Europese landbouw zonder boeren

13/10/11, 07u51

Europees Parlementslid Bart Staes (Groen!) vindt de landbouwhervorming die de Europese Commissie gisteren voorstelde eerlijk noch groen. Hij ziet grootschalige agrobedrijven aan invloed en aan land winnen.

Ik wil graag dat er aan het einde van dit decennium nog voldoende boeren in Europa zijn die een kwalitatief, gezond en duurzaam geproduceerd voedsel aanbieden. Maar die boeren zitten al jaren - net als de financiële sector - in een systeemcrisis en daarom moet het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) grondig veranderen. De Europese Commissie presenteerde gisteren haar langverwachte voorstel over het toekomstig GLB dat in 2013 van kracht moet gaan. De fundamentele hervorming waarop velen hopen, blijkt niet uit de voorstellen.

Vergroening
De term 'vergroening' staat in de voorstellen wel centraal, maar onvoldoende bindend en onvoldoende gekoppeld aan een betere positie van de boer. Het Europees Parlement beslist mee over dit dossier, en het belooft een van de meest essentiële besluiten voor de koers van de EU van de komende jaren te worden. Het landbouwbeleid is al een halve eeuw het kloppend hart van de EU. Het landbouwbudget beslaat ongeveer 60 miljard euro per jaar en sommige lidstaten willen dat inperken. Het lijkt veel geld, maar het is nog niet eens 0,4 procent van het totale Europese BNP. Niet echt veel voor het garanderen van een gezonde Europese voedselproductie en voor een zekere voedselsoevereiniteit.

De landbouwlogica zit in een destructieve spiraal. Eurostat berekende al dat de afgelopen acht jaar het boerenbestand met twintig procent afnam, terwijl landbouwgrond slechts met twee procent afnam. Dat is een enorme schaalvergroting die niet ten goede komt aan de kwaliteit van ons eten, bijdraagt aan de aftakelende biodiversiteit in Europa en geen rekening houdt met externe milieufactoren - ik denk aan de massale en destructieve import van GMO-soja uit Latijns-Amerika voor ons diervoeder - die niet mee worden gerekend.

Zonder een actief en slim Europees beleid zal het aantal boeren schrikbarend blijven dalen, mede omdat zij in een vrije marktlogica moeten produceren. Terwijl ze te lage prijzen voor hun producten krijgen, worden ook de laatste jaren steeds meer noodzakelijke milieu eisen aan hen gesteld. Het verminderde maar nog steeds grootschalige gebruik van pesticiden en herbiciden, het intensieve karakter van de productie waardoor bodemerosie optreedt en watervoorraden belast worden, de achteruitgang van biodiversiteit, de enorme bijdrage van veeteelt aan klimaatverandering (12 procent), het zijn zaken die niet meer ontkend worden. Tegelijkertijd zorgen ook deze GLB-voorstellen er blijvend voor dat kleine producenten in ontwikkelingslanden kapot worden geconcurreerd, iets waar Olivier De Schutter, VN-Rapporteur voor het recht op voedsel, gisteren terecht op wees.

Derde weg
De vraag is hoe het anders moet? Laten we de landbouw geheel over aan de vrije markt of blijven we de Europese boeren inkomenssteun geven? Of vinden we een derde weg waarbij EU-bijdragen in de landbouw een duurzame en tevens economisch toekomstgerichte ontwikkeling van de sector in gang zetten? In ieder geval niet door wat landen als Duitsland en Frankrijk en de lobbymachine Copa Cogeca - van vooral grote agrobedrijven - doen: zij zorgden ervoor dat de GLB-voorstellen van de Europese Commissie ernstig verwaterden en pleitten eigenlijk voor een destructieve status quo. Zij plaatsen milieubeheer en voedselproductie tegenover elkaar en zetten boeren zo blijvend tussen hamer en aambeeld. Wat er moet gebeuren is dat het GLB een voedselproductie in Europa stimuleert die recht doet aan het inkomen van boeren - waardoor het weer een beroep met toekomstperspectief wordt - en dat recht doet aan ons nageslacht.

Allereerst dit: Copa Cogeca & co. doen alsof alleen het opdrijven van de productie de verwachte toename van de honger in de wereld aankan. Dat is een valse voorstelling. Talloze rapporten waaronder het gezaghebbende IAASTD, de rapporten van De Schutter en anderen wijzen op de misvatting dat kleinschalige, biologische landbouw geen voldoende productie zou leveren, wel integendeel. Voorts moeten we nog eens wijzen op de gigantische verspilling van voedsel, naar schatting tot wel 30 procent van het voedsel wordt ergens in de voedselketen verspild.

Concreet dan: het huidige GLB berust op twee pijlers. Pijler 1 staat voor het directe markt- en prijsbeleid en de directe inkomenssteun, pijler 2 staat voor ondersteuning van het plattelandsbeleid. Een echte vergroening van de eerste pijler is cruciaal, waarbij de directe inkomenssteun verschuift naar bijdragen van boeren gericht op natuur en landschap, milieu en dierenwelzijn. Door diverse subsidies te koppelen aan een waaier aan 'milieudiensten' - denk aan gewasrotatie of het braak laten van 5 procent van de grond - die boeren leveren, belonen we hen voor duurzamer te presteren. Consumenten moeten daar ook een eerlijker prijs voor betalen.

Daarom ook moet er een beperkt, maar uitgekiend, systeem van marktregulering komen, met het doel boeren een betere positie op de markt te verschaffen. Boeren krijgen veelal geen redelijke prijs voor hun producten, laat staan dat kosten voor verduurzaming eenvoudig in de prijs kunnen worden doorberekend. De onderhandelingspositie van boeren tegenover supermarktketens en voedselverwerkende industrie moet verstevigd worden, via regelgeving ten voordele van coöperaties. En de internationale politiek moet speculatie met voedselgrondstoffen dringend aan banden leggen om te grote prijsschommelingen te vermijden.

Is een duurzamere landbouw groene dromerij? Nee, dat is maatschappelijke en ecologische noodzaak, wetenschappelijk verantwoord en boervriendelijk. Talloze boeren in België doen dit al jaren, en verdienen onze steun.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />