Tijd voor meer burgerdemocratie

19/08/11, 08u11

Het zijn de partijvoorzitters die moeten werken aan een compromis. Maar partijen vertolken al lang niet meer wat de bevolking wil, stelt Marc Hooghe, docent politieke wetenschappen aan de KU Leuven.

Vandaag komen de acht partijvoorzitters die betrokken zijn bij de regeringsonderhandelingen voor het eerst weer allemaal samen. De uitkomst van dat overleg zal bepalend zijn, niet alleen voor de politieke maar vooral ook voor de economische toekomst van ons land. Het zijn de partijvoorzitters die het land regeren, niet de regering, laat staan het parlement.

Op die diagnose komt er heel wat kritiek, onder meer van de organisatoren van de G1000, die op 11 november plaatsvindt. David Van Reybrouck, mede-initiatiefnemer van de G1000 stelde enkele maanden geleden dat de politieke partijen in ons land niet meer echt de bevolking vertegenwoordigen, en dat het daarom tijd is voor een vorm van burgerdemocratie. De G1000 sluit daarmee perfect aan bij een internationale trend waarbij steeds meer naar alternatieven wordt gezocht voor de traditionele representatieve democratie. De tijd dat burgers één keer om de vier jaar naar de stembus trokken, en daarmee een blanco cheque gaven aan de politieke partijen ligt nu goed en wel achter ons.

Die kritiek op de partijen is grotendeels terecht. Zestig jaar geleden kon men er inderdaad van uitgaan dat we nog te maken hadden met echte volkspartijen. In Vlaanderen waren vooral de CVP en de BSP tot in het kleinste gehucht aanwezig en deze partijen samen hadden ook honderdduizenden leden.

Bij de verkiezingen van 1954 haalden christendemocraten en socialisten samen nog vlot meer dan 80 procent van de Vlaamse stemmen. Bij de verkiezingen van vorig jaar bleef daar maar een magere 32 procent van over. De tijd van de volkspartij is dus voorbij. De verwachting dat de N-VA zal uitgroeien tot een nieuwe volkspartij is ongegrond.

De belangrijkste reden hiervoor is dat de tijd van de massapartijen definitief voorbij is. Dat is niet alleen zo in Vlaanderen, maar in heel West-Europa. De Ierse politicoloog Peter Mair die deze week is overleden, heeft zowat zijn levenswerk gemaakt van de studie van politieke partijen. Zijn analyse is dat partijen al lang niet meer geïnteresseerd zijn in het vertolken van wat de bevolking "echt wil".

Partijen zijn volgens Mair een soort electorale kartels geworden, die de politieke markt onder elkaar verdelen. Politici nemen deel aan de uitoefening van het staatsgezag, en ze zien hun loopbaan ook in dat perspectief. Het is voor een politicus al lang niet meer opportuun om alle zaaltjes en parochiekringen af te lopen, om zo geleidelijk een electorale basis uit te bouwen.

Politiek bedrijf
Het feit dat partijen zich als een politiek bedrijf gaan gedragen, maakt ze echter ook bijzonder kwetsbaar. Net zoals kritische consumenten steeds van merk wisselen in de supermarkt, kunnen we ook niet meer verwachten dat ze aan één politieke partij trouw blijven. De ideologische vervaging zorgt er trouwens voor dat alle partijen toch op elkaar lijken, en dus onderling inwisselbaar worden. Volgens Mair gaat het om een kringloop die zichzelf versterkt: partijen zijn zo bang om de volgende verkiezingen te verliezen, dat ze geen eigen standpunt meer durven innemen als ze niet gedekt worden door allerlei marketingadviezen. Maar juist dat gebrek aan duidelijke standpunten zorgt ervoor dat partijen nog kwetsbaarder worden en dat de kiezers nog gemakkelijker overlopen.

Burgers hebben tegenwoordig weinig vertrouwen in politieke partijen, en daarbij gaat het zowel om de traditionele partijen, als om de 'nieuwe' partijen: iedereen wordt over dezelfde kam geschoren. Het zijn de partijen zelf die veranderd zijn, door zich meer te richten op het staatsapparaat en op het eigen functioneren, en minder op de verbondenheid met de samenleving. Burgerinitiatieven als de G1000 kunnen nuttig zijn om die kortsluiting tussen burgers en het politieke systeem op te vangen. Zoals iedereen die deze zomer wel eens met Waalse buren heeft gediscussieerd, zal gemerkt hebben: als redelijke mensen met elkaar babbelen, blijken de tegenstellingen helemaal niet zo onoverbrugbaar.

Maar in zijn latere werk wees Peter Mair er op dat politieke partijen toch voor één aspect onmisbaar zijn: er moet uiteindelijk een beslissing genomen worden. Een dag discussiëren over de toekomst van België kan leerrijk zijn, maar uiteindelijk moet er ook een wet gestemd worden. Burgerinitiatieven hebben geen enkele bevoegdheid of legitimiteit om er een oplossing door te drukken. De Belgische bevolking heeft vorig jaar een mandaat gegeven aan de politici. Misschien hebben veel kiezers zich laten misleiden door slinkse propagandatechnieken, misschien brengen de politici er weinig van terecht. Maar dan nog is er in een parlementaire democratie geen andere oplossing: het zijn de beroepspolitici die het zullen moeten oplossen. De acht partijvoorzitters die nu gaan samenzitten hebben dan wel veel van hun legitimiteit verloren, ze hebben nog altijd die sleutel in handen - een alternatief is er voorlopig niet.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />