Verdoven is halal

04/11/11, 08u23

Dit weekend vindt het jaarlijkse Offerfeest plaats. Farid Zahnoun en Peter Algoet van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging dringen erop aan om werk te maken van een slachtbeleid zonder uitzonderingen op basis van religieuze motieven.

  •  We pleiten niet voor een deritualisering van de slachtpraktijk, maar willen benadrukken dat verdoving de vorm van het ritueel niet in de weg hoeft te staan, maar er deel van kan uitmaken  
Naar aanleiding van het jaarlijkse Offerfeest, dat dit jaar zal plaatsvinden tijdens het eerste weekend van november, zullen in Antwerpen en Gent voor het eerst slachtvloeren ter beschikking worden gesteld waar verdoofd zal kunnen worden geslacht. De deelnemer krijgt met andere woorden de keuze of hij het dier al dan niet pijnloos het leven laat ontnemen. En hoewel geen enkel religieus geschrift het onverdoofd slachten als een verplichting oplegt (natuurlijk niet, want die geschriften stammen uit een tijd waar het onderscheid verdoofd/onverdoofd nog niet aan de orde was), zal er ook nu weer massaal zonder verdoving geslacht worden. Volgens sommigen is het alternatief van het verdovingsapparaat dat in Antwerpen en Gent ter beschikking zal worden gesteld, niet meer dan een doekje voor het bloeden. In zekere zin is dit waar, want in feite wordt het hele jaar door onverdoofd geslacht.

In ons land is iedereen die een dier wil slachten, verplicht om dat op een zo pijnloos mogelijke manier te doen. Dat wil zeggen: via een verdoving aan de hand van een of andere bedwelmingstechniek. De wet voorziet echter expliciet een uitzondering op de algemeen verplichte bedwelming bij slachtingen die voorgeschreven worden door de ritus van een eredienst.

Artikel 16 paragraaf 1 van de wet betreffende de bescherming en het welzijn van dieren van 14 augustus 1986 en de Europese Richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 staan beide een uitzondering toe op de verplichte verdoving in het geval van een godsdienstige ritus. We pleiten voor het schrappen van deze uitzondering en voor het veralgemenen van de verplichte verdoving bij elke vorm van slachting, ook de rituele.

Voor alle duidelijkheid: we zijn geen voorstander van een verbod op het ritueel slachten. Maar in de praktijk is het nu zo dat de uitzondering meer en meer regel is geworden. Want hoewel deze discussie altijd oplaait bij het naderen van het Offerfeest, gaat tijdens de andere 364 dagen van het jaar het onverdoofd slachten gewoon door. Uit een wetenschappelijk rapport en advies van de Raad voor Dierenwelzijn uit 2007 blijkt dat 21 procent van de kalveren, 10 procent van de runderen en maar liefst 92 procent van de schapen ritueel (en dus onverdoofd) geslacht worden. Op die manier kan men nog bezwaarlijk van een uitzondering spreken.

En ook voor de anders- of niet-gelovige is dat dagelijkse kost, want het vlees komt onvermijdelijk terecht in het reguliere voedselcircuit.

Uitzonderingspositie
Het mes snijdt dus aan twee kanten. Want terwijl bepaalde geloofsgemeenschappen kunnen genieten van deze uitzonderingspositie, die zich op zijn zachtst gezegd twijfelachtig verhoudt tot het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel (en in zekere zin ook tot het schadebeginsel, als men het dierenleed mee in rekening brengt), worden zij die niet tot deze geloofsgemeenschappen behoren wel geacht zich aan de wet te houden, zij het dan een ander stuk uit de wet.

Een vaak gehoord argument van de voorstander van het onverdoofd slachten, is dat men zonder verdoving dient te slachten, omdat 'men' dat altijd zo gedaan heeft. Dit argument wordt dan gewoonlijk gecounterd met de stelling dat men dan ook maar verdoving bij chirurgische ingrepen op mensen moet verbieden, want vroeger deed men dat ook niet. De analogie gaat echter niet op, omdat het rituele karakter van de ene praktijk, dat volstrekt afwezig is in de andere, miskend wordt. Een ritueel kun je inderdaad niet van vandaag op morgen zomaar van vorm veranderen, want dan zou het als ritueel verdwijnen. We pleiten dan ook niet voor een deritualisering van de slachtpraktijk, maar willen benadrukken dat verdoving de vorm van het ritueel niet in de weg hoeft te staan, maar er deel van kan uitmaken. Want laat de bekommernis om het welzijn van het dier nu net wél expliciet terug te vinden zijn in de religieuze teksten. De minutieuze slachtvoorschriften zijn ondubbelzinnig gericht op het vermijden van dierenleed en leggen onmiskenbaar getuigenis af van een respect voor het dier waar het in het Westen al lang niet meer op kan rekenen. Echter, de ironie van de zaak inzien is één ding. Iets anders is het om hieruit een argument pro onverdoofd slachten af te leiden.

Het ter beschikking stellen van verdovingsapparatuur voor het volgende Offerfeest is voor ons een stap in de goede richting. De kritische opwerping dat hiervan op het terrein geen gebruik zal worden gemaakt, is naast de kwestie. Want uiteindelijk is het aanbieden van dit alternatief niet alleen cruciaal voor het dierenwelzijn, het biedt tevens aan de gelovige de mogelijkheid om zijn recht op godsdienstvrijheid als een individueel recht te genieten, zo veel mogelijk in overeenstemming met zijn geweten, en tevens zo veel mogelijk in overeenstemming met het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel. We roepen de politici dan ook op om de uitzondering op grond van religieuze, maar stilaan onverantwoorde praktijken in de wet op het dierenwelzijn, te schrappen. De algemeengeldigheid van burgerlijke wetten kan en mag niet ondergeschikt gemaakt worden aan religieuze voorschriften.

En voor we het zouden vergeten: het ritueel doden van een dier is nooit een verplichting, ook niet tijdens het Offerfeest.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />