'B-H-V of het topje van een ijsberg'

16/09/11, 09u24

Franstalige stemmen over de splitsing van de kieskring.

En nu opnieuw serieus
Alain Gerlache is media- en webwatcher bij de RTBF

Eén ding is zeker: de meerderheid van de Walen heeft nooit wakker gelegen van B-H-V. Om te beginnen zijn de meesten nog nooit in de randgemeenten geweest. En de Franstaligen die er wonen, staan sociologisch en cultureel ver van de Waalse bevolking. De grote woorden van de Brusselse elite over de dreiging die de Vlaamse eisen betekenen voor de democratie, hebben maar een kleine impact gehad in Wallonië.

Privé viel de voorbije weken regelmatig het zinnetje te horen: 'Dat ze dan Vlaams leren'. Ook vanwege hooggeplaatste politieke verantwoordelijken die niet bereid waren het risico op een splitsing van België te nemen, die een veel grotere bedreiging zou zijn voor de kwetsbare Waalse relance. En als het politiek niet correct was om dat in het openbaar te zeggen, dan was dat omdat B-H-V een symbool was geworden van een bepaalde Vlaamse verbetenheid en omdat de beelden van de manifestaties van flaminganten in de gemeenten het zuiden van het land gechoqueerd hadden.

Maar ten gronde hebben de twee polen van de Waals-Brusselse Federatie totaal andere gevoeligheden. De spanningen tussen de liberalen en het FDF moeten ook in die zin geïnterpreteerd worden.
Het gaat beter met Wallonië, maar de problemen blijven gigantisch. Het economische herstel en de steun aan ondernemingen is de eerste prioriteit van de centrum-linkse regering. En de boodschap gaat er des te beter in bij de publieke opinie omdat de liberale oppositie daar niets tegen in te brengen heeft.

Die nieuwe Waalse consensus, die van economische ontwikkeling de voorwaarde maakt voor het behouden van de sociale bescherming, is het voornaamste argument van de Franstalige partijen in de onderhandelingen die momenteel lopen met Vlaanderen over de bevoegdheden en de financiering. In Charleroi, Namen en Luik wordt dat veel belangrijker geacht dan de benoeming van drie burgemeesters.


Het offer van Di Rupo
Béatrice Delvaux is senior writer bij de Brusselse krant 'Le Soir'

Wie zegt alweer dat de Franstaligen altijd nee zeggen?
Vijf minuten politieke moed. Dat is dus wat Wouter Beke getoond heeft, chef van de CD&V, op 21 juli laatstleden, alsook Charles Michel, baas van de MR, op 14 september. Elk hebben ze in hun eigen kamp een keuze gemaakt die verschrikkelijk moeilijk was: Beke heeft de N-VA laten vallen en zich bij de andere Vlaamse partijen gevoegd om te onderhandelen over de nota-Di Rupo.

Michel heeft ja gezegd tegen een voorstel tot akkoord over B-H-V dat tegemoetkwam aan weinig eisen van het FDF, en nam zo het risico van een breuk met de kartelpartner. Resultaat: een akkoord over B-H-V en België dat - een mirakel! - opnieuw aanknoopt bij het compromis.

Je moest niet wachten op de verheugde reacties aan Vlaamse kant of de woede van Maingain en het FDF om te begrijpen dat het akkoord tegemoetkwam aan vele eisen uit het noorden van het land en aan heel weinig Franstalige eisen. Het zuiden van het land heeft een heel straffe, zware geste gedaan, en ten dele de Franstaligen opgeofferd die buiten de zes faciliteitengemeenten wonen.

Aan Franstalige zijde paste geen triomfalisme. Dit is een afgedwongen akkoord, een verplicht gebaar, een zware verantwoordelijkheid om op te nemen. Dit akkoord betekent ook een verplichting om te slagen voor de rest, wat niet niks is. Maar na 460 dagen crisis, goed wetende in welke heikele toestand tal van pijlers in dit land vertoeven, is het tijd om een regering te hebben en dit land te besturen.

Op de brug van dit schip dat te water wordt gelaten staat een imperiale Elio Di Rupo: iedereen is het daarover eens. Hij heeft met zijn socialistische oorlogsmachine het onmogelijke voor elkaar gebracht.

Meer dan te bewijzen dat hij premier kan worden in de ogen van het noorden van het land heeft hij echte legitimiteit verworven.


Kloof blijft

Hugues Danze is adjunct-hoofdredacteur van de Waalse Sudpresse-kranten

Laten we alstublieft even afstand nemen van die algemene euforie die zich meester lijkt te hebben gemaakt van onze politieke klasse (althans die welke aan de onderhandelingstafel zit). Wat stellen we vast? Dat er tussen de Vlaamse eisen (waaraan in hoge mate is tegemoetgekomen) en de compensaties voor de Franstaligen (die heel moeizaam verkregen zijn) nog een marge is. En die is niet alleen semantisch. Tussen het nipt gemiste akkoord van 2005 en het door de onderhandelaars gesloten akkoord van vandaag is er een groot verschil. Die vaststelling bewijst één ding: evenwicht in de politiek is erg variabel en wordt in hoge mate bepaald door de omstandigheden.

