03/11/11, 09u12
De redactie van het satirische weekblad 'Charlie Hebdo', dat een speciaal nummer uit heeft naar aanleiding van de verkiezingen in Tunesië, is dinsdagnacht vernield door een brand. Er zou een molotovcocktail naar het gebouw gegooid zijn, maar er vielen geen gewonden. Le Monde neemt het op voor de krant: 'Il faut'.
Zes jaar na de publicatie van de karikaturen van de profeet Mohammed door de Deense krant Jyllands-Posten en de storm die dat ontketende in de wereldwijde moslimgemeenschap, werden de kantoren van het satirisch weekblad Charlie Hebdo in Parijs in de nacht van 2 november gedeeltelijk verwoest door brandstichting. Tegelijk was de website van de publicatie het slachtoffer van een cyberaanval en daardoor ontoegankelijk.
Onder de kop 'Charia Hebdo' wordt de cover van het weekblad opgedragen aan de opkomst van de islamisten in Libië en Tunesië. Mohammed was zogezegd de hoofdredacteur. Er wordt een vrouwenbijlage, 'Charia Madame', aangekondigd, en een 'apéro halal'. Om de satire te onderstrepen, dreigt een karikatuur van Mohammed: "Honderd zweepslagen als u niet sterft van het lachen."
Er is een politieonderzoek geopend, en op dit moment, (woensdagochtend) is nog onduidelijk wie de daders waren en wat hun motief was voor de aanslag. Zoals elke week was de voorpagina op voorhand verspreid via een persbericht. Deze keer had dat geleid tot vijandige reacties op sociaalnetwerksites. De islam verbiedt de afbeelding van de profeet Mohammed. Zoals de Deense krant en andere publicaties die dat uit solidariteit ook deden, heeft Charlie Hebdo ervoor gekozen die regel te negeren.
Het gaat niet om een rechtsregel of om een andere inroepbare regel van openbare orde in gelaïciseerde landen zoals Frankrijk.
Er bestaat daarentegen wel een rechtsregel in Europa die de vrijheid van meningsuiting vrijwaart. Wat je ook denkt over de redactionele keuzes van Charlie Hebdo, de esthetiek van zijn voorpagina's en de subtiliteit van zijn stijl, dat het weekblad satirisch van strekking is, is zonneklaar. Niets rechtvaardigt de aanval op de website van een persorgaan of brandstichting in de lokalen als uitdrukking van wrevel over de inhoud. De wet voorziet een paar beperkingen van de persvrijheid, maar die worden afgedwongen voor de rechtbank. Charlie Hebdo was overigens in 2008 al eens een keer vrijgepleit na een klacht wegens opruiing tot rassenhaat die was ingediend door een federatie van islamitische verenigingen en door de grote moskee van Parijs, toen het weekblad de Deense cartoons gepubliceerd had.
De fysieke aanvallen tegen Charlie Hebdo zijn even onaanvaardbaar als de tussenkomsten van fundamentalistische christelijke groeperingen, die sinds 20 oktober bij herhaling de opvoering in Parijs van het stuk 'Sur le concept du visage du fils de Dieu' hebben onderbroken. De vrijheid van meningsuiting en artistieke creatie is een van de meest essentiële waarden van onze democratieën. Het kan geen kwaad dat nog eens duidelijk te maken aan mensen die, onder het mom van de strijd tegen islamofobie of christianofobie, de onverdraagzaamheid promoten.