01/08/11, 07u06
Johan Depoortere stelt dat de schuldencrisis nu al een verliezer heeft: de Amerikanen die de magere steun van de overheid nodig hebben. Depoortere is gewezen VS-correspondent van de VRT.
-
Als de rijkste gezinnen en bedrijven evenveel belastingen zouden betalen als ze in 1961 deden dan zou de schatkist jaarlijks 716 miljard dollar aan bijkomende inkomsten hebben. Vaarwel schuldencrisis!
De schuldencrisis in de Verenigde Staten is geen natuurramp zoals de tornado's en de winterstormen die met de regelmaat van een klok Amerika teisteren. Het is ook geen nieuw fenomeen, maar het gevolg van een door mensenhanden gemaakte economische politiek, begonnen met Ronald Reagan, voortgezet door Bill Clinton en nu enthousiast overgenomen door de eerste zwarte president, Barack Obama.
Franklin Delano Roosevelt drukte tegen een vijandige oppositie en een deel van zijn eigen Democratische achterban de New-Dealwetgeving door die de Amerikaanse werkende mensen een zekere bescherming bood tegen werkloosheid, ziekte en ouderdom. Roosevelt deed dat niet uit liefde voor de arbeidersklasse maar omdat de machtsverhoudingen in het voordeel waren van radicale vakbonden. Hij begreep dat toegevingen nodig waren om de essentie van het systeem in stand te houden. Hetzelfde kan worden gezegd van Lyndon B. Johnson die met zijn 'Great Society' armoede en racisme in Amerika uit de wereld wou helpen.
De sociale programma's van Roosevelt en Johnson waren niet gratis: ze werden gefinancierd door belastingen op de grote inkomens. Maar de rijkste Amerikanen hebben zich nooit met die stand van zaken verzoend. Ze gingen in de tegenaanval tegen wat ze 'socialisme' noemden en vanaf de jaren '80 boekten ze daarbij het ene succes na het andere. Het belastingaandeel van de rijkste Amerikanen en hun grote bedrijven, de corporations, is gestaag afgenomen. De federale regering kreeg het steeds moeilijker om de budgettaire gaten te vullen. Ronald Reagan en zijn opvolgers gaven de schuld daarvan niet aan de rijken maar aan de modale Amerikaan en de armen. De voornaamste slachtoffers van de 'saneringen' waren de sociale programma's die het leven van de gewone Amerikanen draaglijk maken. Dat we vandaag van een schuldencrisis spreken is daarvan het rechtstreekse gevolg.
Het Institute for Policy Studies illustreert deze trend met hallucinante cijfers. Als de rijkste gezinnen en de bedrijven die meer dan 1 miljoen dollar per jaar vangen evenveel belastingen zouden betalen als ze in 1961 deden dan zou de schatkist jaarlijks 716 miljard dollar aan bijkomende inkomsten hebben. Vaarwel schuldencrisis! De econoom Peter Diamond en Emmanuel Saez, een onderzoeker aan de Universiteit van Californië, hebben berekend dat de hoogste inkomens (de top 1 procent) jaarlijks gemiddeld 22,4 procent afdragen aan de belastingen. Ook als dat percentage zou verdubbelen, dan nog zouden de 1 procent rijkste Amerikanen dubbel zoveel verdienen als hun soortgenoten in 1970. Diamond en Saez berekenden ook dat de 400 rijkste Amerikanen een gemiddeld inkomen van 270,5 miljoen dollar per jaar genieten. Dezelfde top 400 moest het in 1970 omgerekend in dollars van 2008 met 'slechts' 13,3 miljoen stellen. De top 400 heeft met andere woorden in veertig jaar tijd zijn inkomen met 20 vermenigvuldigd. Maar in 1955 betaalde diezelfde groep 51,2 procent belastingen, in 2008 nog slechts 18,1 procent. De miljardair Warren Buffett betaalt minder belastingen dan zijn secretaresse, zegt hij zelf.
Afhankelijk van rijkenDat alles is geen geheim en de verklaring is niet ver te zoeken. Elke Amerikaanse president is voor zijn verkiezing afhankelijk van de bijdragen van diezelfde rijke Amerikanen en hun bedrijven. Een 'onzichtbare primary', die van het grote geld, schift het deelnemersveld lang voor de echte verkiezingsstrijd begint. Barack Obama is op die regel geen uitzondering. In zijn campagne heeft Obama met succes de mythe verspreid van de miljoenen kleine donoren. In werkelijkheid kwam het gros van zijn campagnegeld van Wall Street, mediabedrijven, universiteiten en advocatenbureaus.
De zogenaamde ruk naar rechts van de president is dan ook fantasie. President Obama is op geen enkel moment de strijd aangegaan met hen die gezworen hebben het nu al zwakke systeem van sociale zekerheid in de VS uit de wereld te helpen. Wat hadden we anders verwacht van een president die in een opiniestuk in de aartsconservatieve Wall Street Journal "het vrijemarktkapitalisme de grootste kracht voor welvaartverspreiding ter wereld" noemde? Alleen de retoriek is veranderd: Obama spreekt nu steeds openlijker de taal van de Republikeinen en de vijanden van elk overheidsingrijpen. Door nu te beweren dat "we moeten besparen om de economie gezond te maken" maakt hij zich de woordvoerder van de meest reactionaire Republikeinen, zegt zelfs een kritische aanhanger van de president als de econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman.
Het zou de bittere ironie van de geschiedenis zijn als een Democraat, en bovendien de eerste zwarte president, de droom van reactionair Amerika waar zou maken: de totale afbraak van de sociale programma's als de pensioenwetgeving (Social Security) en openbare gezondheidszorg voor ouderen en armen (Medicare en Medicaid). Maar wat ook de uitslag zal zijn van het compromis over de schuldencrisis, nu al staat vast wie de verliezers zijn: de miljoenen Amerikanen die voor het naakte bestaan afhankelijk zijn van de toch al magere steun van de overheid.