De splitsing van B-H-V was een verplicht nummer. Zonder een akkoord over dit detail (in vergelijking met de kolossale uitdagingen die België te wachten staan) is een sociaaleconomisch akkoord ondenkbaar. En kan er dus ook geen volwaardige regering komen. We zouden dus blij moeten kunnen zijn. Maar dan zouden we een beetje snel vergeten dat de spanningen rond B-H-V het bewijs zijn dat de politieke, sociaaleconomische en culturele kloof tussen het noorden en het zuiden steeds breder wordt. Het stemt tot nadenken dat het politieke wereldje meer dan vijftien maanden, of nee, vier jaar nodig heeft gehad om tot een akkoord te komen. En waarvoor ? Ja, daarvoor. B-H-V is slechts het topje van een immense ijsberg. Als dit probleem van de baan is, moet er nog over de rest van het menu onderhandeld worden. En dat menu is copieus, loodzwaar én gevaarlijk. De financieringswet, de overheveling van bevoegdheden, de responsabilisering van de gewesten, het sociaaleconomische luik. Geen peanuts dus. Het mag duidelijk zijn dat de splitsing van B-H-V fundamenteel niets oplost. Ze maakt in ieder geval geen eind aan het onaangename gevoel dat het samenleven niet wil lukken. Dat België, of men dat nu wil of niet, iedere dag een beetje verder verdampt.


Geen Wanhoop
Pascal Delwit is politoloog aan de ULB

Het akkoord over B-H-V is door de politieke en maatschappelijke actoren en door de Franstalige publieke opinie sereen ontvangen. Ja, ze waren eigenlijk gekant tegen het principe van de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. En nee, het is niet mogelijk gebleken om op een rustige manier de mogelijkheid te overwegen om de taalgrens (lichtjes) te wijzigen. En inderdaad, de burgemeesters van Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem zijn nog steeds niet benoemd.

Maar het compromis lijkt aanvaardbaar. Samen met de splitsing is er een bijzonder statuut gekomen voor de zes faciliteitengemeenten, die hun bijzondere band met Brussel behouden. De bewoners van de kantons Halle en Vilvoorde behouden hun judiciaire rechten en er is een stap vooruit gezet in de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij een eventuele weigering van de Vlaamse regering om een burgemeester te benoemen.

Uiteraard deelt niet iedereen het gevoel dat het om een evenwichtig akkoord gaat. Verscheidene FDF-mandatarissen zijn (zeer) ontevreden en dat geldt ook voor een aantal burgers. Maar over het algemeen overheerst een gevoel van opluchting, dat zowel berusting als hoop inhoudt.

Maar het moeilijkste moet nog komen: grotere autonomie voor de gewesten, een herziening van de bijzondere financieringswet, de bevoegdheidsoverdrachten plus daarnaast de klassieke economische, financiële en maatschappelijke dossiers. Maar de grote lijnen zijn getekend door de nota van de formateur, waarvan moeilijk kan worden afgeweken omdat er in dat geval een nieuwe globale synthese moet worden geformuleerd. Het akkoord moet nog een neerslag krijgen in een wetgeving en het is bekend dat daar nog moeilijkheden kunnen rijzen, zoals het Egmontpact in 1977-'78 heeft geïllustreerd. Maar nu de hoofdhindernis is genomen, kunnen we toch moeilijk aannemen dat de onderhandelaars op de andere punten vast zullen lopen.


Nieuwe eisen

Philippe Walkowiak is hoofd van de RTBF-Wetstraatredactie

De compensaties voor de Franstaligen lijken op het eerste gezicht nogal mager. De rondzendbrieven-Peeters, een uitsluitende bevoegdheid van de Vlaamse regering, blijven van kracht, ook al zeggen de onderhandelaars dat ze 'geneutraliseerd' zullen worden.

We kunnen nu al voorspellen wat er in december 2012 zal gebeuren: de gemeenteraad van Linkebeek zal Damien Thiéry voordragen als burgemeester en de Vlaamse minister die bevoegd is voor de gemeenten, Geert Bourgeois (N-VA), zal weigeren hem te benoemen met het argument dat hij Franstalige oproepingsbrieven heeft verstuurd. Thiéry kan dan beroep aantekenen bij de paritair samengestelde tweetalige kamer van de Raad van State. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Als er op die dag een Franstalige voorzitter is, zal het beroep worden aanvaard, is er die dag een Nederlandstalige voorzitter, dan wordt de benoeming geweigerd!

Hoe het ook zij, B-H-V hebben de onderhandelaars achter de rug. En al was het dan misschien emotioneel en erg symbolisch, in de grond was het een betrekkelijk eenvoudig dossier. Dat kunnen we niet zeggen van de financieringswet en de bevoegdheidsoverdrachten, want dat zijn de echte uitdagingen van de staatshervorming. Wallonië en Brussel staan zeer weigerachtig tegenover de door Vlaanderen geëiste fiscale autonomie.

Het heeft 458 dagen geduurd voor er een eerste akkoord was... Hoeveel dagen zullen er nog nodig zijn voor er een staatshervorming is? Voor er een nieuwe regering is? We kunnen er in ieder geval van uitgaan dat er snel nieuwe dringende eisen op tafel komen: de splitsing van het gerechtelijk arrondissement B-H-V, de vennootschapsbelasting, nieuwe bevoegdheden...
Het communautair probleem zit in het DNA van België.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />