Wagendorp is columnist van de Volkskrant en om de twee weken bijzonder correspondent voor De Morgen vanuit Amsterdam. Van daar bericht hij over zijn land en dat van ons.
De Nederlandse premier Mark Rutte heeft de kiezers beloofd dat hij niet zal tornen aan de hypotheekrenteaftrek. Dat is al vele jaren de heilige koe van de Nederlandse politiek. Zo heilig, dat alleen het uitspreken van het woord lange tijd werd gezien als een vorm van politieke blasfemie. Nam een politicus in een bui van levensmoeheid het woord toch in de mond, dan stond er de volgende dag in de krant dat politicus X 'het H-woord' had uitgesproken. Dit kwam zijn partij op stevig zetelverlies te staan en het betekende doorgaans het einde van de politicus in kwestie.
Van de hypotheekrenteaftrek moest je afblijven. Elk jaar ontvangen de verzamelde huizenbezitters vijftien miljard euro van de staat. Daardoor, en door de sterk gestegen huizenprijzen (onder meer veroorzaakt door de hypotheekrenteaftrek) hebben veel Nederlanders, onder wie ikzelf, de afgelopen twintig jaar voor niks gewoond - of zelfs veel geld verdiend met wonen.
Dat is een paradijselijke toestand, te vergelijken met de lage belastingdruk in Griekenland of de pensionering op 39-jarige leeftijd in Italiƫ. Maar evenals die aanlokkelijke regelingen, is ook die van ons niet houdbaar.
De laatste tijd zijn er politici die het H-woord er dapper uitgooien: er moet iets gebeuren. Ze zitten alleen niet in de regering.
Christendemocraten, liberalen en rechts-radicalen weigeren de koe bij de hoorns te vatten en houden het absurde systeem in stand. Dat bewijst dat ook bij ons stelling 6 uit het manifest van David van Reybroucks G1000 geldig is: democratie is verworden tot de dictatuur van de verkiezingen.
Ruttes verzekering, tijdens de verkiezingscampagne van 2010, dat de aftrek bij hem 'veilig' was, zorgde er vermoedelijk voor dat hij met een miniem stemmenverschil de sociaal-democraten klopte en premier kon worden.
Anderhalve week geleden zei de president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, luidop dat het systeem niet langer houdbaar is. De totale Nederlandse hypotheekschuld is tussen 1996 en 2011 van 138 miljard euro opgelopen naar 644 miljard. Daarmee zijn we, gerekend per hoofd van de bevolking, wereldkampioen. Helaas in een sport waarin je liever geen wereldkampioen wilt zijn.
Knot schetste een rampscenario. Onder invloed van de economische recessie dalen de huizenprijzen. Daardoor komen huizenbezitters in problemen, omdat hun hypotheek hoger is dan de waarde van hun huis. Als er veel huizenbezitters in problemen komen, komen de banken in problemen. En zo ontwikkelt zich een Griekse nachtmerrie. Doe iets aan de hypotheekrenteaftrek, zei Knot daarom, en wel onmiddellijk. Die stimuleert dat we ons naar de afgrond lenen. Het IMF zei overigens onlangs hetzelfde.
Hierop verscheen premier Rutte op televisie. Hij zei dat er niks aan de hand was. Hij was het niet met Klaas Knot eens. En dus ook niet met het IMF. We stonden er voortreffelijk voor, de pensioenfondsen zaten vol en tegenover de schulden stonden voldoende bezittingen. We konden rustig gaan slapen. Hij zou van de hypotheekrenteaftrek afblijven. Die was eigenlijk alleen maar bedoeld om de veel te hoge belastingen te compenseren.
Het was lang geleden dat je een Nederlandse premier de kop zo diep in het zand zag steken.
Kiezers en gekozenen houden elkaar in gijzeling, en het resultaat is een verlamde politiek. Uit angst voor de volgende verkiezingen durven politici ook bij ons geen besluiten meer te nemen waarvoor moed is vereist, enige lak aan de populariteitspolls en een zekere minachting voor de virtuele zetelpeilingen.
Ik weet niet of David van Reybroucks deliberatieve democratie de oplossing is. Als de kiezer, zoals bij ons in 2010 gebeurde, 24 idioten de Tweede Kamer instemt, schaadt dat het aanzien van de Kamer. Maar wat mij betreft ook dat van de kiezer.
Niettemin zou ik wensen dat er bij ons ook een G1000 zou worden georganiseerd. Al was het maar om na te denken over nieuwe vormen van democratie. De oude is verlept, verlamd en uitgewoond.
Van de achterban van het CDA vindt 71 procent dat er iets aan het huidige systeem moet worden gedaan. Bij de VVD, de partij van struisvogel Rutte, is dat 59 procent. Dat stemt hoopvol: de burger is minder dom en kortzichtig dan de politicus veronderstelt.
Nu nog even een democratisch systeem bedenken, waarin we die wetenschap incorporeren.