Wat Europa van IJsland kan leren

Paul Krugman − 30/10/11, 11u25

Op het moment van economische wanhoop liet IJsland de banken failliet gaan en breidde zijn sociaal vangnet zelfs nog uit. Paul Krugman is New York Times-columnist en de Nobelprijswinnaar economie van 2008.

  •  In de nasleep van de financiële crisis moeten banken gered worden, maar het grote publiek moet daar de prijs voor betalen  
De financiële markten juichen het akkoord toe dat donderdagochtend bereikt werd in Brussel. En inderdaad, vergeleken met wat had kunnen gebeuren - een bitter onvermogen om het over iets eens te geraken - is het feit dat de Europese leiders het over iets eens waren, hoe vaag de details ook zijn en hoe ontoereikend het ook mag blijken, toch een positieve ontwikkeling.

Toch is het de moeite waard om even een stap terug te zetten en het ruimere plaatje te bekijken, namelijk de rampzalige mislukking van een economische doctrine - een doctrine die enorm veel schade heeft berokkend in Europa en de VS.

De doctrine komt eigenlijk neer op de bewering dat in de nasleep van de financiële crisis banken gered moeten worden, maar dat het grote publiek de prijs daarvoor moet betalen. Een crisis die het gevolg is van een gebrek aan regels wordt dus een reden om nog meer naar rechts op te schuiven; een tijd van massale werkloosheid, waarin alles in werk gesteld zou moeten worden om banen te creëren, wordt een tijd van besparingen, waarbij de hakbijl wordt gezet in overheidsuitgaven en sociale programma's.

Die doctrine werd verkocht met het argument dat er geen alternatief was - dat zowel de reddingspakketten als de beperking van de uitgaven noodzakelijk waren om de financiële markten tevreden te stellen - en met het argument dat budgettaire gestrengheid banen zal creëren. Het idee daarachter was dat een vermindering van de uitgaven de consument en de bedrijven meer vertrouwen zou geven. En dat vertrouwen zou de privé er zogezegd toe aanzetten om meer uit te geven in plaats van zich in te graven vanwege de depressie-effecten van de overheidsbezuinigingen.

Sommige economisten waren niet overtuigd. Een sarcastisch criticaster zei dat het geloof in de stimulerende effecten van besparingen eigenlijk neerkwam op een geloof in de 'vertrouwensfee'. Oké, dat was ik.

Maar de doctrine is niettemin extreem invloedrijk. Stimulerende besparingen hebben de steun van zowel de Republikeinen in het Congres als van de ECB, die vorig jaar bij alle Europese overheden - en niet alleen de noodlijdende - aandrong op 'budgettaire consolidatie'.

En toen David Cameron vorig jaar premier van Groot-Brittannië werd, begon hij meteen aan een besparingsprogramma, in de overtuiging dat dat de economie zou opkrikken, een beslissing die geprezen werd door vele Amerikaanse experts.

Nu zijn de resultaten binnen, en het plaatje oogt niet zo fraai. Griekenland zit dankzij de besparingsmaatregelen in een almaar dieper wordende crisis, en die crisis, niet een gebrek aan inspanningen vanwege de Griekse regering, was de reden waarom een geheim rapport aan de Europese leiders vorige week tot het besluit kwam dat het bestaande programma onwerkbaar was. De Britse economie is stilgevallen door de besparingen, het bedrijfs- en consumentenvertrouwen zijn gedaald, niet gestegen.

Misschien is het meest veelbetekende wel iets wat nu doorgaat voor een succesverhaal. Een paar maanden geleden begonnen de waarnemers met lof te zwaaien voor de prestaties van Letland, dat er na de verschrikkelijke recessie toch in slaagde het begrotingstekort terug te dringen en de markten er van te overtuigen dat het op budgettair vlak gezond was. Dat was inderdaad indrukwekkend, maar de prijs was wel een werkloosheid van 16 procent en een economie die, hoewel ze eindelijk aan het groeien is, nog altijd 18 procent kleiner is dan voor de crisis.

De banken redden en de werknemer pesten is dus geen recept voor welvaart. Maar was er een alternatief? Wel, daarom ben ik in IJsland, voor een conferentie over een land dat iets anders deed.

Als u verhalen hebt gelezen over de financiële crisis, of films erover gezien hebt zoals de uitstekende Inside Job, dan weet u dat IJsland zogezegd het ultieme economisch rampenverhaal was: zijn op hol geslagen banken zadelden het land op met enorme schulden en deden het land in een schijnbaar hopeloze positie belanden.

Maar er gebeurde iets vreemds op weg naar het economisch Armageddon: precies de wanhoop van IJsland maakte conventioneel gedrag onmogelijk. Het land had de vrijheid om regels te breken. Overal elders werden banken gered en betaalde het publiek de prijs, maar IJsland liet de banken failliet gaan en breidde zijn sociaal vangnet zelfs nog uit. Terwijl iedereen elders geobsedeerd was door het bedaren van internationale investeerders, legde IJsland tijdelijke beperkingen op aan het verkeer van kapitaal om manoeuvreerruimte voor zichzelf te creëren.

Elementair fatsoen
En hoe gaat het nu? IJsland is er niet in geslaagd grote economische schade of een aanzienlijke verlaging van de levensstandaard te vermijden. Maar het is er wel in geslaagd de stijging van de werkloosheid te beperken en het leed van de meest kwetsbare mensen. Het sociale vangnet is nog intact, en dat geldt ook voor het elementaire fatsoen van de samenleving. 'Het had veel erger kunnen zijn', mag dan niet de meest wervende slogan zijn, als iedereen een catastrofe verwachtte, dan is het toch een triomf van het beleid.

En daar schuilt een les in voor de rest van ons: het leed dat zo veel burgers ondergaan, is niet nodig. Als dit een tijd is van ongelofelijk veel pijn en een veel hardere samenleving, dan was dat een keuze. Het moest en moet niet per se zo gaan.

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />