11/07/11, 06u54
Tom Vandyck analyseert de politieke besluitvorming die kreunt onder de snelle volutie van de communicatie-middelen. Vandyck is correspondent voor De Morgen in de Verenigde Staten.
-
-
Wie een andere mening heeft, is de vijand. Een martelaar die desnoods tegen de hele wereld in het been stijf houdt, is te verkiezen boven een leider die het moeizame compromis zoekt
Als u na het njet van de N-VA op de formateursnota van Elio Di Rupo dacht dat de toestand alleen in België hopeloos was, troost uzelf: u bent niet alleen. In de hele westerse wereld vallen de oude regels van de politiek uit elkaar. Compromis is een vuil woord geworden. Onbestuurbaarheid wordt hoe langer hoe meer het nieuwe normaal.
Het meest opvallende voorbeeld daarvan zijn de discussies in Washington over de verhoging van het Amerikaanse schuldplafond. In een notendop komt het erop neer dat een nieuwe, over de landsgrenzen uitwaaierende Amerikaanse recessie en zelfs een wereldwijde financiële crisis dreigen als dat niet gebeurt.
Je zou denken: als er zoveel op het spel staat, wint staatsmanschap het van politieke berekening, maar niets is minder waar. De Republikeinse partij gebruikt het wettelijke plafond op de VS-staatsschuld als politiek chantagemiddel. Als er geen draconische, ultrarechtse besparingen komen, onder andere in sociale voorzieningen voor armen, ouderen en zieken, dan weigert het een verhoging goed te keuren.
Een gelijkaardig verhaal doet zich voor in de staat Minnesota. Daar zijn de overheidsdiensten al tien dagen dicht, omdat Democraten en Republikeinen geen overeenstemming konden bereiken over een nieuwe begroting. Ook daar willen de Republikeinen tekorten alleen maar oplossen door beenharde besparingen en ook daar weigeren ze in te gaan op de eis van de Democraten dat die gepaard moeten gaan met een bescheiden belastingsverhoging voor de rijksten. In beide gevallen wordt er blufpoker gespeeld met het welzijn van de bevolking, maar dat is blijkbaar een acceptabele manier om je eigen zin door te drijven.
Het is trouwens niet alleen in België en Amerika dat deals maken steeds moeilijker wordt. Regeringsformaties in heel europa gaan steeds moeizamer. Nederland heeft een minderheidskabinet. Groot-Brittannië een zeldzame coalitieregering. Overal zetten rechts-populistische partijen het bestel onder druk.
Het lijntje breektOok op internationaal en lokaal niveau gaat het steeds moeizamer. Herinner u de VN-klimaattop in Kopenhagen in 2009. Daar kwam men niet verder dan een niet-bindende intentieverklaring, en dat pas na een onkarakteristieke tirade van Barack Obama tegen de Chinese premier Wen Jiabao. Toen de EU datzelfde jaar haar eerste president koos, viel de keuze op grijze muis Herman Van Rompuy, omdat de grote lidstaten het niet eens raakten over een sterkere figuur. Het mocht met name vooral niet Tony Blair worden. En hoe zit het nu eigenlijk met die brug/tunnel/grote ring in Antwerpen? Wordt daar ooit nog iets gebouwd, of blijven de actiegroepen de lat steeds maar hoger leggen, onbereid als ook zij zijn om een compromis te aanvaarden?
Om maar te zeggen: water bij de wijn blijkt niet meer van deze tijd. Dat hoeft niet eens zo te verwonderen. De crisis is nog niet uitgewoed. In de VS stijgt de werkloosheid al maanden opnieuw. De euro blijft onder druk staan. Overal dringen pijnlijke besparingen zich op. Dan gaan mensen zich vanzelf ingraven.
Toch is er meer aan de hand. De steeds grotere blokkering op alle niveaus lijkt overal in de westerse wereld een permanent gegeven te worden. De representatieve democratie doet het simpelweg niet meer zo goed als mechanisme om maatschappelijke disputen op te lossen.
Dat heeft veel te maken met de enorme stroomversnelling waarin de media en de communicatietechnologie de laatste paar jaar terechtgekomen zijn. De pers zit besluitvormers 24 uur op 24 op de hielen. De sociale media zijn een permanent fluitconcert. Iedereen die een smartphone op zak heeft, kan desnoods van op de tram zijn mening op de wereld afvuren. Dat zorgt er enerzijds voor dat Arabische dictators ten val komen, maar anderzijds dat politici in deftige westerse democratieën steeds moeilijker vooruit of achteruit kunnen.
Denk hier eens over na: Facebook bestaat sinds 2004, maar werd pas in 2006 opengesteld voor iedereen. De website rondde in 2008 de kaap van de honderd miljoen gebruikers en heeft er nu driekwart miljard. YouTube ging in 2005 online, Twitter in 2006. De iPhone bestaat nog maar vier jaar. Geschat wordt dat tegen 2013 één miljard mensen een smartphone op zak zullen hebben. Voor onze ogen voltrekt zich een revolutie die ongezien is sinds de uitvinding van het allereerst massamedium, de drukpers.
Zet het allemaal op een rijtje en je ziet in hoe de democratie - een idee van de Oude Grieken dat in zijn moderne vormen gegoten werd in de achttiende en negentiende eeuw - misschien niet meer helemaal bij de tijd is. Democratie is per definitie een tergend trage molen, terwijl de wereld daarbuiten alsmaar sneller gaat tollen. Dan moet het lijntje vroeg of laat wel breken.
Door toedoen van het web 2.0, dat ook de mainstreammedia tot alsmaar agressiever optreden dwingt, kunnen politici zich geen foutje meer veroorloven. Eén verkeerde muisklik kan een politiek carrière beëindigen. Tijd om na te denken is er nauwelijks meer. Elke dag opnieuw is er een nieuwscyclus die gewonnen moet worden. De ene verkiezing is nog niet voorbij of de volgende campagne trekt zich alweer op gang.
Kiezers zitten ondertussen opgesloten in een zelfgekozen mediabubbel waar ze alleen mensen te horen krijgen die net zo denken als zijzelf. Elke toegeving is dan een onvergeeflijk teken van zwakte. Wie een andere mening heeft, is de vijand. Een martelaar die desnoods tegen de hele wereld in het been stijf houdt, is te verkiezen boven een leider die het moeizame compromis zoekt.
In een maatschappij die aan de instant-bevrediging van het internet gewend is, en steeds maar ander en beter wil, worden electorale aardverschuivingen meer regel dan uitzondering. Dat zie je in België, waar constant de ene nieuwe heiland (lees: Verhofstadt, Stevaert, Leterme, De Wever) de andere verdringt, maar ook in de VS, waar de Republikeinen in het Congres in 2006 van de kaart geveegd werden, Barack Obama in 2008 een historische overwinning boekte, zijn Democratische partij in 2010 op haar beurt een pandoering kreeg en ook Obama zelf, als hij niet goed oplet, in 2012 alweer afgevoerd wordt.
Aan politiek doen, wordt op die manier meer overleven dan besturen. In een democratie, waar leiders - gelukkig maar - door de kiezers naar huis gestuurd kunnen worden, was het natuurlijk steeds al balanceren tussen die twee opdrachten, maar de laatste jaren slaat de balans steeds verder door naar overleven. Dichtgeknepen billen zijn de basishouding geworden.
Recht op moeilijk doenOp die manier zorgt de botsing tussen de oude structuren en de nieuwe communicatietechnologie ervoor dat de oude spelregels niet meer werken. Ze stelt allerlei radicale minderheden in staat om de besluitvorming te gijzelen. De Tea Party, de N-VA, Geert Wilders - ze teren allemaal op de polarisering en de onwil om de tegenpartij te begrijpen die gegroeid is uit de ideologische echokamers van het internet.
Al is dat knap vervelend voor de gevestigde orde, je kan hen natuurlijk niet het democratische recht betwisten om moeilijk te doen, alleen al de gedachte daaraan is onfris. Maar je mag wel vaststellen dat hun optreden nefast is voor het algemeen belang.
Vroeger was het ondenkbaar dat België middenin een monetaire crisis meer dan een jaar zonder regering zou zitten, of dat er in Washington gepokerd zou worden met de kredietwaardigheid van de VS en het welzijn van de wereldeconomie. Nu krijgen de lui die zulke toestanden uitlokken daar nog applaus voor ook.
Wat doe je daaraan? Niemand die het weet. Je hoort mensen her en der jaloers verzuchten dat ze in China wél nog beslissingen kunnen nemen, maar wilt ú liever in China leven? We dachten het al niet. De oude woorden van Winston Churchill blijven namelijk waar: "De democratie is de slechtste bestuursvorm, behalve alle andere." Bijgevolg zit er tot nader order niet veel meer op dan jezelf vasthouden aan dat andere bon mot van Churchill: "Keep buggering on" - blijven doormodderen.