13/10/11, 08u08
Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van Unizo, en muzikant Tom Kestens vragen uitbreiding Wet-Laruelle voor artiesten.
De wurgcontracten die kandidaten voor 'The Voice van Vlaanderen 'voorgeschoteld krijgen na hun auditie doen denken aan de jaren '60. Berry Gordy (Motown) plukte toen Stevie Wonder op 12-jarige leeftijd letterlijk van de straat en liet hem een contract ondertekenen waarin hij zijn artistieke ziel verkocht. Alle uitvoerende en mechanische auteursrechten, portretrechten, artiestennaam, merchandising... name it: Mr. Gordy werd door een naïeve pennentrek eigenaar van het artistieke product 'Stevie Wonder'. Later kon Stevie zijn contract met Motown gelukkig heronderhandelen, na jarenlang voor een maandloontje te hebben gewerkt. Marvin Gaye was hetzelfde lot beschoren, en dan zwijgen we nog over de studiomuzikanten die de fameuze sound van Motown creëerden.
Die tijden zijn... bijna voorbij. De geest van Motown is nog steeds niet in de fles. Getuige vandaag de prehistorische wurgcontracten die een TV-productiehuis opdringt aan jonge mensen met drive en ambitie. Dat een productiehuis dat doet, kan niet verboden worden. Maar we stellen ons wel ernstige vragen bij de manier waarop die contracten worden opgedrongen. "Doe je mee, dan is het aan deze voorwaarden". Bedenktijd om het contract na te (laten) lezen is er niet. Terwijl het essentieel is dat de potentiële artiest zich vooraf over een contract kan informeren en laten adviseren. Helaas zetten de drive en ambitie van de deelnemers hen aan om snel te tekenen. Ze missen op die manier hun start helemaal. Ze staan hun wapens voor een geslaagde carrière bij voorbaat af. Doodjammer.
In tijden waarin de creatieve industrieën eindelijk erkend worden als een belangrijke economische motor (ze vertegenwoordigen 3 procent van het BBP en 13,5 procent van de zelfstandigen in hoofdberoep in Vlaanderen!) pleiten we voor een professionele versterking van het creatieve individu. Muzikanten, auteurs, acteurs, scenaristen, regisseurs, dansers, webdesigners, architecten, modeontwerpers, game-ontwikkelaars, beeldende kunstenaars, reclame-en communicatiemakers... in wezen zijn ze altijd creatief en ondernemend. Wat ze vaak ontberen is zakelijke expertise, informatie en coaching. Daarvan profiteren is makkelijk. Inspireren tot zelfredzaamheid uiteindelijk veel beter. Voor hen en voor de economie. Want de drive en ambitie zouden de katalysator kunnen zijn voor een zelfstandige artistieke carrière, waarin die artiest zich uiteindelijk ook beloond ziet voor zijn inspiratie en transpiratie. De vrijheid van het creatieve individu is cruciaal. Daarom moet die zakelijk zo sterk mogelijk staan.
Terug naar het wurgcontract. We vinden dat de principes van de Wet Laruelle (de precontractuele informatieplicht en de cooling-off period van 1 maand) hier soelaas kunnen bieden. Het zou de producenten er toe verplichten om een apart precontractueel infodocument te voorzien waarin de belangrijkste rechten en plichten van de artiest zijn opgenomen. De artiest krijgt vervolgens 1 maand de tijd om zich in alle rust en zonder druk degelijk te informeren over zijn contractuele engagementen. Daarna beslist hij met kennis van zaken om het contract al dan niet te ondertekenen. Een wet Laruelle-bis voor artiesten dus. Tot slot nog dit: een gunstig ondernemersklimaat voor creatieven is essentieel voor de toekomst van onze economie en voor de toekomst van onze culturele identiteit. Al wie zuurstof wil geven aan die creatieve economie heeft aan ons een partner. Anderen mogen zich aan kritische vrije tribunes verwachten.