10/09/11, 09u19
In Vlaanderen gaan de cijfers van zelfdoding in stijgende lijn. Wie het van dichtbij meemaakt en niet verteerd wil worden door de vraag naar het waarom, gaat beter niet op zoek naar redenen, zegt Braeckman, filosoof aan de Universiteit Gent.
De cijfers zijn verrassend en verontrustend. Elke dag plegen drie mensen in Vlaanderen zelfdoding. Tien keer zoveel mensen doen een poging. We zitten ver boven het Europees gemiddelde. Zeer veel mensen kennen iemand die suicide pleegde of een poging ondernam. Bij geliefden, vrienden en familie laat een zelfdoding vaak diepe sporen na. Men heeft onbegrip en voelt zich schuldig. Het is eigen aan de mens om telkens hem iets overkomt dat dramatisch, pijnlijk en verwarrend is zich af te vragen: waarom?
In voorwetenschappelijke tijden stelde men die vraag ook over een aardbeving of een zondvloed. Een aardbeving heeft evenwel geen doel, ze gebeurt niet om een specifieke reden. Ze is het resultaat van de blinde, doelloze beweging van tektonische platen. Meer valt er niet over te zeggen. We weten dat we niet naar diepere antwoorden moeten zoeken. Er is geen antwoord op de waaromvraag dat aan het hele gebeuren een existentiële betekenis of een zin zou geven. We beseffen dit, maar dat betekent niet dat we het emotioneel en psychologisch aanvaarden.
Aan een kind dat aan een terminale kanker lijdt, kan men de celbiologische aspecten van een tumor uitleggen. Maar als het vraagt wat de diepere oorzaak is waarom net in zijn lichaam die cellen zich zo misdragen, dan blijven we het antwoord schuldig. Niet omdat onze kennis ontoereikend is, maar omdat de vraag in een foute context wordt gesteld. Voor velen is dat onverteerbaar. De dood van een onschuldig kind kan niet zinloos of zonder betekenis zijn.
Sommige nabestaanden van iemand die suicide pleegde, worstelen met dezelfde vraag. Soms is er een antwoord, zo nu en dan staat het in een afscheidsbrief. Aanhoudende pesterijen, een relatiebreuk, een depressie, een diep onvervuld verlangen of een zaak die bankroet ging. Er kunnen duizenden redenen zijn. We gaan er onmiddellijk naar op zoek. Ergens biedt een reden, om het even welke, troost. "Zijn verdriet over de dood van zijn partner was zo groot, hij kon zich er onmogelijk overheen zetten." We betreuren de zelfdoding, we voelen spijt dat we de signalen niet opvingen, we beseffen dat we meer aanwezig konden zijn. Maar dankzij dat bankroet of die pijnlijke liefdeskwestie is er ook begrip, dat ons helpt bij het verwerkingsproces. We kunnen zin en duiding geven aan die radicale beslissing.
Maar wat als er geen reden is? Wat als we niet eens van een beslissing kunnen spreken, omdat het zo ongerijmd lijkt, zo zinloos en absurd? Veel zelfdodingen blijken impulsief te zijn. We hebben het raden naar een diepere oorzaak. We kunnen het niet meer vragen en er is geen afscheidsbriefje. Niet alleen moeten we verder zonder de persoon die uit het leven stapte, we moeten ook aanvaarden dat we zijn dood nooit kunnen begrijpen.
Als een botsing van aardplatenDe wetenschap biedt ons statistieken, grafieken en correlaties. Sociologen leren ons dat het aantal zelfdodingen toeneemt naarmate de economische crisis erger wordt. Therapeuten hebben het over de gesloten aard van de Vlaming, die zijn problemen opkropt en zijn weg niet naar de hulpverlening vindt. Sociaal-psychologen ontwikkelen ideeën over de epidemiologische aard van zelfdoding. Genetici zoeken het in erfelijke factoren. Al die inzichten zijn van groot belang. Hopelijk doen ze de cijfers dalen.
We moeten de eerstelijnszorg verder uitbouwen, alerter zijn voor sommige signalen, het gemeenschapsleven verstevigen of herstellen en betere medicijnen ontwikkelen. Toch zullen ook de komende jaren in Vlaanderen honderden, zelfs duizenden mensen zelfdoding plegen. Wie het van dichtbij meemaakt en niet verteerd wil worden door de vraag naar het waarom, gaat beter niet op zoek naar redenen. Sommige zelfdodingen zijn als de botsing van tektonische platen. Onvermijdelijk, zonder doel, zinloos en absurd.