Roma hebben geen boodschap aan valse hoop

05/09/11, 10u46

Koen Geurts over de aanwezigheid van grote groep Roma in Etterbeek-Elsene. Geurts is stafmedewerker Roma en Woonwagenbewoners bij het Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel. Darius Mihai, Roma-bemiddelaar, tekent mee. Wanneer we met Roma werken, zijn we moreel verplicht in het belang van hun toekomstige welzijn rekening te houden met één belangrijk principe: responsabilisering met het oog op zelfredzaamheid, vindt Geurts.

  •  Wanneer materiële of financiële steun, onder welke vorm dan ook, de enige bron van inkomsten blijft, creëert dat afhankelijkheid, nog meer behoefte aan gratis hulp en uiteraard: aanzuigeffecten  
De groep van 64 Slowaakse en Tsjechische Roma die sinds half juli in een OCMW-lokaal in Etterbeek van een tijdelijke opvang genoot, is sinds woensdag op vraag van de burgemeester vertrokken, deze keer naar een zoveelste kraakpand in Elsene. Wat er uiteindelijk met hen moet gebeuren is een vraag die velen bezighoudt. Vanuit onze dagelijkse praktijk in het werken met Roma hebben we er een uitgesproken mening over: we moeten allen vooral stoppen met geven (materieel, financieel en een heleboel valse hoop), we moeten hen wel bewust maken van en begeleiden naar realistische perspectieven.

Werken met Roma houdt valkuilen in. Fenomenen zoals de aanwezigheid van grote groepen van meerdere families zoals die in Etterbeek, zijn nieuw voor ons. De schok die ons treft wanneer we zo'n groep voor het eerst zien, werkt in op onze emoties: een bonte mengelmoes van jonge kinderen, volwassenen en ouderen door elkaar, sommigen ziek, verwaarloosd, uitzichtloos. We grijpen instinctief naar ons hele urgentieapparaat: gratis maaltijden, kledij, speciale medische omkadering, een menswaardige slaapgelegenheid voor de hele groep, enzovoort.

Wat we op dat moment vaak even uit het oog verliezen is het parcours van deze mensen in België, alle voorgaande urgentiesituaties waarin ze reeds opgevangen zijn geworden, en vooral de vraag: wat kunnen we het best doen om hen uit die vicieuze cirkel te halen? Wat moeten wij doen met deze mensen die vanuit een uitzichtloze situatie in hun land van herkomst hun heil zoeken in België en voor wie afhankelijkheid van noodhulp en liefdadigheid probleemloos te rijmen valt met hun elementaire overlevingslogica? We moeten durven in te zien dat dat voor sommige groepen een business is als een ander. Indien het OCMW niet met nog méér op de proppen komt, riskeren ze nog een gerechtelijke klacht, zoals ze in Etterbeek mochten ervaren.

Laten we wel wezen: Roma zijn bijzonder divers. De verschillende situaties, ambities en houdingen zijn vaak niet te vergelijken met elkaar. Roma zijn ook helemaal geen doetjes, het zijn van oudsher plantrekkers, al denken we vaak het tegengestelde. Maar wanneer we met hen werken, zijn we moreel verplicht in het belang van hun toekomstig welzijn rekening te houden met één belangrijk principe: responsabilisering met het oog op zelfredzaamheid.

Wanneer materiële of financiële steun, onder welke vorm dan ook, de enige bron van inkomsten blijft, creëert dat afhankelijkheid, nog meer behoefte aan gratis hulp en uiteraard: aanzuigeffecten. Langdurige materiële opvang brengt voortdurend nieuwe stromen van economische vluchtelingen op gang voor wie zo'n toestand zoveel beter is dan de situatie in het land van herkomst. Het leuren met Europese Roma in een voor hen onmogelijke asielprocedure geeft valse hoop en houdt hen aan het lijntje. Het voortdurend reduceren van Roma tot marginale hulpbehoevenden is een spel dat op termijn contraproductief werkt. De slotsom is dat deze mensen er globaal niet beter van worden, dat de publieke opinie zich begint te ergeren over zoveel betutteling en, als het om Roma gaat, dat velen hun vooroordeel van 'Roma zijn parasieten'' bevestigd menen te zien met nog meer discriminatie en racisme tot gevolg. Net zoals het Oost-Europese landen verging.

Bewust maken

Voor een problematiek die gedurende eeuwen is scheefgegroeid, moeten we niet verwachten dat er op korte termijn een mirakeloplossing bestaat. We mogen hen ook niet de indruk geven dat we hun problemen wel allemaal kunnen oplossen. Beter doen we eraan deze mensen bewust te maken van de realiteit en de grenzen van de samenleving, een verhaal van rechten maar evenzeer plichten en eigen verantwoordelijkheden. Rekening houdend met de 10 basisprincipes voor Roma-inclusie die naar voren worden geschoven door het Europees Roma-platform, doen we er het best aan om Roma optimaal toe te leiden naar de bestaande reguliere maatschappelijke voorzieningen en geen acties te ondernemen die Roma meer favoriseren dan andere groepen.

Vandaar dat zij die Roma echt willen vooruithelpen het best stoppen met materiële steun te geven (huisvesting, voedsel, geld), maar hen beschouwen als volwaardige partners met potenties. Men dient hen te begeleiden naar een aangepaste school voor de kinderen, naar opleidingen, taalcursussen en mogelijkheden voor arbeidsbegeleiding. Roma-bemiddelaars kunnen hier een sterk ondersteunende rol in spelen. Men dient hen duidelijk te maken dat een woonst moet gezocht worden op de reguliere huisvestingsmarkt. En bij elke stap die gezet wordt, dient het 'voor wat hoort wat'-principe in acht genomen te worden. Wederzijdse inspanningen geven wederzijds respect. Enkel zo kan de vicieuze afhankelijkheidsspiraal doorbroken worden en kunnen deze mensen een realistische kijk krijgen op hun perspectief.

 l Koen Geurts is stafmedewerker Roma en Woonwagenbewoners, bij het Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel. Darius Mihai, Roma-bemiddelaar, tekent mee. l Wanneer we met Roma werken, zijn we moreel verplicht in het belang van hun toekomstig welzijn rekening te houden met één belangrijk principe: responsabilisering met het oog op zelfredzaamheid, vindt Geurts.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />