Pascal Smet −
02/09/11, 08u29
Pascal Smet (sp.a) beantwoordt de voorstellen van leerkrachten voor een beter onderwijs. Smet is Vlaams minister van Onderwijs.
-
-
Ik sluit mij niet graag op in mijn ivoren toren. Overigens, als ik er zit, dan staat mijn deur wagenwijd open en loop ik vooral heen en weer
-
Bij ons geen systeem van centrale toetsing door de overheid. Dat doen we niet omdat dit ons onderwijs in een strak keurslijf van 'teaching to the test' zou drijven
Bij mijn aantreden heb ik gezegd dat ik een minister van de toekomst wou zijn, een luisterend minister. 'Zeg het hem zelf' was de titel van een ronde van Vlaanderen waar ik in alle centrumsteden in gesprek ging met honderden leerlingen, leerkrachten, ouders. In mijn kantoor in het Consciencegebouw, met zes verdiepingen specialisten onder me, klaagden mijn medewerkers: waar zit hij nu weer? Luisteren is een vorm van respect. Respect dat leerkrachten vandaag genieten.
Groot vertrouwenHet vertrouwen in de leerkracht bij de mensen is groot, veel groter dan dat in onze politici. Dat vertrouwen is terecht. Ik ben in alle hoeken van Vlaanderen vooral gemotiveerde en bekwame leerkrachten tegengekomen. Met een mening, waar ik naar geluisterd heb. Leerkrachten die duidelijk maken dat lesgeven meer is dan een job. Het is een engagement.
Dat luisteren naar meningen voedt mijn mening evenveel als de mening van de specialisten op mijn kabinet en in mijn departement. Ik sluit mij niet graag op in mijn ivoren toren. Overigens, als ik er zit, dan staat mijn deur wagenwijd open en loop ik vooral heen en weer. Ook mentaal: tussen de verwachtingen van leerkrachten, ouders en leerlingen, en de noodzakelijke regels van een spel waarin een massa mensen en een massa geld omgaan.
Het kan er voor een lesgever op lijken dat alles bewijsbaar moet zijn op papier en dat dit ten koste gaat van de corebusiness van het lesgeven en het enthousiasmeren van jongeren om te leren, maar als overheid kun je bezwaarlijk jaarlijks ongeveer 10 miljard euro (circa 40 % van het budget van de Vlaamse overheid) spenderen aan onderwijs en geen enkele vorm van eindverwachtingen en controle verlangen. Dit zou maatschappelijk en economisch onverantwoord zijn.
Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid en verantwoording. Wij kennen geen systeem van centrale toetsing door de overheid. We kiezen ervoor om dat niet te doen omdat dit ons onderwijs in een strak keurslijf van 'teaching to the test' zou drijven. De onderwijskwaliteit wordt bij ons dus niet gemeten aan de hand van gestandaardiseerde proeven die bijvoorbeeld toelaten om scholen te rangschikken zoals in de Angelsaksische wereld, maar het wordt wel gemonitord door een systeem van kwaliteitscontrole door de onderwijsinspectie. Het is in het kwaliteitsdecreet opgenomen dat de school de eerste verantwoordelijke is voor zijn eigen kwaliteit en de bewaking daarvan toont nog maar eens de grote vrijheidsgraad van scholen aan.
De overheid legt geen bergen papier op. En als de regels van de overheid scholen de indruk geven dat ze die met bergen administratie moeten oplossen, ben ik een en al oor om daar samen met directies iets aan te doen.
Vakoverschrijdende eindtermenIk pleit niet voor het reduceren van onderwijs tot wat leerlingen plezierig vinden, maar integendeel voor een onderwijs dat prikkelt om te weten, en dat opvoedt tot een verantwoordelijke deelname aan de samenleving. De maatschappelijk aanvaarde verwachtingen voor ons onderwijs hebben we vastgelegd in de eindtermen. Dat die verwachtingen de vakken overstijgen lijkt me maar normaal en ook dat past in onze onderwijstraditie: onderwijzen en opvoeden gaan hand in hand.
We hebben de ambitie om onze jongeren niet alleen voor te bereiden op het hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt, wij willen ook dat ze zich ontplooien tot open persoonlijkheden die in staat zijn om actief te participeren in onze samenleving. Ons onderwijs is immers niet waardenvrij.
Hand in eigen boezemBetekent dit alles nu dat we niet kritisch moeten kijken naar ons eigen handelen, dat we niet moeten nagaan wat en waar we ons onderwijs kunnen verbeteren? Net zoals een leerkracht zijn of haar leerlingen leert om kritisch na te denken, moeten wij als onderwijsmensen dat ook doen over onze eigen onderwijsactiviteiten. Dat is geen verhaal van zij en wij. Dat is iets wat we samen moeten doen: de leraars in de klas, de schooldirecties en schoolbesturen, de beleidsmakers in de onderwijskoepels, vakorganisaties en overheid en ik als onderwijsminister. Onderwijs is emancipatie, emancipatie door kennis. Kennis van de eigen mogelijkheden, kennis van de werkelijkheid rondom, en kennis van de mogelijkheden om kennis te verwerven. De vermeende tegenspraak tussen kennis en vaardigheden is voor mij dan ook een non-discussie.