dm column Elke week brieft Jules Hanot, een kleine maar noeste belegger, ons over de ins en outs van het beursgebeuren. Tussen ongezouten commentaar op de beursactualiteit door maakt hij ons in alle confidentie deelgenoot van zijn persoonlijke portefeuille, zijn winst en zijn verlies, zijn bibbermomenten en zijn geëxalteerde vreugdekreten.
Het begint stilaan vervelend te worden om gelijk te krijgen. De financiële markten blijven onverminderd hun spelletje van afstoten en aantrekken spelen en als kleine belegger moet je al over een verregaande neiging tot masochisme beschikken om je nog op de beursvloer te wagen. De vinger op de knip houden blijft voorlopig de enige boodschap. Vorige week nog waarschuwden we voor de bedrieglijke rust en de verlokkingen van bijzonder laag geprijsde aandelen. Wie toch durfde in te stappen, werd cash afgerekend toen de indexen, als bewijs dat alles altijd nog lager kan, met gemiddeld 4 procent de grootste daling in tweeënhalf jaar lieten optekenen. Alsof het woord 'hoger' definitief uit het beurswoordenboek werd geschrapt. De vertrouwensbreuk is totaal en de genadeloze machtsstrijd tussen beleggers en politiek kan pas luwen als ergens iemand met een duurzame oplossing komt voor alle problemen die de wereld tot aan de rand van een recessie hebben gevoerd. En die lijkt heel dichtbij, nu de OESO en het IMF een wereldwijde groeivertraging hebben geconstateerd.
Zelfs de langverwachte 'American Jobs Act' van Barack Obama kon het tij niet keren en zorgde eerder voor argwaan dan voor hoop. Het klinkt nochtans veelbelovend. Bijna 450 miljard dollar voor belastingvermindering en jobcreatie als economische shocktherapie. "Dit plan moet onmiddellijk door iedereen worden goedgekeurd", meldde de president strijdvaardig. Het zal ons benieuwen. De Republikeinen lieten al weten dat daar wat hen betreft geen sprake van kan zijn en deden Obama's plan af als oude wijn in nieuwe zakken. Na het beschamende schouwspel rond de verhoging van het schuldenplafond lijken Democraten en Republikeinen zich in het kader van de nakende verkiezingscampagne alweer op te maken voor een nieuw partijtje armworstelen. Hier valt dus niet onmiddellijk heil te verwachten. Op de koop toe hield Fedvoorzitter Ben Bernanke zich op de vlakte. De beleggers hadden gehoopt dat hij aansluitend op de speech van zijn grote baas wat extra stimulerende maatregelen uit zijn hoed zou toveren, maar Ben liet weten daar pas op 21 september over te zullen beslissen, en dat uitstel werd door de markten helemaal niet geapprecieerd.
Maar in de Verenigde Staten is er tenminste nog een plan. Daar zijn ze in Europa nog lang niet aan toe. Van eendracht binnen het Europese huishouden is lang geen sprake meer en de kakofonie van tegenstrijdige signalen klinkt oorverdovend en vals. Nog een geluk dat de rechter van het Duits Grondwettelijk Hof zich min of meer kon verzoenen met het Europese reddingsplan. Anders was het nu al amen en uit geweest met de enkel nog op papier bestaande Unie. Terwijl Angela Merkel en Herman Van Rompuy zich uitsloven om het belang van de eenheidsmunt te onderlijnen, roepen anderen dan weer om de Grieken zo snel mogelijk een ezelsstamp te geven. Of hoe een optie die enkele maanden geleden nog als ondenkbaar werd weggelachen nu ineens wel bespreekbaar blijkt. Vaststaat dat, als Europa een echt bedrijf zou zijn, het al lang de boeken had moeten neerleggen. Een monetaire en economische unie lijkt verder weg dan ooit, over de euro-obligaties wordt warm en koud geblazen en het onruststokende genie Silvio Berlusconi kwam, nadat hij de buit binnen had, terug op eerder gemaakte afspraken.
Hoeft het dan nog verbazing te wekken dat de laatste beleggers hun laatste greintje geduld verliezen en zich richting uitgang spoeden? Heeft het niet lang genoeg geduurd met die besluiteloze praatbarak die er na anderhalf jaar nog niet eens in geslaagd is zelfs maar het embryo van een duurzame oplossing aan te reiken?
Zelfs Jean-Claude Trichet is het beu. En dat wil veel zeggen. De centrale bankier viel donderdag even uit zijn boekhoudersrol en maande met overslaande stem de Europese regeringsleiders aan eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen.
IMF-voorzitter Christine Lagarde werd teruggefloten en weggelachen toen ze openlijk durfde te waarschuwen voor een nieuwe bankencrisis. Intussen hebben haar diensten berekend dat de Europese financiële instellingen ruim 200 miljard euro extra nodig zouden hebben als ze in hun boeken alle overheidsschulden tegen de werkelijke marktprijs inschrijven. Met andere woorden: het blijven reuzen op lemen voeten die niet veel meer nodig hebben om te kantelen en weer in een Lehman Brothersscenario terecht te komen.
Jules Hanot

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.