Jeroen Olyslaegers: Schoonheid en troost

24/09/11, 16u51

De column van schrijver Jeroen Olyslaegers verschijnt tweewekelijks op zaterdag. Alleen het eerste woord ligt vast. 'Wij'.

  •  Elk concert draagt de knisperende belofte van het sacrale in zich, een hoop in deze kapotte tijd op anderhalf uur transformatie  
Soms kan een mens niet anders dan over schoonheid schrijven omdat er een verbeten levenslust komt opzetten of omdat rouw en dankbaarheid voor je ogen een tergend trage wals dansen.

Terwijl ik dit schrijf heb ik net te horen gekregen dat schrijfbroer Roel Verniers is overleden die op deze pagina's mij en allicht talloze lezers heeft geleerd wat moed betekent in een strijd tegen iets wat sinds gisteren onvermijdelijk is gebleken. Al mijn liefde gaat uit naar de mensen die hem graag zien van dichtbij of van veraf. Mijn gedachten zoeken een toevluchtsoord bij deze woorden: 'Forever making waves, chasing bright lives.' Het is woensdagavond. De Rode Zaal van deSingel zit overladen vol. Sommigen mensen zitten op de trappen. Bovenstaande woorden worden gezongen door Gregory Frateur. De band heet Dez Mona die in samenwerking met het barokensemble Box hun opera Sàga op de planken brengt.

Je hebt zo van die concerten waarvan je weet dat het een heel speciale avond zal worden nog voor de eerste noot weerklinkt. Ik heb vaak geprobeerd om de teleurstelling van het omgekeerde, een slecht concert, te omschrijven. Uiteindelijk kom ik er op uit dat het even banaal is als groots: een slecht concert is een gemankeerde afspraak, een ritueel dat zich zielloos ontvouwt. Het publiek voelt zich als Captain Kirk en Doctor Spock uit Star Trek die niet worden geteleporteerd naar een andere planeet, maar door een mankement gedwongen zijn om op hun ruimteschip te blijven. Elk concert uit welk muziekgenre ook draagt de knisperende belofte van het sacrale in zich, een hoop in deze kapotte tijd op anderhalf uur transformatie.

De heren van Dez Mona zijn vrienden van me. Zoveel jaar geleden zag ik het duo Gregory Frateur en contrabassist Nicholas Rombouts voor het eerst. Het was op een feestje in een piepklein appartement aan de Antwerpse Dageraadplaats. De cd deed rare kuren. Er weerklonk een vrij autoritaire en voor mij toen onbekende stem: "Nicholas, ga je bas halen." Tien minuten later wist ik niet wat mij overkwam; er liepen tranen over mijn wangen. Niet snel daarna werden ze een trio met die lepe en inventieve accordeonist Roel van Camp en nog eens daarna werden ze een band met piano, drums, af en toe een gitaar. De geheimtip werd een fenomeen. Van zo'n band in zo'n klein land verwacht je dat ze haar succes consolideert tot werkelijk iedereen hun sound al eens gehoord heeft. Maar Dez Mona doet zoiets niet. Ze vinden zichzelf gewoon opnieuw uit, alsof dit het meest natuurlijke is wat je kunt doen als kunstenaar (velen proberen het wel, weinigen slagen er in).

Terug naar afgelopen woensdagavond. Het geluid van Dez Mona & Box boogt nu ook op een viola da gamba, een barokharp, een theorbe, een klavecimbel... Zij brengen een 'concertante opera' voor een nog ruimer publiek in een grote zaal van een groot concertgebouw. En dan weerklinken die woorden gezongen met een uitzonderlijke stem: 'Forever making waves, chasing bright lives' . De teksten gaan over reizen en thuiskomst, over het gevoel ergens bij te horen na een lange zoektocht. Het publiek houdt zich muisstil, als een gewillige prooi in een klem. Ik heb een repetitie meegemaakt van dit optreden en denk dus dat ik weet wat te verwachten. Dat blijkt allemaal flauwekul. Hier kan geen kat zich aan verwachten, noch ik, noch iemand die dit voor de eerste keer hoort. De muziek woedt als een koortsdroom van schoonheid. Het is wat als een groep van talentvolle vrienden je met verstomming doet slaan en je op een sensuele, diep ontroerende manier loodst naar een plek waar je nog nooit geweest bent en waar je toch alles herkent. Wat mij nog het meest verbijstert is dat Gregory Frateur in het verleden zijn demonen zo tastbaar heeft weten te maken en nu uitpakt met woorden die helen in deze op zijn minst merkwaardige tijden.

We vinden schoonheid allemaal belangrijk op een bepaald punt in ons leven, maar soms springen we er laks mee om. Soms vergeet ik, uw dienaar, wat voor een ongelofelijke, krachtige troost schoonheid herbergt. Tussen de composities door is er niet veel ruimte voor applaus. Het concert gaat ongenadig door tot werkelijk iedereen overstag gaat. En dan, wanneer de laatste noot weerklinkt en de podiumlichten langzaam doven, stijgt er een oerkreet op bij het publiek. Als één man gaat iedereen rechtop. Een staande ovatie, een enorme uiting van dankbaarheid smeedt iedereen voor een paar minuten aan elkaar. Wat doet dat met een artiest, zo vraag ik me af, om zoiets in ontvangst te nemen? Prevel je dan: schone bal, mannen? Terwijl ik dit schrijf staat hun nieuwe cd op in mijn werkkamer. En ik denk aan jouw prachtige columns, beste Roel, die zo verbeten klauwden naar de stekelige, confronterende schoonheid die in woorden huizen. Merci voor jouw schone bal.

'Forever making waves, chasing bright lives'
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />