Pukkelpop en het balsturige opperwezen

23/08/11, 07u34

Rik Torfs over een wansmakelijke column en een misbegrepen God. Onze samenleving worstelt met haar gevallen goden, stelt professor Kerkelijk recht(KU Leuven) en CD&V-senator Torfs.

  •  Als alle onnozelaars moeten zwijgen, kunnen de kranten niet meer verschijnen en blijft het voor altijd stil in het parlement  
Pukkelpop is een zuip-, neuk- en drugsfeest. Het kan niet anders of dat trekt de aandacht van schrikgodinnen. En voor je het weet raast het onweer als een adem Gods over de weide. Met Sodom en Gomorra liep het ook al niet goed af. Ongeveer in die zin liet een losse medewerker van Het Nieuwsblad zich uit over het drama in Kiewit dat vorige week vier mensenlevens kostte. Het stuk wekte de toorn van hoofdredacteur Geert Dewaele, die de auteur op staande voet ontsloeg.

Laten we het over smaak hebben, en over God. Het gelegenheidsstukje getuigde manifest van slechte smaak. Het past niet om doden te beladen met zonden die ze minder hebben bedreven dan wij misschien nog zullen doen. Er bestaat uiteraard geen enkel verband tussen het gedrag van de hedendaagse jeugd en de storm die op enkele minuten zo gruwelijk huis heeft gehouden. De gewraakte bijdrage doet denken aan een omstreden uitspraak van monseigneur Léonard, die aids immanente gerechtigheid noemde. Ook hij spande God schaamteloos voor zijn kar, ook dat was smakeloos.

Wat iemand bezielt om in een sfeer waarin verslagenheid en medeleven alomtegenwoordig zijn, een stuk te schrijven over zedenverwildering en God die daartegen is, valt nauwelijks te begrijpen.

Toch is de harde reactie van zijn hoofdredacteur ook een beetje vreemd. Het siert een mens wanneer hij het mededogen dat de ander mist zelf aan de dag weet te leggen. Ontslag op staande voet is een erg radicale reactie op één - toegegeven, stevige - uitschuiver. Trouwens, vrije meningsuiting ruimt ook plaats voor domheid en radicale gevoelsarmoede. Als alle onnozelaars moeten zwijgen, kunnen de kranten niet meer verschijnen en blijft het voor altijd stil in het parlement.

De vraag is trouwens of het boude antwoord alleen op het wansmakelijke karakter van het stuk slaat. Misschien heeft het ook wel met God te maken.

Schroom
Onze samenleving worstelt met haar gevallen goden. Iedereen kan verantwoordelijk zijn voor een ramp. De natuur. Een organisator. Een terrorist. Een politicus. Gelijk wie. Maar God niet. Hem gunnen we het niet almachtig te zijn. Dat zegt meer over ons dan over God. De God in wie wij niet geloven is immers almachtig, hij doet met een mens wat hij wil. Hij zaait dood en vernieling wanneer het hem goed uitkomt. En als rampspoed de wereld treft, is dat te wijten aan het wreedaardige cynisme van het balsturige opperwezen. Op morele gronden verbieden wij zo'n God om te bestaan. Zozeer zijn wij boos op hem dat wij niet anders kunnen dan het atheïsme omarmen. Kortom, wie heel gevoelig is voor de straf van God, blijkt met hem niet klaar te zijn. Zo iemand zit tussen twee stoelen. Zijn geloof is niet groot genoeg om God als iets anders te zien dan een almachtige tiran. Zijn ongeloof is niet groot genoeg om vredevol te berusten in de afwezigheid van zijn bestaan.

Veel in het leven heeft met goede smaak te maken. Die zegt alles over het raffinement, de diepte en de intensiteit van menselijke gevoelens. Goede smaak betekent ook: schroom. Schroom tegenover de dood, die altijd een mysterie blijft, hoewel wij zeker zijn van haar bestaan. Schroom ook tegenover God die misschien niet, doch waarschijnlijk wel bestaat, maar die daar alleszins nooit zelf mee uitpakt.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />