In dit Europa sterft de euro een vroege dood

20/10/11, 08u20

Guy Verhofstadt, Daniel Cohn-Bendit, Isabelle Durant, Andrew Duff en Sergio Cofferati zijn Europarlementsleden en de stichters van de Spinelli-groep, een netwerk van Europese federalisten. "De Europese Commissie onder leiding van Barroso moet meer macht krijgen ten nadele van de Europese Raad van Herman Van Rompuy", schrijven ze aan de vooravond van een cruciale Europese top. "Europa moet een federale sprong voorwaarts maken."

Mensen maken zich elke dag meer en meer zorgen over het onvermogen van Europa om de huidige crisis op te lossen. Ze hebben gelijk. Zoals het vandaag werkt, werkt het niet. Hoog tijd dus om diegene die nog in de intergouvernementele droom geloven, wakker te schudden met een duidelijke boodschap. De euro zal niet kunnen overleven wanneer elke lidstaat hardnekkig zijn eigen economische en budgettaire politiek blijft volgen. Maandenlange onderhandelingen tussen staatshoofden en regeringen brengen geen concrete resultaten. Wat tot nu toe is besloten, is op zich niet min, maar een gemeenschappelijke munt kan nu eenmaal niet beheerd worden via zeventien verschillende economische beleidslijnen. Het heeft steeds meer weg van het zoeken naar de kwadratuur van de cirkel. Sinds 2008 zijn er zeker belangrijke besluiten genomen. Maar door de vele aarzelingen zijn die te laat gekomen en hebben ze niet de impact die ze eigenlijk verdienen. Dat heeft het zogenaamde plan van 21 juli al aangetoond.

De eurozone heeft echte politiek-economische, budgettaire en fiscale instrumenten nodig. Het is overduidelijk dat het ondersteuningsplan voor Griekenland op korte termijn moet worden aangepast en afgestemd op de huidige Griekse economische situatie. Het zal tijd kosten om Griekenland terug op de rails te zetten. Ten eerste blijft de publiek sector ernstig in gebreke. Maar om de schuldenlast draaglijk te maken, is het nodig dat de privésector die mee draagt. Daarnaast is een gecoördineerd en transparant Europees herkapitaliseringplan voor de banken nodig. Zonder vertrouwen tussen de banken is de financiering van de reële economie onmogelijk. Tot slot is dit plan onuitvoerbaar als men onverantwoordelijk blijft omgaan met publieke middelen. De heropbouw van een moderne Griekse natie zal zeker botsen met machtige privébelangen die momenteel vrijgesteld zijn van belastingen. Om dit proces op de beste manier en in het belang van iedereen te begeleiden, moet de EU dus een geloofwaardig plan voorleggen dat fraude en belastingontduiking bestrijdt, in het bijzonder het bankgeheim en belastingparadijzen.

Top van de ijsberg
De Griekse crisis is helaas slechts een deel van de top van de ijsberg. Zo is er verder de obligatiecrisis die meerdere landen in de eurozone treft. Het Europees Fonds voor Financiële Stabiliteit (EFSF) is eindelijk operationeel. Maar de recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat een dergelijk mechanisme niet kan werken met zeventien nationale procedures. Het is nodig dat de EU middelen krijgt om snel te reageren, dat ze een echt Europees Monetair Fonds (EMF) krijgt, met meer kapitaal, een hogere leencapaciteit en waar beslissingen niet met consensus maar met een meerderheid kunnen genomen worden.

Maar voorkomen is beter dan genezen. Daarom zal de EU uiteindelijk zichzelf moeten voorzien van een Europese obligatiemarkt die wordt gevoed door euro-obligaties, uitgegeven door een Europees Schuldenagentschap. Men zou dan deze euro-obligaties uitgeven binnen de grenzen van het Stabiliteits- en Groeipact. Meer bepaald zou de schuld tot 60 procent gemeenschappelijk beheerd worden. Wat de obligaties op die schuld erg sterk zullen maken. De schuld die landen boven de 60 procent hebben, moet dan nationaal beheerd worden. Gezien obligaties op die extra schuld duurder zullen zijn, zal dat landen meer dan ooit aanzetten om hun schuld te verminderen tot de Maastrichtnorm.

Evenwicht
Pure begrotingssaneringen riskeren de Europese economie echter te verzwakken, uitgerekend op het moment dat men dringend uit de crisis moet geraken en de economie opnieuw moet groeien. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, is Europa een gebied waar men spaart. Dat zou men kunnen gebruiken om een groot pan-Europees investeringsplan voor de modernisering en de ecologische transformatie van de Europese economie te financieren. Dankzij de oprichting van investeringsobligaties, of project bonds, zou de EU infrastructuren kunnen financieren voor onderwijs, onderzoek, duurzame energie, transport en telecommunicatie. Investeringen die noodzakelijk zijn voor een betere en duurzame toekomst. Deze inspanning zal men moeten versterken met een meer autonome Europese begroting, gedeeltelijk gevoed door de belasting op financiële transacties. Tegelijk moet er een Europees Groeipact opgesteld worden met strikte en ambitieuze convergentiecriteria inzake fiscaliteit, pensioenen, werk en lonen. Kortom, we moeten een evenwicht vinden tussen investeringen en sociale samenhang, een evenwicht tussen vragen van werkgevers, werknemers en jongeren.

Om al deze doelstellingen te halen, moet de Europese Unie werk maken van een stevig en democratisch economisch beleid. Alleen de Europese Commissie heeft deze legitimiteit en is in staat om het algemeen belang te garanderen. Daarom zou men eraan kunnen denken de functies van de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad samen te voegen. De voorzitter van de Europese Commissie vertegenwoordigt meer het algemeen belang, alleen al vanwege zijn parlementaire benoeming. Daarnaast moet een minister van Financiën van de eurozone aangesteld worden. Hij of zij moet dan de Eurogroep leiden en zich omringen met een groep van commissarissen die verantwoordelijk zijn voor de economische politiek. Bovendien moet deze Europese minister dan de eurozone en haar lidstaten vertegenwoordigen in internationale financiële organisaties.

De democratisering van het economisch beleid is geen luxe, maar een noodzaak. Gezien het belang van de economische en sociale beslissingen die men moet nemen, moeten de Europese beleidsmakers verslag uitbrengen. Alleen dankzij de invoering van een grensoverschrijdend publiek debat wordt het mogelijk om rekening te houden met grensoverschrijdende problemen. In dit opzicht is een aan de Europese Raad toevertrouwd 'economisch bestuur' een aberratie.

Tijd voor verandering
Sommige voorgestelde hervormingen kan men bereiken via bestaande verdragen. Voor andere is er een herziening van de verdragen nodig, al was het maar om de nodige links te regelen tussen het federale hart van de Europese Unie en die de landen die uitgenodigd zijn om op een dag toe te treden.

Dit is misschien een moeilijk debat. Het is in elk geval een grote uitdaging. Toch is ze minder moeilijk en minder groot dan tien jaar geleden, toen we het project van het Grondwettelijk Verdrag hebben gelanceerd. De Europese burgers zijn zich er vandaag meer dan ooit van bewust dat de lacunes van het Europese beleid stilaan de euro en de EU zelf bedreigen. De ondergang van beide is iets wat erg weinig Europeanen willen. Het is tijd voor actie, voor verandering. Wij zullen er dan ook alles aan doen om een sterkere en meer democratische Unie uit te bouwen. Omwille van de toekomst van ons continent.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />