21/09/11, 07u26
Het FDF strijdt al sinds de jaren 1960 voor de rechten van Franstaligen in de Brusselse rand.
Chantal Kesteloot geeft duiding bij het FDF: achtergrond, electoraat en motivatie. n Het FDF strijdt al sinds de jaren 1960 voor de rechten van Franstaligen in de Brusselse rand. Kesteloot is historica en auteur van Au nom de la Wallonie et de Bruxelles français. Les origines du FDF, Brussel, Complexe, 2004.
-
-
De Vlaamse manifestanten in Linkebeek zondag hebben meer gedaan voor het FDF dan om het even welk compromis kan bewerkstelligen
Zondag pas neemt de algemene raad van het FDF een beslissing, maar nu al kan het geen kwaad te wijzen op een paar elementen die de huidige crisis in de partij kunnen verklaren. Een korte geschiedenis. Al van bij de stichting in 1964 nam de partij in haar programma op dat ze streefde naar de uitbreiding van wat toen nog de Brusselse agglomeratie heette. Deze nieuwe formatie sloeg snel aan in de rand, waar organisaties die voordien al opkwamen voor de taalvrijheid, zich aansloten.
In de zomer van 1963 legde de regering Lefèvre-Spaak eigenlijk al de contouren vast van een probleem dat zou uitgroeien tot een explosieve twistappel. Het taalcompromis van Hertoginnedal beperkte de Brusselse agglomeratie tot negentien gemeenten, die werden ingesloten door het Vlaamse arrondissement Halle-Vilvoorde. In zes Brusselse randgemeenten werden taalfaciliteiten voor de Franstaligen geïntroduceerd. Die zes gemeenten vormden een soort apart kiesarrondissement. Voor de nieuwe partij voelde de administratieve scheiding aan als een keurslijf dat Brussel zijn natuurlijk hinterland ontnam. Dat discours kaderde binnen een defensieve logica die opkwam voor de rechten van Franstaligen. Ondertussen was er echter een groeiende verstedelijking aan de gang, en sommigen keerden de stad de rug toe om zich in een groene omgeving te vestigen. Tegelijk verplaatste de bevolkingsaangroei zich van de stad naar de rand. Dat was geen typisch Brussels of Belgisch fenomeen, maar bij ons was het toch bijzonder complex. In de jaren zestig leefden namelijk twee taalgroepen samen die een bepaalde onderlinge verhouding hadden geërfd uit het verleden, en sociaal ongelijk leken.
Trouw aan overtuigingenDe strijd voor de rechten van Franstaligen in de rand is dus innig verbonden met de oprichting van het FDF. Die strijd heeft niet altijd even hevig gewoed, maar dat neemt niet weg dat de ontwikkeling van het FDF bepaald werd door conflicten en eisen omtrent de rechten van Franstaligen in de rand.
Het verbaast dan ook niet dat het compromis voor B-H-V onaanvaardbaar lijkt in de ogen van het FDF. Het gaat om zijn geloofwaardigheid en legitimiteit ten aanzien van de beloften aan het electoraat. In oktober 2012 zijn het gemeenteraadsverkiezingen. Het is op dat lokale niveau dat het FDF zijn sterkste verankering heeft, zowel in Brussel als in de rand. Door het compromis af te wijzen isoleert de partij zich zeker in politiek opzicht, maar die houding kan evengoed beschouwd worden als een herbronning. De partij wijst haar traditionele electoraat erop dat ze trouw is gebleven aan haar overtuigingen van weleer. En ze wijst een nieuw electoraat erop dat ze niet aarzelt om risico's te nemen, dat ze haar imago van 'partij der Franstaligen' gestand doet, dat ze de beste dam is tegen de onaanvaardbaar geachte eisen van de N-VA, ook al betaalt ze daar een prijs voor door de breuk met de MR.
Een gewaagde gok? Vandaag is het moeilijk om die vraag te beantwoorden, maar wel duidelijk zijn de tegenstrijdige reacties. Na meer dan 460 dagen regeringscrisis vinden sommige burgers dat het tijd is voor een compromis, ongeacht de prijs of de inhoud. Voor anderen is de symboolwaarde van B-H-V zo groot dat het ondenkbaar is een compromis te aanvaarden. Voor die laatsten heeft de houding van het FDF de verdienste van de duidelijkheid, sommigen verwelkomen ze zelfs met oprechte opluchting. Sommige onder hen hebben ook nooit achter de alliantie met de liberalen gestaan, en zijn blij dat ze eindelijk verlost zijn van wat ze beschouwen als een al te rechtse hinderlijke bondgenoot.
Franstalige bourgeoisieDat brengt ons bij het electoraat van het FDF. Wie stemt er vandaag op die partij? Die vraag is complexer dan ze op het eerste gezicht lijkt. Het electoraat van het FDF vereenzelvigen met een Franstalige bourgeoisie die het Nederlands minacht, is wat kort door de bocht. Ja, er wonen gegoede burgers in de rand. Maar die zijn niet allemaal Franstalig, en ze stemmen niet allemaal op het FDF. Onder de kiezers van het FDF bevinden zich ook Franstaligen die in de rand zijn gaan wonen op een moment dat dat nog kon, en die al bijna een halve eeuw ijveren opdat die gemeenten opnieuw aangehecht zouden worden bij Brussel. Het is een kijk die berust op andere waarden en andere opvattingen dan het standpunt dat verband houdt met de 'onaantastbaarheid' van de taalgrens. Die waarden, die verdedigd worden door het FDF en ondersteund worden door het electoraat, beroepen zich op het principe van de taalvrijheid.
En zo staan twee visies lijnrecht tegenover elkaar. Aan Vlaamse kant verdedigen sommigen het mythische beeld van een ruraal 'Vlaams Vlaanderen' dat nooit bestaan heeft, en waaruit de Vlamingen hoe dan ook nooit verjaagd zijn. Aan Franstalige kant blijven bepaalde mensen vasthangen aan het beeld van een Franstalig België dat ook nooit bestaan heeft. Die mensen zullen nooit hun Franstalige identiteit verloochenen, of ze nu tweetalig zijn of niet. Die twee mythes zijn onverzoenbaar, ook al voeden ze elkaar wederzijds. De Vlaamse manifestanten in Linkebeek zondag, die even talrijk waren als de inwoners, hebben zonder twijfel meer gedaan voor het FDF dan gelijk welk compromis kan bewerkstelligen...Maar het electoraat van het FDF beperkt zich niet tot de rand. De partij heeft solide bastions in een aantal Brusselse gemeenten, waaronder bijvoorbeeld Schaarbeek, de tweede grootste gemeente in Brussel, met een gemiddeld inkomen dat veel lager ligt dan in de rijke randgemeenten. Het FDF trekt ook andere stemmen aan. Het is geweten dat de tweetaligheid in Brussel een belangrijk obstakel is voor de toegang tot de arbeidsmarkt.
Stemmen op een partij die dat gegeven verwerpt, is een logische reactie als je die situatie wilt wijzigen. Bovendien zijn bepaalde Franstaligen de Vlaamse eisen die onophoudelijk, onuitputtelijk en telkens vernieuwd blijven toestromen meer dan beu. En als radicale keuzes gemaakt moeten worden, dan haalt de meeste radicale partij het, en niet de partij die daar een bleke kopie van lijkt te zijn.
Nu is het afwachten of de twistpunten van gisteren die afstralen op het heden, er ook morgen nog zullen zijn. Dat zal de toekomst van het FDF op de lange termijn bepalen. Maar zonder glazen bol valt daar nu weinig over te zeggen.