12/08/11, 07u18
Bakken kritiek worden dezer dagen over de Amerikaanse president Obama uitgegoten. Obamabashen is bon ton maar volstrekt onterecht, vindt Fientje Moerman. Moerman is Vlaams Parlementslid voor Open Vld.
-
-
Obama mag de budgettaire rommel van Bush opruimen: biljoenen aan twee oorlogen en aan belastingverlagingen voor de rijksten
Volgens economisten als Nobelprijswinnaar Paul Krugman is de deal over het federale schuldplafond een ramp die de Verenigde Staten een bananenrepubliekstatus geeft, en de deal om voor 2,4 biljoen dollar te bezuinigen vergelijkbaar met de middeleeuwse geneesmethode van bloed aftappen met bloedzuigers. Een psychologieprofessor maakte, ook in de New York Times een karakteranalyse van Obama waarbij hij wordt afgeschilderd als een besluiteloze twijfelaar die de moed niet heeft om de mensen te zeggen waarop het staat, die voor hij president werd niet veel noemenswaardig heeft uitgespookt en die blijkens zijn vroeger stemgedrag op gevoelige onderwerpen de moed niet had voor zijn overtuiging uit te komen. Een andere opiniemaker verwijt hem te leiden van vanachter en wijst erop dat winnen op punten niet hetzelfde is als leiderschap. Samengevat, het is bashing Obama time.
Drie conclusies: een over Obama zelf, een over de economische gebeurtenissen van de afgelopen dagen en weken, en een over de politiek in het algemeen.
Wat Obama betreft. Natuurlijk maakt de man fouten. Maar terwijl hij volgens het Amerikaanse institutionele systeem alleen beslist, durft hij het aan risicovolle en moreel moeilijke beslissingen te nemen, zoals het doden van Osama Bin Laden - u weet wel, de man die zijn Republikeinse voorganger Bush na 9/11 tevergeefs uit zijn hole probeerde te smoken - of zoals het omkeren van de 'don't ask, don't tell'-politiek ten aanzien van holebi's in het leger. Terwijl hij de macht moet delen met een Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, moet hij compromissen sluiten, zoals over het schuldplafond, de gezondheidszorg en de maatregelen om de crisis te bezweren. Compromissen stellen altijd teleur, dat zouden wij als Belgen moeten begrijpen. Maar blijkbaar is karaktermoord populair als het slecht gaat - niet alleen in Amerika trouwens. Mocht iemand het u nog niet verteld hebben, Obama sluipt ook 's nachts het Witte Huis uit, in de tuin, als zijn vrouw en kinderen slapen, om nog een sigaretje te roken. Voorwaar, totaal ongeschikt voor het presidentschap.
Wat de economie en de schuldencrisis betreft. Poor Obama mag poetsvrouw spelen van de rommel die zijn voorganger, Bush junior, achterliet: een biljoen dollar uitgegeven in twee oorlogen en twee biljoen aan belastingverlagingen voor de rijksten. De deal over het federale schuldplafond in de VS voorziet 2,4 biljoen bezuinigingen, minder dan wat George Bush over de balk gooide. Obama stelde daarbij ook belastingverhogingen voor, onder meer voor de inkomens boven de 200.000 dollar. Een goed idee, want de belastinginkomsten in de VS waren nooit eerder zo laag. Voor u zich verwondert over een liberaal die dat steunt: in België betaalt iedereen die meer dan 34.330 euro per jaar verdient 50 procent inkomstenbelasting. De belastingverhogingen in de VS zijn overigens in het compromis gesneuveld, precies omwille van die Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Ook het feit dat het eerdere stimuleringsplan voor de economie volgens critici te halfbakken was, en bij verre niet de New Deal van Roosevelt benaderde, heeft te maken met de slechte budgettaire toestand in de VS.
Extremist als presidentWat we zien, met of zonder Obama, en ook bij ons, is de volgende stap in een langdurig proces van collectieve verarming in het Westen. Dat proces begon in 1973 met de oliecrisis, en verloopt blijkbaar zoals het ziektebeeld van bepaalde vormen van multiple sclerose, met schokken en telkens een stabilisering op een lager niveau. De vraag is niet of de VS door het beleid van Obama zijn AAA-status verloor, maar wel waarom het zolang duurde vooraleer Amerika, met een totale schuld van bij na 100 procent van het bbp en een jaarlijks begrotingstekort van tegen de 10 procent, zijn status als AAA-land kwijtspeelde.
Wat betreft de politiek in het algemeen. Wie het beleid belichaamt, wordt ook als eerste verantwoordelijk gesteld voor het falen van dat beleid. Maar de commentatoren gaan in de fout door dat beleid te personaliseren, en het toe te schrijven aan het falen van één man. Het is een collectieve verantwoordelijkheid van de opeenvolgende generaties van Amerikaanse politici én van de mensen die hen verkozen. De VS zou wel eens van een kale reis kunnen thuiskomen als na de verkiezingen van 2012 een Tea Party-extremist president zou worden.