11/07/11, 07u01
-
-
De eerste Tourweek is ontsierd door valpartijen. Opvallend: het waren vooral de kopmannen en klassementsrijders die tegen de vlakte gingen
-
© ap
dm column
Alsof er nog niet genoeg was gevallen, werden Juan Antonio Flecha en Johnny Hoogerland door een televisieploeg letterlijk van de weg gemaaid. Gewoon uit de klikpedaal gelicht door een zenuwlijer van de Franse televisie. De twee zaten royaal in winstpositie in de kopgroep. Je zou denken: alle renners trekken de remmen dicht na zo'n aanslag, maar substantieel protest blijft in de Tour beperkt tot een paar zuchten. De belangen zijn te groot voor een principiële houding.
Spektakelcynisme van La Grande Boucle.
De hele week regende het lamento's van ploegleiders en kopmannen over de vallende ziekte in deze Tour. De organisatie wordt verweten meer oog te hebben voor toeristische promotieplaatjes van Tourdorpen dan voor de veiligheid van de renners. Gevolg: een gefiguurzaagd parcours met rotondegekte, schurftig smalle wegen, idiote molshopen. Maar misschien heeft Johan Museeuw gelijk en hebben de valpartijen vooral te maken met het technologische futurisme van hypermoderne racefietsen.
Hoe dan ook, de eerste Tourweek is ontsierd door valpartijen. Opvallend: het waren vooral de kopmannen en klassementsrijders die tegen de vlakte gingen. Alberto Contador was de eerste die een prijs betaalde: achterstand. Vervolgens kwamen andere kopmannen aan de beurt: Robert Gesink, de hele top van Radioshack, het gedoodverfde podiumbeest van Sky, Bradley Wiggins en dan gisteren ook nog oude reus Alexandre Vinokoerov en onze Jurgen Van den Broeck. Enfin, de elite lelijk uitgedund.
Valpartijen zijn de tombola van deze Tour.
Het hoort bij wielrennen, maar het mag wel iets minder. En: er is vallen en vallen. Van sprinters weet je: zij koersen op de kracht der zotheid. Een massasprint is vaak Russische roulette. Maar juist nu houden de snelle jongens het proper. Niemand in de dranghekken. De tuimelpartijen vinden onderweg plaats, vaak zonder duidelijke aanleiding. Behalve misschien, het plakken in elkaars wiel. Of een onverlaat die meent zonder handen te kunnen fietsen.
Tom Boonen heeft sympathie gesprokkeld aan zijn noodlottige val. Hoe hij alsnog lijdend over de meet kwam, ver na het peloton, weekte veel medelijden los. Hij werd ineens weer geroemd om zijn sportieve trots, en dat was al enige tijd geleden. Tom kon deze val ook wel hebben - hij heeft inmiddels genoeg carrière. En ambities voor groen en geel had hij toch al niet.
Bij valpartijen denk je aan verhakkelde lijven, aan bloedende knieën, ontwrichte heupen en een duim uit de kom. Aan het zichtbare. Maar de mentale klap is vaak taaier dan de gescheurde broek en trui. De Nederlander Robert Gesink was na zijn val zelfs zo van zijn à propos dat hij dacht aan opgeven. Hij zei dat hij ineens in een hem onbekend lichaam fietste. Niet alleen de rug speelde op, vooral het hoofd liet het afweten.
"Er zat geen bevel meer in mijn kanis."
Vooral the day after lijkt een crime te zijn, na een stevige valpartij. Nogmaals Gesink: "Ik herkende mezelf niet meer."
Normaal moeten alle kampioenen in hun carrière een dramatische smak hebben meegemaakt. Johan Museeuw kan er van meespreken. In 1971 kostte het de Spaanse stilist Luis Ocana zelfs de Tourzege op een moment dat hij negen minuten voorsprong had op Eddy Merckx. Zo zal het ook morgen gaan, wie weet met Andy Schleck of met Alberto Contador. De etter Cadel Evans zou ik het liefst zelf van zijn fiets knallen. Een grotere aso ben ik in geen jaren in het peloton tegengekomen.
Voor Jurgen Van den Broeck is er nog troost. Eindelijk heeft hij tijd om de zachte handen van Femke te leren kennen.